Nieuwsbrief Nr. 47 - maart 2009

Jaarvergadering Heverleeeen nieuwjaarsbijeenkomst om niet te vergeten


Als laatste Vlaams provincie was Vlaams Brabant gastheer om vzw Grafzerkje te vergasten op de nieuwjaarsbijeenkomst. Onze leden Philippe Theys en zijn echtgenote Marie Therèse zochten en vonden parochiecentrum Pakenhof in Heverlee. Daar troffen 23 leden mekaar om 10 uur voor een rondleiding door ons lid Danny Uten. We mochten alweer buitenlandse gasten begroeten want Jeannette Goudsmit en Rindert Brouwer maakten de verplaatsing van Eindhoven.
Danny Uten ging als eerste naar het mausoleum van kanunnik Armand Thiéry. Dit “zonderling genie” zoals hij de man omschreef was een duizendpoot. Hij studeert af als advocaat, wordt priester kanunnik en professor. Thiéry is de grondlegger van bedevaarten naar Lourdes met speciale treinwagons. Architectuur is zijn passie en hij is nauw betrokken bij de bouw van het Leo XIII seminarie in Leuven. Architect was Joris Helleputte, ook politiek actief als volksvertegenwoordiger en minister en voorzitter van de Boerenbond en het Davidsfonds. Door zijn passie in overdreven versieringen raakt Thiéry in conflict met Helleputte en gaat hij in zee met Jozef Piscador. Het uiteindelijke gebouw wijkt zo ver af van de visie van Helleputte dat die met de hele zaak niets te maken wil hebben. Na W. O. I maakt Thiéry van brokstukken een totaal nieuwe vleugel in de Sint-Geertruiabdij. In 1900 start hij met de bouw van een mausoleum uit glazuurtegels. Onderaan liggen Thiéry, zuster Agnes en Marie de Foy. Danny wees ons op een rood, wit, groene krans. Het heeft niets met Italië te maken, zo vertelde hij ons, maar staat voor Lovania, een Leuvense studentenkring, waarvan Thiéry de oprichter was. Vlakbij de “wenende Madonna van La Salette”. Het verwijst naar een verschijning van een wenende Maria die aan twee herderskinderen verscheen in de Frans Alpen in 1846, twaalf jaar voor Lourdes.
  
  
Vandaar allemaal in wagens naar de begraafplaats van de zusters Annunciaten. Hier vertelde Danny ons van Johanna van Frankrijk, niet direct moeders mooiste, de jongste dochter van Louis XI. Zij stichtte, na een mislukt huwelijk, de Annunciaten. Deze orde wijdde zich aan de “tien deugden van Onze-Lieve-Vrouw”, die door onze leden naadloos werden opgezegd (het kan ook zijn dat Danny ze ons vertelde). In een latere periode speelde pastoor De Clerck een rol in deze zustergemeenschap en nog later werd kanunnik Temmerman hoofd van het Heilig-Hartinstituut van Heverlee en wordt zuster Bertille moeder-overste. Zij bleek nogal koppig te zijn er ze werd vervangen door zuster Alfonsine. Danny vertelde hier het verhaal van de “valse” koning Boudewijn die de zuster Annunciaten met een bezoek vereerde. Het bleek een studentengrap te zijn. In het gezelschap studenten bevond zich ook de latere PS-politicus Guy Spitaels. Tijdens de rondleiding versprak Danny zich en hij vernoemde André Cools. Hij vergiste zich gewoon van gangster maar Danny Uten stond er toch op om zich, via deze Nieuwsbrief, voor zijn vergissing te verontschuldigen. Dat de wereld klein is werd hier ook maar eens bewezen: de jonge koning Boudewijn werd vertolkt door een dubbelganger: Hugo Engels en die ligt denkelijk, wordt nog onderzocht, op de begraafplaats van Berchem. 
Terug in de wagen naar het War Cemetery. Hier liggen bijna 1000 slachtoffers, het merendeel afkomstig van het Britse Commonwealth maar ook één Amerikaan en 11 Polen. Opmerkelijk waren een zestal graven voor vrouwelijke militairen. Niet alleen in de verpleging waren die actief maar ook bij de administratie. Deze dames kwamen om in een auto-ongeval. Ook zijn er een aantal gesneuvelden uit W. O. I aanwezig afkomstig van verschillende omliggende gemeenten. Bij het verhaal van Lord Frederic Cambridge, de neef van de Britse koning George, speelde de moderne techniek Danny parten. Hij had het over 30 mei 1940 als overlijdensdatum terwijl alle toehoorders op het graf 15 mei vermeldt zagen staan. Wat bleek: Danny had al zijn informatie in een Excelbestand gestoken en bij onze Lord stond "30    15    05    1940". Bij het overtypen van de informatie stond er plots 30/05 op het papier van Danny. Bij gevechten om Leopoldsburg kwamen veel Coldstream Guards om het leven. Hier vertelde Danny Uten het verhaal van piloot Robert Meiklejohn en navigator Charles Redwood. Hun vliegtuig werd getroffen door hauptman Siegfried Wandam. Meiklejohn slaagde er in om de neus van het Stirlingvliegtuig op te trekken zodat het Limburgse Achel aan een ramp ontsnapte. In Achel werd een herinneringkapel opgericht voor beide helden.
   
