Nieuwsbrief Nr. 49 - juni 2009

Bezoek Militaire Begraafplaats SchoonselhofGeert Janssens


Met een kleine vertraging begon de rondleiding met als thema de Militaire begraafplaats in het kasteel van Schoonselhof.
 
Hier werden we ingeleid in de geschiedenis van de begraafplaats en in het bijzonder de militaire ereperken.
 
Nog voor het Schoonselhof officieel werd geopend waren hier de militaire oorlogsdoden van de Eerste Wereldoorlog begraven. De eer om als eerste hier te worden begraven was voor een Duits soldaat.
 
Het onderscheid tussen gesneuvelden en oorlogsdoden, militaire en burgerlijke, werd duidelijk gemaakt.
 
Het eerste graf was dat van Leon Boumans, gemaakt door Remi Cornelissen. Leon was een man van de Witte Brigade en op zijn graf is het kenteken van deze groepering de aandachtstrekker.
 
Bij   het   net   gerenoveerde   graf   van   de   familie   Ciselet   kwam   een   merkwaardige familiegeschiedenis boven.  De  vier  zonen  werden  allen  piloot,  2  ervan  stierven  tijdens luchtgevechten in de Eerste Wereldoorlog, de 2 anderen zonen kwamen ,allebei afzonderlijk, om het leven in een vliegtuigongeval.
 
Na nog een paar graven kwamen we dan terecht op het Militaire erepark.
We stonden stil bij het beeld “Solidariteit” wat een eerbetoon is aan de slachtoffers van de V- bommen. Op dit perk waren oorspronkelijk de Duitse soldaten begraven. Toen die ontgraven werden om in Lommel te worden bijgezet, besloot men om hier de burgerlijke slachtoffers of hun resten onder te brengen.
 
Vandaar kwamen terecht bij de graven van de Belgische strijdkrachten uit WO I. De eenvoudige zerkjes  bevatten wel  een  schat  aan informatie voor  wie  geïnteresseerd is  in militaire geschiedenis en graden.  Blikvanger hier was Bomjo, een Congolees die in Brussel woonde, werd in het Belgische leger opgenomen en sneuvelde. Achter zijn  graf wappert steeds op 11/11 de vlag van de Democratische Republiek Congo.
 
Een paar stappen verder staan we op de begraafplaats van het Gemenebest.  Hier werd al gauw duidelijk dat tussen de Britten en de Antwerpse overheden omtrent de aanleg een “oorlogje” op zich werd uitgevochten omtrent de aanleg.
Iedereen denkt dat de meeste doden van het Commonwealth in de Westhoek liggen. Niets is minder waar  want met zijn  1489 zerkjes is dit het grootste Gemenebestbegraafplaats in België.  De aandacht werd gevestigd op het feit dat ondanks de strenge uniformiteit soms enkele zerkjes dichter bij  elkaar  staan. De reden is  dat  hier gesneuvelden liggen die  zo verminkt waren dat men niet goed wist of de juiste stoffelijke resten bij de juiste naam lagen.
 
Vandaar  liepen  langs  de  graven  van  de  Fransen,  Italianen,  Portugezen,  Russen  en  één Roemeen om zo terecht te komen bij de “the Antwerp Devil”. Jan Olieslager stierf echter in 1942 maar werd als oud-strijder begraven. Op zijn grafplaat worden de eretekens en zijn squadron-badge vermeld.
We kwamen op het perk van de Burgerlijke slachtoffers terecht om zo de twee obelisken te bewonderen van de Fransen veldslagen in 1832 en 1870.
Vandaar gingen we naar die “enige” Nederlander die tussen de Belgische militairen rust uit de Tweede Wereldoorlog.
 
Een bezoek aan de slachtoffers van de concentratiekampen uit Ravensbruck en Dachau werd niet overgeslagen. Rond deze beelden liggen de overleden politieke gevangen, weggevoerden. Er werd stilgestaan bij Marcel Louette, nummer 1 van de Witte Brigade en beter bekend als Fidelio.
 
Tenslotte als afsluiter werd er nog stilgestaan bij de graven van de oud-strijders waar  nu een inhaalbeweging van erkenning gebeurd voor de vele Polen.
 
Het was een leerrijke tocht doorheen de somberste bladzijden van onze geschiedenis .
Na dit bezoek kan je alleen maar denken om het op zijn Vermanderens te zeggen:
 
als ge van ze leven op ‘t Schoonselhof passeert
deur regen en noorderwinden

keert omme den tijd als g' alhier passeert
den oorlog ga j' hier were vinden

 
ja 't is den oorlog da 'j hier were vindt
en 't graf van duizend soldaten

altijd iemands vader altijd iemands kind
nu doodstil en godverlaten.
 
Geert Janssen
Foto's 1-4 Rina Reniers, foto's 5-9 Jacques Buermans