Nieuwsbrief Nr. 49 - juni 2009

Westerbegraafplaats GentAnne-Flor Vanmeenen


Een zonnige zaterdagochtend eind mei. Fris en monter wachten we onze gids An Hernalsteen op aan de monumentale ingangspoort van de Westerbegraafplaats. Ik las ergens dat ze onlangs de kaap van vijftig levensjaren afrondde maar als dat waar is, vraag ik me af welk soort super-energie-dieet zij volgt. Begeesterend, meeslepend en pittig troont ze ons mee door wat ze teder ‘haar hof’ noemt. Wee de luien van gestel, zij die zich lieten verleiden door ijsjes in de zon, terrasjes en uitslapen op zaterdag hadden ongelijk, we hebben er zelf collectief spijt van als de wandeling ten einde is, het smaakt naar meer …
 
De Westerbegraafplaats gaat door de geschiedenis als ‘het geuzenkerkhof’. An doet ons met bravoure het verhaal daarachter uit de doeken. Sinds 1784 moest men de doden buiten de stad ter aarde bestellen naar orders van Jozef II. De drie begraafplaatsen (ottergemsesteenweg, desmetstraat en dampoort) die hieraan voldoen, kunnen stilaan de doden niet meer herbergen en met het uitbreken van de epidemieën in 1860 wordt de toestand pas echt precair. Het oog valt op het lapje grond aan de Palinghuizen en Pauli ontwerpt grootse plannen waarvan enkele effectief gestalte hebben gekregen : het model van de Engelse landschapstuin, de fraaie koetsdoorgang en de muur. De gaanderijen die bij de muur hoorden zijn helaas in de tijd blijven steken.
 
Als de bisschop in 1872 de plaats wil komen wijden, krijgt hij te doen met Charles de Kerckhove, die liever ook de vrijzinnige, protestanten en andere andersdenkenden ook een plaatsje kan aanbieden anders dreigt de begraafplaatsschaarste opnieuw voor deze groepen. De bisschop spreekt daarop een banvloek uit, die slechts in 1919 werd opgeheven. De geuzen lagen er al die tijd in elk geval niet wakker van…
 
Na deze historische omkadering vatten we de tocht traditioneel aan bij het beeld van Napoleon de Standberg. Deze dichter die opvallend goed op Pierke Pierlala lijkt, schreef o.a. de tekst voor de inhuldiging van het beeld van van Artevelde maar gaat nu toch de onsterfelijkheid in met de anekdote van de epitaaf ‘Pier rot hier’. Voor meer details verwijs ik naar het verslag van Jacques: (http://www.grafzerkje.be/pages/RONDLEIDING/WESTER2.html)
 
Ook Mahu hoort er steeds bij al er iets over de Westerbegraafplaats te vertellen valt. Deze steenkappersfamilie plaatsten een eigen graf bij wijze van model strategisch aan de ingang en de aanpak wierp vruchten af. Massa’s graven werden in hun werkplaats vervaardigd. Reclame avant la lettre, en dat we dat nu ongepast zouden vinden op begraafplaatsen…
 
We staan stil bij het prachtige interbellumgraf van Preys, de laatste rustplaats van Voituron, de Keghel en Spanooghe. Meer details vind je eveneens zorgzaam verhaald in het verslag van Jacques. We laten ons oog ook los op het baldakijn van het graf Lefevre dat veelzeggend versierd is met papaverbollen (slaap) en klimopblaadjes (eeuwigheid). Van Schoot maakt de wereld nog steeds een beetje mooier met het Italiaanse beeld op zijn graf, waarbij An ons wijst op een pittig detail : in de zuil staat nog vaag een reliëf van een christuskruis. De familie was vergeten te melden dat ze vrijzinnig waren. Maar schoonheid gaat boven fundamentalisme en ze namen het beeld toch maar voor lief, inclusief het kruis.
Bij de grafstede van Goossens zien we opnieuw een schone dame die een inmiddels verdwenen perkamentrol omhoog houdt. Uit de grafsteen rijst een skelethand op met een schrijfstift in de hand. De dood schreef hier zijn boek en in zekere zin doet hij dat nog steeds, doorheen al die grafmonumenten. De familie Wild had het dan weer op een andere artistieke mode voorzien, ze kozen voor een Egyptisch geïnspireerde grafkapel, heel hip in die tijd. De schraapijzers en het kijkluikje in de deur maken de voorbijganger duidelijk dat je altijd eens mag binnen springen ten huize Wild.
We gaan er toch maar aan voorbij om een blik te werpen op een ander interbellumpareltje waar de wafel -en pannenkoekengoden van het geslacht Buzzeo Krieger rusten. Ze zijn een paar keer verhuisd maar gelukkig niet sinds de laatste keer dat An er was, dus we konden er onze ooh’s en aaah’s ongestoord op loslaten. De luidste bewondering klinkt natuurlijk op bij de grootse, elegante grafsculptuur op het graf van kunstmecenas Scribe. Ook al is de pose misschien allerminst ‘natuurlijk’, dit serene icoon van de Wester neemt alle funeraire fans voor zich in.
 
We nemen ook een kijkje bij de grafstedes van schrijver Cyriel Buysse, locomotiefgrootheid Carels, en Virginie Loveling die niet in hetzelfde schuitje wenste te belanden als haar zus Rosalie (die op Campo Santo ligt), en alvast een stukje ongewijde grond kocht bij leven en welzijn. Het pragmatische vrouwenverstand ten voeten uit.
 
