Nieuwsbrief Nr. 49 - juni 2009

Zon, veel volk en veel dichters en schrijvers op SchoonselhofJack Marcova


Gids Jacques Buermans is een te benijden man: een stralende zon, veel deelnemers en vijf dames van de academie om het werk voor hem te doen, namelijk gedichten voor te dragen. Op  perk  Z1,  volgens Jacques  met  veel  monumenten afkomstig van  de  Kielbegraafplaats stonden we eerste stil bij de laatste rustplaats voor Arthur Cornette. De diverse kunstvormen worden hier uitgebeeld op zijn grafmonument.
Bij Jan Van Beers droegen de dames van de Hobokense academie een eerste gedicht voor. Daarnaast lag Jan Baptist Van Rijswijck, vader van de burgemeester, naast een prachtig beeld (volgens Buermans is de term laatste rustplaats niet aan de orde omdat Van Rijswijck reeds drie maal verhuisd) een tweede gedicht. Over dit mooie beeld lag het veel sobere graf van Theodoor, broer van Jan Baptist. Hier droegen de meisjes twee gedichten voor: een eerste over tabaksrokers en een tweede over jenever. Ongelofelijk maar Jacques toverde enkele flessen jenever tevoorschijn en er werd geklonken op “den Door” en ook een beetje op Jacques. Een heel stuk verder op de begraafplaats lag Victor Driessens, de pionier van het Vlaams toneel en de eerste directeur van de huidige KNS.
Naast hem ligt Julius De Geyter onder een bronzen grafmonument van Frans Joris. Aan de overzijde  kreeg  we  een  gedeelte  uit  “de  Loteling”  van  Hendrik  Conscience  te  horen, Buermans zegde dat het gehele boek werk zou voorgedragen worden maar dat werd dor de dames van de academie ontkent. Op het kunstenaarsereperk werden we geconfronteerd met een erg beschadigd monument voor Jan De Schuyter. Enkele rijen verder troffen we Maurice Gilliams aan. Hier kregen we twee gedichten te horen. Aan de overzijde schrijver Roger Van de Velde.
Jacques legde  hier  uit  dat  het  graf  in  de  vorm  van  een  gevangenisdeur met  “Recht  op antwoord Recht op leven” een aanklacht is tegen de psychiatrische behandeling in de gevangenis waar Van de Velde werd opgesloten als gevolg van het eigenhandig invullen van doktersvoorschriften voor zijn palfiumverslaving. Bij August Snieders kregen we een antiek”gedichtje te horen helemaal anders dat het veel modernere gedicht bij Hugues C. Pernath. Enkele rijen verder ligt Herman De Coninck. Het grafmonument heeft ooit betere tijden gekend. Dit kon de pret van twee gedichten van de man niet bederven. In verhouding met het “oerwoud” rond het graf van Nic Van Bruggen mag Herman De Coninck niet klagen. Het gedicht “Ars poëtica” op zijn graf is onmogelijk te lezen. Enkele moderne gedichten werden voorgedragen bij Gust Gils en Freddy De Vree en iets uit “De komst van Joachim Stiller bij Hubert Lampo. Zijn “buurman”, acteur Julien Schoenaerts bezit een graf dat echt opvalt door zijn gouden kasseien en zijn wijnstronk. “Dag mensen, dat 't wel ga...” lezen we op de grafsteen van Gerard Walschap op het ereperk.
Vlakbij ligt Marnix Gijsen schrijver van onder meer “Joachim van Babylon”, “Klaaglied om Agnes” en “De vleespotten van Egypte”. Een eenvoudig “stadsmonument” was er voor Lode Zielens, schrijver van “Moeder waarom leven wij”. Een mooi grafmonument voor August Van Cauwelaert werd gevolgd door Paul Van Ostaijen. Het bleek een werk van beeldhouwer Oscar Jespers “de luisterende engel” te zrijn. Met twee gedichten bovenop. Aan de overzijde ligt Willem Elsschot, schrijver van “Villa des Roses”, “Lijmen”, “Kaas” en “Het Been”.
De rondleiding werd besloten bij Alice Nahon de dichteres van “'t Is goed in 't eigen hart te kijken”. De meisjes van de Hobokense academie kozen hier voor “Avondliedeken”.  Aan het kasteel werd deze boeiende rondleiding besloten. Jacques Buermans dankte “zijn” meisjes en hij verkreeg een welgemeend applaus. Niet alleen voor de dames van de Hobokense academie maar ook voor de erg gedreven gids.
Jack Marcova, foto's 2-4, 8 en 14 Jacques Buermans, rest van Leo Spiessens