Nieuwsbrief Nr. 5 - mei 2002

Zeven dagen funerair Noord-Frankrijk met Rindert & JeanetteWarm aan te bevelen! Wordt herhaald van 26 april tot 2 mei 2003


Menig Grafzerkje heeft zeker al gehoord over de Nederlandse vereniging De Terebinth, een “vereniging tot herstel van zorg rond dood en rustplaats”, zoals ze het zelf verwoordt.
 
Jacques had het genoegen om twee jaar geleden deel uit te maken van hun reisgroep die toen onder meer de Praagse begraafplaatsen bezocht. Ikzelf had dit jaar het voorrecht om samen met 40 Nederlandse funeraire zielsverwanten een week Noord-Frankrijk te verkennen.
 
Zowel Jacques als ikzelf komen tot dezelfde bevindingen: het is de kers op de funeraire taart!
 
Wanneer we spreken over de kers, dan proef ik nu nog het professionalisme waarmee de organisatoren dit hebben voorbereid en de vriendschappelijke opvang van de medereizigers, stuk voor stuk doorwinterde begraafplaatstrotters.
 
Rindert is theoloog, docent, schrijver en een boeiend verteller. Jeannette, zijn wederhelft, is beroepshalve maatschappelijk assistente en ontpopt zich tijdens dergelijke reizen tot een heel geduldige en altijd lachende “bezemwagen” die bezorgd een oogje in het zeil houdt opdat iedereen zou kunnen volgen tijdens de rondleidingen. Zij kan boeiend anekdotes verhalen en is bovendien een uitstekende begraafplaatsfotografe.
 
Voor de geïnteresseerden kan ik dan ook hun boek “Ook u wacht ik - Begraafplaatsen in Europa en hun geschiedenis” ten stelligste aanbevelen. (Uitgeverij Elmar, Rijswijk, mei 2000 - ISBN 90 389 0981 0) Het biedt u een mooi stukje funeraire geschiedenis met een korte, maar duidelijke bloemlezing van de voornaamste begraafplaatsen in Parijs, Londen, Wenen en Praag. Het leest vlot en de vele foto’s van Jeannette met telkenmale een passend citaat eronder maken het volledig.
 
Maar terug naar onze reis. Deze Noord-Franse proeverij bevat een twintigtal begraafplaatsen en is volledig. Van begraafplaats voor troeteldieren, Asnières-sur-Seine, tot begraafplaats voor koningen, de indrukwekkende basiliek Saint-Denis.
 
De eerste dag bezoeken we de loopgraven en het Canadese gedenkteken in Vimy. Indrukwekkende beelden die ook mooi bezongen worden in liederen van Willem Vermandere of in een aan te bevelen jeugdboek zoals “Zomer in Passendale” van Geert Spillebeen. Voor ons, Vlamingen, een stukje vertrouwde geschiedenis.
 
Voor we ons Ibis-hotel opzoeken in Arras, stoppen we ook daar nog eens op de gemeentelijke begraafplaats. Je merkt hier al de verregaande verwaarlozing die schril afsteekt met de grandeur van de Parijse dodensteden.
 
Na een heel verzorgd ontbijt, verkennen we “la Madeleine” in Amiens. Een romantisch aangelegde begraafplaats waar vooral het graf van Jules Verne mij is bijgebleven. De jonge torso met het oude hoofd dat vanuit de grafzerk naar de onsterfelijkheid reikt. De kathedraal Notre-Dame met het laatste oordeel verdient zeker een inlassing in onze lunchpauze.
 
‘s Namiddags vertoeven we aan de oevers van de Seine op de dierenbegraafplaats Asnières. Hier rust menig geliefde hond, kat, paard, aap, tot zelfs een kip. Blikvanger is hier Rin tin tin, de filmhond
 
De dag daarop mogen we in audiëntie bij koningen en koninginnen in de basiliek Saint-Denis. Werkelijk overweldigend en toch ingetogen.

