Nieuwsbrief Nr. 46 - januari 2009

Rouwen en gedenken in de 19e eeuwOns lid ANNEKE HAASNOOT bezocht voor ons de tentoonstelling in het Simon van Gijnmuseum te Dordrecht


Simon van Gijn, (1836-1922) bankier en verzamelaar te Dordrecht, bepaalde dat na zijn dood zijn woonhuis een museum moest worden en aldus geschiedde. Wie eenmaal binnenstapt in het monumentale pand en door de stijlkamers dwaalt, waant zich honderd jaar terug in de tijd.
Buiten de permanente exposities, zijn er de actuele. Van 15/11/08 tot 05/04/09, is dat ‘Vergeet mij niet…’ over rouwen en gedenken. Het museum aan huis is dan grotendeels in de rouw.
In Nederland is door de multiculturele samenleving de dood in de loop van de tijd wat minder taboe geworden. We maakten kennis met andere wijzen van rouwen en dat leidde tot de ontdekking dat er tal van mogelijkheden zijn om de wensen van de mens omtrent uitvaart in te willigen.
 
Er is op deze expositie confronterend werk te zien van fotografe Marry Bot. Zij laat de bezoeker kennismaken met afbeeldingen van de uitvaart in andere culturen naast die van ons. Dit kan de bezoeker shockeren, indien deze nog niet eerder kennis nam van haar werk. Van rituele wassing en overvloedige maaltijd tot aan het oplaten van witte ballonnen; het scheelt nogal vergeleken bij de op calvinistische en politieke zuilen geënte tradities van weleer. De plak cake, of de belegde broodjes, worden bij een Hollandse nazit steeds vaker vervangen door kleine gebakjes en bonbons. De vrouw als drager van de kist is anno 2009 geen probleem en de uitvaartondernemingen rijzen als paddestoelen uit de grond.
 
Haar als aandenken
 
Opvallend is dat in de 19e eeuw veel met het haar van de overledene werd gedaan. Dit werd bewaard of verwerkt in allerlei voorwerpen, zoals: broches, kruisjes, armbanden, medaillons, ringen, kransen en kettingen. Haarsieraden werden op een gegeven moment gedragen in alle lagen van de bevolking.  
Haar is een zeer persoonlijk iets.  Dat geldt voor heel veel culturen. Zo verliest in het bekende Bijbelverhaal Simson zijn lange haar en daarmee zijn kracht vanwege Delilah.
Indianen scalpeerden hun slachtoffers als symbool voor hun overwinning. Haar werd kortom gezien als zetel van de ziel en van het leven.
 
Haarwerkjes werden in de 19e eeuw veelal door kappers vervaardigd, maar men was bang  niet het juiste haar (dat van de geliefde overledene) te  krijgen. Uitkomst boden de patroonboeken die in zwang kwamen. De dames uit de gegoede stand konden daarmee zelf aan de slag. Ze waren daardoor verzekerd van een aandenken van de juiste persoon.
Er werden uitzonderlijk mooie resultaten bereikt, met name in haarwerkschilderijen. Met waterverf schilderde men de achtergrond op perkament, papier, melkglas of hout. Grafzerk, grafschrift, engel en treurwilg, struiken en gras waren telkens terugkerende elementen, gemaakt van haar!  Ook hedendaagse kunstenaars maakten werken met mensenhaar voor deze expositie. Truike Verdegaal en  Francis Wilemstijn zijn vertegenwoordigd met een pinkring en een collier.
 
Naast haarwerk kunst is er veel ruimte vrijgemaakt voor vitrines met gitzwarte rouwsieraden (git is fossiele houtskool) als oorbellen, broches en kettingen, zowel van Engelse als Franse git. De laatste soort is diepzwart. Antraciet, dat ook wel werd gebruikt, is bruiner. Constanze Schreiber echter, maakte een vanitas armband van kleine schedeltjes.
 
bron: persmap museum
 

Uiterlijke naast innerlijke rouw


Toen de echtgenoot van de Engelse Koningin Victoria overleed, brak er een zware tijd aan voor koningin en vaderland. Omdat zij het verlies nauwelijks aankon, besloot ze voor lange tijd zwarte kleding te dragen en zich terug te trekken uit het openbare leven.. Dit, om ook naar buiten toe te kennen te geven dat ze in de rouw was.
Zij zette daarmee de toon voor een bepaalde rouwmode met alle daarbij behorende accessoires en attributen. Het Verenigd Koninkrijk was een wereldrijk met zijn kolonieën. Het was belangrijk voor de hele wereld hoe men daar over dingen dacht. Dat gold zeker voor zeden, gewoonten en- mode.

