Nieuwsbrief Nr. 47 - maart 2009

Laatste rustplaats van een icoonOnze secretaris An Hernalsteen stuurde volgende door


JOHN RUSKIN: dichter, kunsttheoreticus en - criticus, sociaal denker, kunstenaar.
Kerkhof van St. Andrew’s church – Coniston - Lake District – Engeland.
 
In Vlaanderen zal de naam John Ruskin bij de meeste mensen de reactie uitlokken van “Wie is dat nu weer, in godsnaam?” Aan de overkant van het Kanaal was hij een monument die met zijn theorieën over, onder andere kunst en architectuur een enorme impact had op het Victoriaanse denken. De invloed van zijn ideeën bleef echter niet beperkt tot Groot-Brittannië. Ook bij ons vonden heel wat Art Nouveau kunstenaars via de “Arts and Crafts Movement” van William Morris inspiratie in de geschriften van John Ruskin. Zelfs Mahatma Gandhi was een fan.
De man, zijn leven, zijn werk.
 
John Ruskin, het enige kind van een wijnhandelaar, hapt voor de eerste maal naar adem te Londen op 8 februari 1819. Na een studieperiode aan het King’s College in zijn geboortestad, vertrekt hij als vrij student naar Oxford waar zijn liefde vooral uitgaat naar de poëzie.
In 1843 verschijnt het eerste deel van zijn “Modern Painters” waarin hij met verve de landschappen van Turner verdedigt. Met de stelling dat de, in het atelier in elkaar geflanste, fantasierijke bravourestukjes van de oude meesters (zoals een Claude Lorrain) totaal corrupt en verwerpelijk zijn, schopt hij heel wat gevestigde namen van de Royal Academy  tegen de schenen.  Kunst moet de natuur zo getrouw mogelijk weergeven, minutieus tot in de kleinste details.  De architectuurtraktaten  “The Seven Lamps of Architecture” en “The Stones of Venice” vestigen definitief zijn naam als kunstkenner.
 
In 1848 huwt hij Effie Gray, een huwelijk dat desastreus zal aflopen want zij zet het op een lopen met de schilder John Everett Millais (iedereen die geïnteresseerd is in de pikante details van deze onfortuinlijke verbintenis, verwijs ik door naar de talrijke biografieën over onze held.)
Eind de jaren 1850 legt John Ruskin zich meer en meer toe op politieke commentaren en ontpopt hij zich als een wilde weldoener en een utopisch socialist avant la lettre. Zo verklaart hij, na de dood van zijn vader, dat het onmogelijk is als socialist rijk te zijn waarop hij een groot deel van zijn erfenis wegschenkt aan liefdadige werken (toen had het begrip socialist blijkbaar nog inhoud).
In 1858 ontmoet hij de toen 10 jarige Rose de la Touche, in 1866 verklaart hij haar zijn liefde en vraagt haar ten huwelijk. Zij twijfelt 4 jaar lang of ze op zijn avances zal ingaan en in 1872 komt dan het verlossende antwoord, het luidt “neen”. Een tijdje later sterft ze.
John Ruskin is van deze gebeurtenissen zodanig “van zijnen melk” dat hij er depressief van wordt. Een geschil met de schilder James Whistler dat uitdraait op een rechtszaak is olie op het vuur. Mentaal gaat hij compleet onderuit.
Zijn laatste levensjaren brengt hij door aan de oevers van “Coniston Water” in zijn landhuis Brantwood waar hij op 20 januari 1900 tengevolge van de griep overlijdt.
Volgens zijn wens wordt hij aan de voet van “the Old Man of Coniston” (een berg) op het kerkhof van St. Andrew’s begraven.
Het ontwerp van het grafmonument, een rijk versierd Anglo-Saksisch kruis, wordt toegeschreven aan zijn vriend, de kunstenaar William Gershom Collingwood (Liverpool 6 augustus 1854- 1 oktober 1932) die op dezelfde begraafplaats werd bijgezet.
Het grafteken in groene leisteen afkomstig uit de nabijgelegen groeve van Tilberthwaite werd gerealiseerd door H.T. Miles. De symboliek verwijst naar persoonlijke gebeurtenissen uit het leven van Ruskin. Zo legt de St. Joris op het graf het verband met de door Ruskin opgerichte liefdadigheidsinstelling “de gilde van St. Joris.
   
    
Tekst : An Hernalsteen
Foto's : Dirk Joos