Vanuit ons hotel Mercure hebben we natuurlijk al stiekem een blik geworpen op de begraafplaats Montmartre en na de indrukwekkende praalgraven van koningen zijn we blij weer tussen de graven te lopen van de iets mindere goden. Hier rust onder meer Emil Zola, Dalida maar ook onze vriend Sax, die zo lang op onze briefjes van 200 BEF mocht prijken.

Rindert en Jeannette geven ons als afsluiter nog een rondje op de eigenlijke begraafplaats van Montmartre, Saint-Vincent, die dit voorjaar prachtig glinstert onder de 114 bloeiende gouden regens en na het avondmaal krijgen we nog een busrit door Paris by night.

De vierde dag dwalen we rond in het Pantheon, de eretempel voor belangrijke Fransen, zoals Voltaire of Jean-Jacques Rousseau en hierbij aansluitend bewonderen we de koepel van de Dôme des Invalides waar vooral het graf van Napoleon opvalt.

Als verheldering mogen we ‘s namiddags een blik werpen op de naakte waarheid achter deze vaak kolossale marmeren graven en stappen we vlijtig door ondergronds Parijs waar de beenderen en schedels van 6 miljoen Parijzenaars rusten in de knekelstad “les Catacombes”. Let wel: enkel je eigen schedel mag je hier naar buiten meenemen. We happen naar frisse lucht op de begraafplaats Montparnasse waar je ook weer ogen tekort komt voor al dat kunstzinnig steenhouwerswerk.Laatste rustplaatrs voor Serge Gainsbourg.

De volgende ochtend ontdekken we de begraafplaats Passy waar onder meer Fernandel en Manet rusten net buiten de schaduw van de Eiffeltoren.

De begraafplaats Picpus dwingt een stil moment af.
Hier werden de twee massagraven ontdekt waarin 1306 onthoofde slachtoffers rusten uit de terreurperiode van citoyen Robespierre (1794). Op een piekmoment onthoofdde beul Sanson maar liefst 54 mensen in 24 minuten tijd, een heel luguber record. In de kapel ernaast wordt tot op heden nog dag en nacht gebeden voor de slachtoffers en daders van misdaden tegen de menselijkheid. Verder rust hier ook La Fayette en familie van de slachtoffers van het terreurbewind onder Robespierre.

Père Lachaise is werkelijk adembenemend. In deze sublieme dodenstad van 44 ha lonkt er zoveel moois naar je lens dat er soms wel eens enkele verduidelijkende woorden van Rindert je ontsnappen. Topper is het graf voor Frederik Chopin.
De voorlaatste dag vertrekken we naar de begraafplaats Reims waar we opnieuw de schrijnende verwaarlozing vaststellen, een pijnlijk contrast met het verzorgde Parijs.

In Verdun staan we stil voor een indrukwekkend gedenkteken waarin de beenderen rusten van 130.000 gesneuvelde soldaten, “altijd iemands vader, altijd iemands kind”. In de omgeving pogen we de toenmalige sfeer op te snuiven in het fort Douaumont. Geen redelijk mens die het waarom kan snappen van al dat leed.

Onze laatste avond wacht ons een verzorgd afscheidsdiner met een glaasje Franse wijn en de zeer
verdiende dankwoorden voor onze begeleiders.


Op de terugreis stoppen we aan de militaire en burgerlijke begraafplaats van Verdun en als toetje krijgen we in Marville in een magisch-realistische omgeving een allerzoetst, idyllisch middeleeuws kerkhofje te zien op de top van een heuvel, omgeven door gele koolbloemvelden en kwetterend vogelgezang. Vanuit het plaatselijk knekelhuis kijken twee holle oogkassen uit 1768 ons aan en fluisteren “Ook u wacht ik …”

Tekt : Rudy D'Hooge
Foto's : Jacques Buermans