Natuurlijk kon de onderklasse zich een dergelijke luxe van uiterlijkheden niet permitteren. Voor het gewone volk bleef het meestal bij het dragen van een rouwband of het zwart verven van de dagelijkse kleding. The upperclass en gegoede burgerij echter, deden volop mee. Er verschenen zelfs tijdschriften met de laatste nieuwtjes op rouwmodegebied. Deze drongen ook door tot het negentiende eeuwse Nederland. Natuurlijk geldt ook hier dat cultuurgoed daalt, zodat steeds meer mensen vertrouwd raakten met rouw en de daarbij behorende nieuwe gewoonten.

Het kon gebeuren, dat een bruid een zwarte jurk droeg, waarbij een witte sluier dan wel mocht. Men gaf dus uiterlijk blijk in welke fase van rouw men zich bevond.

bron: persmap Museum


Dat was bij dames zichtbaar door de witte rouches en corsages die op een gegeven moment de zwarte kleding wat begonnen op te fleuren en door het gebruik van zwart met grijze waaiers in plaats van puur zwarte.

Natuurlijk ontbreken ook rouwsluiers en- hoedjes niet in huize van Gijn.
Voor de heren werd alleen zwart voorgeschreven. Inclusief een zwarte pluim op de hoed en een te dragen zwarte horlogeketting.
Voor heren gold een veel kortere rouwperiode dan voor dames. Drie maanden tot een jaar was voor hen gebruikelijk. Een vrouw werd geacht minstens anderhalf jaar te rouwen.
Ook kinderen droegen rouwkleding, in de zomer witte met zwarte details, in de winter grijze.

Ook is in een van de stijlkamers een opbaring nagebootst: een zwarte kist met het rouwkleed van het zakkendragersgilde. De aanzeggerssteek (hoed), de kistlinten en handschoenen voor de dragers liggen erbij.

De post mortem afbeelding


Verder zijn er schilderijen te zien van gestorvenen, waaronder dat van een vierling van wie één kind overleed. Arie Scheffer schilderde zijn overleden moeder

Door de opkomst van de fotografie, werden de eerder genoemde memorieobjecten verdrongen.
Na 1880 werd het gebruikelijk een dood kindje mooi aangekleed en met gesloten ogen op de schoot van de moeder te zetten en dan te fotograferen. Deze post mortem afbeeldingen werden meestal ter herinnering weggegeven aan vrienden, familie en bekenden.

Bidprentjes, rouwkaarten, een krans van rouwkaartjes en prenten over begrafenisstoeten en grafkelders uit de Atlas van Gijn, plusrouwserviezen, ze zijn allemaal te zien in dit bijzonder sfeervolle pand te Dordrecht.

Tekst :Annele Haasnoot
Afbeeldingen : Simon van Gijnmuseum te Dordrecht


Om de twee weken worden er op donderdagavond lezingen en rondleidingen gegeven. U kunt zich hiervoor tijdens kantooruren aanmelden bij mw. Lia de Voogd. Tel. 078-648 2145.
Data in 2009: 15 januari, 29 januari, 12 februari, 26 februari, 12 maart en 26 maart.

Simon van Gijn
Museum aan huis
Nieuwe Haven 29-30
Dordrecht

www.simonvangijn.nl
Openingstijden:
van dinsdag tot en met zondag van 11.00 tot 17.00 uur.
Tel. 078-639820
Toegangsprijzen
Tot 12 jaar gratis
MK, ICOM, Vereniging Rembrandt gratis
Volwassenen € 6,00
65+ € 4,50
Groep vanaf 15 personen, p.p. € 5,00
12 t/m 18 jaar, CJP, Docentenpas € 3,50
Schoolgroep V.O. vanaf klas 3, p.p. € 1,50
Jaarkaart leerling V.O. vanaf klas 3 € 3,50
Rolstoelgangers
Het museum is zeer goed toegankelijk voor rolstoelgangers.