Nieuwsbrief Nr. 46 - januari 2009

Tante Kato ging op reis en zag het graf van Auguste MarietteAuguste François Ferdinand Mariette * 1821 - 1881 * Caïro, Egypte


Drie keer ben ik naar het Egyptisch Museum in Caïro geweest en drie keer heb ik voor het graf van Auguste Mariette gestaan. De eerste keer kende ik de man niet, noteerde hem als oprichter van het museum en klasseerde hem bij egyptologen als Champollion, Carter, Borchardt en Maspero. Met andere woorden : veel leerstof en moeilijk te onthouden ! De tweede keer had ik wat anders aan mijn hoofd, namelijk Alexander de Grote en diens Ptolemaeën-dynastie. De derde keer ging ik hem speciaal groeten want ik was eindelijk in zijn geboortestad Boulogne-sur-Mer in Noord-Frankrijk geweest -hoe dichter bij huis, hoe minder snel men er komt- en de boulonnais was niet langer een naam als een andere. De man begon vorm te krijgen, waarvan nu verslag.

Boulogne-sur-Mer was in Romeinse tijden een belangrijke haven en wisselde in die 500 jaren (van de eerste vòòr tot de vierde eeuw na) enkele keren van naam : Portus Itius, Gesoriacum en Bononia. Op het grondplan van het oude castrum en zijn gallo-romeinse muur werd in de Middeleeuwen een versterkte stad gebouwd. De vesten zijn nog steeds te bezichtigen en op de boulevard naast die stadswallen werd in 2005 een piramide gebouwd. De boulevard kreeg de naam van Boulognes belangrijkste inwoner. De piramide wordt bekroond met een standbeeld (van 1884) van Auguste Mariette. Hij wordt afgebeeld als een echte pasha in negentiende eeuws Egyptisch tenue, de rechterhand nonchalant rustend op een faraohoofd. Een fries vermeldt zijn Egyptische opgravingen zoals Edfu, Dendera, Ezna, Abydos en aan de voeten van de piramide rust een sfinx.

In deze stad met een roemrijk verleden en in een tijd dat Frankrijk in de ban was van de egyptomanie werd Auguste Mariette geboren. Napoleon had het land veroverd en verloren maar bij elke spadesteek ontdekten schattenjagers tempels, sfinxen, goud, mummies, beelden, een beeldschrift dat een enkeling nog maar pas kon lezen, ... In die tijd kon je noch egyptologie noch archeologie studeren; alle kennis moest via zelfstudie komen. Auguste was van jongsaf ondernemend. Op achttienjarige leeftijd trok hij bijvoorbeeld naar Engeland om er Frans te onderwijzen en zelf leerde hij Koptisch, de “vergeten” taal van de Egyptische christenen. Toen hij achtentwintig was kreeg hij een jobke aangeboden bij het Musée du Louvre. Het museum zat te azen op manuscripten uit het Midden-Oosten, meer specifiek op Egyptische en daarvoor moest iemand ter plekke, vooral in de Koptische kloosters, gaan zoeken. Maar het vet was al van de soep. Het beste was al in handen van concurrenten en onervaren als hij was, kon hij zijn opdracht niet volbrengen. Dus maar wat gaan dolen in de woestijn en ... om een lang verhaal kort te maken : Auguste Mariette vond waarvoor hij niet gekomen was, namelijk faraonische sites. Zijn eerste wapenfeit was het Serapeum in Saqqara : een ondergrondse begraafplaats voor de heilige stier Apis/Serapis. Auguste Mariette kon duizenden (zesduizend volgens de catalogus van het museum) antieke stukken uit diverse vindplaatsen van de Nijlvallei naar Parijs sturen en het Louvre moet hem eeuwig dankbaar blijven. Na deze suksessen bood de Egyptische regering hem de baan van Directeur van Oudheden aan en kon hij zijn familie bestaanszekerheid geven in de Egyptische hoofdstad. Vanaf dan ging alles officieel. De antieke stukken bleven in eigen land en de illegale handel werd aan banden gelegd. Een beetje toch. Hoewel ... corruptie is van alle tijden en Auguste Mariette moest de khedive (onderkoning van Egypte en vertegenwoordiger van de Osmaanse sultan) wel eens op de vingers tikken want anders verdwenen de schoonste stukken naar diens privévertrekken.

In 1858 werden de antieke vondsten opgeslagen in het Boulaq Museum, eigenlijk meer een depot in de oude noordelijke haven van Caïro. In 1878 leed die opslagplaats tijdens een overstroming heel veel waterschade. Het “museum” moest de deuren sluiten en jammer genoeg werd het merendeel van Mariettes aantekeningen eveneens vernietigd. In 1890 werd het museum richting stadscentrum verhuisd, eerst naar een paleis en uiteindelijk in 1902 naar het huidige Egyptisch Museum. Misschien is Mariettes grootste verdienste wel dat het patrimonium ter plekke moest bewaard worden, waarmee hij een halt toeriep aan mogelijke plunderingen en de tot dan toe gebruikte praktijken om gevonden stukken naar het buitenland te sturen.

Iedere egyptoloog, iedere opera-liefhebber weet dat Auguste Mariette aan de basis lag van Verdi’s opera Aïda. Ik niet, moet ik in alle eerlijkheid toegeven. Aïda was zijn concept en hij ontwierp decor en kostuums. De opera ging op 24 december 1871 in première. Sommigen vertellen graag dat die in première moest gaan ter gelegenheid van de opening van het Suezkanaal (november 1869) maar dat Mariette met decor en kostuums geblokkeerd zat in Parijs vanwege moeilijkheden die betrekking hadden op de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871. Anderen betwijfelen dat omdat Verdi nooit een opera in opdracht van iemand en / of ter gelegenheid van een evenement zou geschreven heb. Wat er ook van zij : het verhaal wil dat Auguste Mariette zijn steentje bijgedragen heeft aan ‘s werelds beroemdste opera.

In 1879 kreeg Mariette de eretitel pasha. In de lente van 1881 was hij totaal uitgeput van het harde labeur in dit moeilijke klimaat. Hij was al jaren diabetespatiënt en op het einde van zijn leven zo goed als blind. Hij zorgde zelf voor een opvolger : de Fransman Gaston Maspero. Kwestie van de Engelsen voor te blijven. Hij overleed in Caïro en werd zoals hij het zelf gewenst had vòòr “zijn” museum begraven. Zijn stoffelijk overschot werd in 1902 overgebracht naar de voortuin (links vooraan) van het huidige Egyptisch Museum van Caïro waar hij in een grijze marmeren sarcofaag begraven werd. Rond die sarcofaag staan in een halve cirkel op witte zuiltjes de bustes van zijn opvolgers.
Centraal staat het bronzen standbeeld, gedecideerd de armen gekruist, van deze pionier van de egyptologie. Zoals het in zijn tijd paste met de typische fez of tarbouche. Op de sokkel staat “A Mariette Pacha, l’Egypte reconnaissante”.

Egypte spaart al jaren voor een nieuw museum dat met steun van Japan in de buurt van het plateau van de piramides van Giza zal gebouwd worden. In de stad blijven vijfduizend meesterwerken achter. En Mariette ? Blijft hij in de stad of verhuist hij mee en zal hij ooit rusten in de schaduw van het tien meter hoge beeld van Ramses II. Ik zei wel : Ooit.
 
Tekst en foto's  : Tante Kato.