  
Als laatste stond begraafplaats “De jacht” geprogrammeerd. Hier gaf Danny wat informatie over burgemeesters Stanislas De Ryck en Frans Cnops. Na een bezoek aan het graf van architect Louis Van Arenberg werd afgesloten bij de graven van ministers Jules de Trooz en Frans Van Mechelen. Danny Uten die met deze rondleiding aan zijn “maidentrip” was mag zeker gelukgewenst te worden met zijn gidsbeurt. Hij sprak duidelijk, wist zijn publiek te boeien met op regelmatige basis een of andere anekdote er tussen te werpen, betrok regelmatig de toehoorders bij de rondleiding en was stevig gedocumenteerd. Proficiat Danny, doe zo verder.
  
Onze An zorgde voor broodjes en verse soep en die werden goed naar binnengespeeld. Er werd al wat gebabbeld en, weer met de wagen, ging het richting rouwcentrum Pues. We werden er ontvangen door de zaakvoerder, de heer Gilbert Pues. Hij wist te vertellen dat zijn grootvader in 1900 met het bedrijf startte. Toen was het beroep feitelijk wagenmaker en zorgde die enkel voor het vervaardigen van de doodskist. De rest, zo wist Gilbert Pues, ons te vertellen was “burenplicht”. Het was de plicht van de buren om iedereen uit te nodigen tot het bijwonen van een begrafenis, het was ook onvoorstelbaar dat een uitnodiging om drager te zijn bij een uitvaart afgewezen werd. Het werd beschouwd als een eer om dit te mogen doen. De vader van de heer Pues schafte zich in 1950 een eerste auto-lijkwagen aan. Wegens de toenemende hulpeloosheid bij de nabestaanden stond het bedrijf die meer en meer bij. Werd de overledene thuis opgebaard of moest hij naar een funerarium? Wordt er begraven of gecremeerd? Is er een wilsbeschikking? Er werden een eerste keer een aantal vragen gesteld aan zaakvoerder Pues en die geraakte stilaan meer en meer op dreef ook al omdat zijn publiek echt geïnteresseerd bleek. Kan moeilijk anders met zulke leden. Gilbert Pues haalde ook het huidige te kort aan crematoria aan met wachttijden tot gevolg en ook de daaruit voortvloeiende problemen omdat bijvoorbeeld in Leuven iemand binnen de zeven dagen begraven dient te worden. De tegenwoordige situatie wordt er ook niet eenvoudiger op zo poneerde Gilbert Pues zeker door de “nieuw samengestelde gezinnen” en de onduidelijkheden inzake het thuisbewaren van urnen. De geboden mogelijkheid om niet meer in een kist hoeven begraven te worden is zeker geen financieel interessante oplossing door de hoge eisen dat aan lijkwaden gesteld wordt. De heer Pues beantwoordde de talrijke vragen en beaamde dat hij het een schandaal vond dat voor “doodsprentjesjagers” alle middelen goed zijn om aan meerdere prentjes van honderdjarigen te geraken. Hij kende zelfs een man die een doodsprentje ging afhalen, naar zijn wagen stapte om een andere anorak aan te trekken en dan terugkwam voor een tweede prentje. Ook worden vaak doodsprentjes uit de handen van zijn personeel gerukt. Zielig toch? Meer dan 90 minuten na aanvang besloot de heer Pues zijn betoog voor een meer dan geïnteresseerd publiek met de wijze woorden van een man die echt met zijn vak begaan is en geen geldwolf is zoals sommige hedendaagse grote ketens: “Eindelijk zou je beter blijven leven”. Een wijsheid. Dan maakte Gilbert ook nog de nodige tijd vrij om ons rond te leiden door zijn bedrijf. Het was verbluffend hoe rein alles hier was maar ook hier ging Gilbert Pues geen enkele vraag uit de weg aangaande behandeling van een overledene. Hij sprak over balsemen, over hoe alle “lekkages” tegen te gaan en over de middelen die men bezigde om de aflijvige er op zijn best te laten uitzien, ook op zijn doodsbed. Heel sereen werd ons zelf de koele ruimte getoond en de drie dames die daar vredig rustten lagen daar heel respectvol opgebaard.
Tekst en foto's : Jacques Buermans