Nieuwsbrief Nr. 47 - maart 2009

Tante Kato ging op reis en zag het mausoleum van president Assad


Hafez al-Assad * 1930-2000 * Qirdaha, Syrië
Lattakia, sinds 1970 door president Assad uitgebouwd tot Syriës belangrijkste havenstad, ligt in het noorden van het land en een mens gaat er naartoe om enkele Romeinse overblijfselen en de site van Ugarit te zien én om de beroemde “burcht van Saladin” te bezoeken. Voor de rest vind ik Lattakia een inspiratieloze stad maar vanwege de logiesmogelijkheden een handige stop. Als je individueel reist, kom je voor verrassingen te staan als gesloten musea of restauraties. Zo zaten we een dag verloren in Lattakia. De bus naar onze volgende bestemming was voor een dag later vastgelegd. Wat gaan we doen ?

Ik had een krantenknipsel bij over opgravingen door de KUL in Jebleh, iets ten zuiden van Lattakia. Buiten het antieke theater viel er weinig te beleven ... behalve een sandaal die volgens de legende nog aan de voet van Johannes de Doper gezeten had. Pech voor iedereen : de sandaal was niet te zien en volgens een C14-datering had hij in het jaar 900 nog aan iemands voet gezeten. Sterk schoeisel in die tijd !

Wat kunnen we nog doen ? Toen hoorden we dat een busje naar Qirdaha reed. In “De Poorten van Damascus” van Lieve Joris had ik gelezen dat Qirdaha het geboortedorp van de familie Assad was en dat Hafez al-Assad, eens president, speciaal gezorgd had voor zijn geboortedorp. Vader Assad was toen net een jaartje dood en hij was bijgezet in het familiegraf. Zullen we ? Hop het busje op naar die negorij.

In Qirdaha was volstrekt niets te zien behalve huizen met zwarte rouwwimpels en de Na’asahmoskee, een vrij groot mausoleum. Na’asah (of Na’esa) was de naam van de moeder van Hafez al-Assad en de moskee was in haar naam gebouwd. Van de buitenkant herinner ik me hoofdzakelijk dat er bloemenkransen en nog eens bloemenkransen waren. Allemaal op driehoekige staanders en allemaal verdroogd. Er waren ook vrij veel bewakers. Geen militairen maar jonge gasten in hun schoonste kostuum. Schoorvoetend naar binnen, naar de stille, koele ruimte. Dankzij de marmeren vloeren, pilaren en wanden was het er inderdaad aangenaam fris. Centraal en een beetje verzonken het graf van de president. Zoals gebruikelijk in de islam is de eigenlijke tombe in een groen doek gehuld. In een hoek staat het veel hogere graf van zoon Basil, die in 1994 omkwam in een auto-ongeluk. Toen we terug buitenkwamen boden de hippe security-jongemannen ons een kopje koffie aan : letterlijk een bakje troost. Straffe troost. Ook voor die twee vreemde eenden.

Toeristen zie je hier nooit en de gesloten gemeenschap van de Alawieten ziet hier alleen mensen van eenzelfde overtuiging. Voor hen is dit mausoleum, opgedragen aan de stammoeder van de Assads een heilige plek. Wie zijn nu die Alawieten? De sekte, gesticht in de 9de eeuw, is een van de vele afsplitsingen binnenin de sjiïtische islam Zij vereren vooral Ali, de schoonzoon en neef van de Profeet : Ali is de incarnatie van God. In de Alawi-sekte zijn sporen te vinden van het polytheïsme én het christendom. Zij geloven ook in zielsverhuizing en de melkweg is samengesteld uit zieltjes van gelovige Alawieten. Daarom waren zij heel boos toen Armstrong op de maan landde. Een soort heiligschennis. In Syrië zijn enkele honderdduizenden Alawieten en de mannen wisten zich in het leger op te werken en langzaam maar zeker de beste postjes te veroveren.

En de rol van de presidentsfamilie hierin ?
In zo’n sfeer groeide Hafez al-Assad op. Hij werd op zestienjarige leeftijd lid van de pas gestichtte Ba’athpartij en ging naar de militaire academie. Zijn superieuren stuurden hem naar de Sovjet-Unie voor een degelijke training als gevechtspiloot. In 1964 werd hij hoofd van de luchtmacht en twee jaar later minister van defensie. Tijdens de Zesdaagse Oorlog met Israël liet Syrië enkele steken vallen en Assad kwam bij de rest van de regering op een slecht blaadje. Wat doet men in zo’n geval ? Een staatsgreep ! Wat doet men als erfgenaam van een land met een wankel regime ? Dictator spelen ! Assad werd eerste minister in november 1970 en na 4 maanden president “voor het leven”. OK, er zijn verkiezingen, maar het is gebruikelijk dat de president 95 à 99,99 % van de stemmen haalt. Op nationaal vlak tekende het bloedbad van Hama zijn beleid : de oude (en opstandige) stad werd platgegooid en ca. 25.000 burgers kwamen om. Assads internationale politiek kunnen we samenvatten in de Jom Kippoeroorlog met Israël, de bezetting van Libanon en de vijandige houding tegenover Saddam Hoessein, toen nog president van Irak. Beide presidenten waren in hun land hoofd van de Ba’athpartij, een partij opgericht door de christen Michel Aflaq (1912-1989) met het doel de religieuze minderheden te groeperen. Alletwee wilden ze de “numero uno” van de Arabische landen zijn en ze stonden elkaar in de weg. Toch koos Assad de kant van Irak in de Iran-Irakoorlog (1980-1988). Zijn houding keerde in 1991. Ik herinner me nog goed Assads woorden toen Saddam Hoessein Koeweit binnengevallen was en de Verenigde Staten steun zochten bij àlle landen : “The enemy of my enemy is my friend” en Assad was even het vriendje van de Verenigde Staten. Lang heeft die vriendschap niet geduurd. Tot zover in een notendop de carrière van Hafez al-Assad. Hij overleed aan een hartaanval terwijl hij aan de telefoon hing met de president van Libanon en hij werd in militaire stijl begraven. Assad sr werd opgevolgd door zijn jongste zoon Bashar.

Bij leven had Hafez al-Assad zijn oudste zoon Basil (1961-1994) als opvolger aangeduid en getraind. Basil was enorm populair en hield van volbloed arabieren en snelle wagens. Volgens de officiële versie stierf Basil aan het stuur van zijn Mercedes. Er gaan natuurlijk geruchten dat een duister iemand een handje toestak ... altijd goed om iemand de status van martelaar te geven. De jongere Bashar (°1965) vervolmaakte op dat moment zijn studies oogheelkunde in Londen en werd teruggeroepen naar Damascus voor een intensieve militaire en politieke training. Sinds juli 2000 is hij president, da’s inmiddels toch ook al negen jaar.

Ik herinner mij een gesprek met een jonge chauffeur / gids, een ware polyglot die we bij ons eerste bezoek aan Syrië (1997) leerden kennen :
“Is Bashar al-Assad een goede president ?”
“Absoluut. Hij bracht internet naar Syrië.”

De foto is in 2008 genomen door Maartje Houbrechts. Er waren geen bezoekers en er waren geen bloemen. Maar de jongemannen in zwart maatpak serveerden nog altijd een kopje koffie.
 
Tekst en foto's : Tante Kato