An wijst ons verder ook op enkele sprekende beelden bv. de dame in het deurgat op de grafsteen van Nassau, die de overgang van leven naar dood symboliseert, of moderner: de beeldengroep van Freddy de Vos op het graf van Latemse schilder Fritz van den Berghe, geïnspireerd op een schilderij van deze laatste. In de hoek zien we een maatschappijkritische knipoog, m.n. een streepjescode die van de beeldengroep of het graf een consumptieartikel maakt. Een socialistisch grapje onder kunstenaars.
 
Over socialisme valt op de Westerbegraafplaats overigens heel wat te vertellen. We vinden er groten zoals Edward Anseele of Edmond van Beveren. Deze laatste wordt herdacht met een schitterend beeld van een stevige maar tedere moederfiguur die Edmond, weergegeven in zijn laatste levensfase, in de schoot draagt.
Volkshelden van een heel ander kaliber vinden we bij het graf van Deschamfelaere. Ze waren actief in de rubberindustrie en verkochten in hun winkel naast handschoenen, fopspenen en ander nuttigs, ook condooms. Menig huisvrouw en dame van plezier was dankbaar voor dit kostbaar goed dat wellicht even vaak onder als boven de toonbank verhandeld werd. Een ander licht pikant moment beleven we bij de rustplaats van Van Cauteren. Deze brave weduwnaar liet een prachtige, half naakte sculptuur zijn vrouw betreuren. Toegegeven, dit is artistiek verantwoord naakt maar toch… we speculeren erop dat hij misschien wel even vaak naar het graf kwam voor de sculptuur als om zijn lieve vrouwtje te bewenen…
 
Anderen slaan dan weer een heel ingetogen toon aan. Zo herbergt het graf van de jonge Coppieters een beeld van Athena bij wijze van eerbetoon aan zijn jeugdige maar zeer begaafde geest. De godin van de wijsheid waakt vanaf nu altijd over het eeuwige welzijn van deze geniale student. Nog meer ingetogen en pijnlijk eerlijk kijkt op het graf van Van der Haegen- De la Ruelle een smartelijke beeldengroep voor zich uit. Hij vormt de echo van hun tragische familiegeschiedenis die door kindersterfte werd geteisterd. Slechts één dochter haalde een deftige leeftijd, ze wordt afgebeeld in de armen van de dankbare maar door rouw getekende ouders.
 
In een ander hoekje kunnen we ons even verkneukelen over de fratsen van 19e eeuwse schijndoodvrezers. Die waren een hele periode erg talrijk, en ten dele misschien terecht. TBC woekerde op dat moment lustig in het rond en het viel wel eens voor dat je in een coma raakte, die echter niet door de geneeskunde van die tijd als dusdanig werd herkend. Sporadisch kan dus wel eens iemand ten onrechte in zijn graf beland zijn, maar helaas nou net nooit diegene die daarvoor maatregelen hadden getroffen. De roepbuis van Eyckholt Choisy die aan zijn graf verbonden was, heeft bijvoorbeeld nooit dienst moeten doen, maar hij blijft wel een aardig historisch curiosum.
We grijnzen ook even breeduit bij het verhaal van de bekende familie van Monckhoven. Daar zijn de overledenen onderling zo vaak van graf verwisseld, dat eigenlijk niemand met zekerheid meer kan zeggen wie waar ligt. ‘Raad je plaatje’ op de Westerbegraafplaats…
 
Deze dodentuin heeft ook enkele militair betekenisvolle plaatsen. Er is natuurlijk de sectie die als militaire begraafplaats dienst doet en het grote oorlogsmonument, maar ook een mooi gedenkteken voor de Franse soldaten dat An onder onze aandacht brengt. De oorlogsburgemeester Emile ‘zoetekoeke’ Braun, die de Duitsers paaide en Gent zo de vernieling spaarde, vindt wat verder ook zijn laatste rustplaats. ‘Martelaren’ als Edmond Preys en Paul Frederic treffen we eveneens aan op onze tocht. Indirectere oorlogstekens zien we in de kogelinslagen her en der. Onder de slachtoffers zijn de Engel van Scribe en het monumentale graf van Metdepenningen, beter bekend als ‘de badkuip van Gent’ die in het strijdgewoel lek is geschoten.
 
We snuiven tenslotte nog een beetje cultuur bij het oogstrelende interbellumgraf van Delannoy en de moderne strakke sculptuur op het graf van Colle. Een klein multicultureel intermezzo vindt plaats als we het ‘joodse hoekje’ passeren.
We sluiten tevreden en vol enthousiasme af, met veel ongeduld uitkijkend naar de volgende rondleiding tijdens de Gentse Feesten (‘muurbloempjes’). De boeiende vertelstijl van An, de onuitputtelijke stroom van pittige anekdotes en het gedreven dichten van gaatjes in onze funeraire cultuur verleidt ons om zeker op post te zijn. Bijkomende motivatie: de minimale prijs (2€) die vol liefde aan het restauratiefonds van grafzerkje geschonken wordt. Op onze rondleiding mochten we reeds één uitverkoren graf bewonderen dat van de teloorgang gered werd dankzij de jaarlijkse feestgangers. Knap werk, beschermengelen bestaan blijkbaar
toch.
 
PS : Met excuses voor de eventuele foutjes, wie An al in actie gezien heeft zal wellicht begrijpen dat ik liever de verhalen achterna ga, dan dat ik aan de graven blijf hangen om de correctie naamspelling na te gaan. De doden kunnen het me alvast niet meer kwalijk nemen, de levenden hopelijk ook niet…
 
Anne-Flor Vanmeenen, ook alle foto's