Nieuwsbrief Nr. 49 - juni 2009

Vitalski geeft zijn kijk op FredegandusJacques Buermans


Veel geïnteresseerden in de avondwandeling die ons lid Ludo Peeters, voorzitter van de vzw Turninum, gaf op Fedegandus deze keer in het gezelschap van Vitalski, de prettig gestoorde nachtburgemeester van Antwerpen. Dat het een ander soort wandeling ging worden dan we van Ludo gewoon zijn bleek alras toen Vitalski al meteen de vraag stelde waarop er “pinnen” aan de hekken van de begraafplaatsen stonden. Ludo antwoordde dat dit was “om de duivel buiten  te  houden”.  Wegens  de  ontsnappende gassen  op  de  dodenakker  dacht  de  brave burgers vroeger dat de lichtjes die ze soms zagen “het werk van de duivel” was. Ludo verklaarde ook waar de uitdrukking “rijke stinkerd” vandaan kwam. Rijke burgers werden in de kerk begraven, de kerkvloer diende regelmatig geopend te worden. Vandaar dat er een stank in de kerk waarneembaar was.
Ludo stond stil bij het grafmonument voor Jozef Celens. Het beeld van deze stichter van een zangkoor was enorm verweerd wat bij Vitalski ontlokte “dat komt er van wanneer je de airbag niet gebruikt”. Aan de overzijde stond de laatste rustplaats voor Van Herendael, actief in de Nederduitse bond.
We ontmoeten Gerard Le Grelle deze rijke bankier weigerde in 1816 een benoeming van Willem I tot lid van de regentieraad (gemeenteraad) van Antwerpen. In 1830 werd Le Grelle door Antwerpen afgevaardigd in het Nationaal Congres. Een jaar later werd hij rechtstreeks tot burgemeester verkozen. De reactie van Vitalski liet niet op zich wachten “Le Grelle was ne grellige”.
Vlakbij het prachtige grafmonument voor de kanunnik van het Sit Michielsklooster, Waltmannus Van Lissum wist Vitalski te ontfutselen van Ludo Peeters dat die ooit in de grafkelder zat. Dit bleek namelijk de uitgelezen plek voor druggebruikers te zijn. Ludo trok met zijn buit drugsspuiten naar de politie waar de enige reactie was “gebruikte gij zelf?”. Ludo nam van de gelegenheid gebruik om de lichamen zo veel mogelijk in hun oorspronkelijk positie te leggen. “Dat is toen dat ge ook Tom Boonen hier uit de kelder gelaten hebt” vulde Vitalski aan.
Iets verder stond onze gids stil bij het graf Maquinay, eigenaar van kasteel de Zwarte Arend. Hij importeerde Standard Oil in onze gewesten. Later werd een nieuwe vennootschap opgericht: American Petroleum Company (APC), die  zowel in  Antwerpen als Rotterdam kantoor hield. De naam Standard Oil werd later gewijzigd in de eerste letters ervan “Esso”.
Naast Maquinay het graf voor vader en zoon Deckers. Vader Frans Deckers nam ooit deel aan de wedstrijd voor een monument voor Peter Benoit. Hij werd derde en mocht, als verloning, het beeld maken voor de nis van de stadsfeestzaal. De nis staat nog steeds leeg … de stad had geen centen. Zoon Edward Deckers ontwierp het monument voor koning Albert I aan het Antwerpse stadpark. Via de grafkapel voor Desiré Fayolle, laarzenmaker die carrière maakte in New York en de laatste rustplaats voor burgemeester Hertogs kwamen bij het rondpunt aan  met  het  graf  van  Jan  De  Laet.  Deze  man  sprak  als  eerste  een  redevoering in  het Nederlands uit in het parlement. Ludo zegde “hij begon in het Nederlands maar schakelde al vlug over op het Frans omdat er geen mens hem begreep”. De Laet is ook een van de mensen die Hendrik Conscience aanzette om in het Nederlands te schrijven. De Laet vocht ooit een duel uit met Minister van Oorlog Chazal. Reden van het dispuut: het zenden van troepen naar Mexico om keizer Maximiliaan, echtgenoot van de Belgische prinses Charlotte te helpen. “Pieter De Crem weze gewaarschuwd” stelde Vitalski.
Aan de overzijde van De Laet stond Andreas De Weerdt, de populairste liedjeszanger en liedjesschrijver van zijn tijd. “Indertijd stond men, wanneer een nieuw werk van Andreas verscheen, aan te schuiven bij de drukker Janssens van aan diens zaak aan de Kerkstraat tot aan het Astridplein” wist Ludo ons te vertellen.
We kregen nog informatie bij de tumulus die opgericht werd bij de aanleg tot begraafpark en onze gids kon fier vertellen dat er recent enkele informatieve plakkaten werden opgericht, een mooi initiatief.
Na een ommetje langs Maria Rooman, de “muze” van Marnix Gijsen voor zijn “klaaglied om Agnes” besloot onze tocht bij het prachtige Van Gigh. Veel informatie rijker en ook eens goed gelachen. Dank bij Ludo Peeters en Vitalski.
 
Jacques Buermans, foto's Ria Vaes