Nieuwsbrief Nr. 46 - januari 2009

Diehard Grafzerkjes bezoeken de begraafplaats van BlankenbergeOnze Johan Moeys maakte volgende impressie van het bezoek aan de begraafplaats van Blankenberge


Na een gesmaakt bezoek aan de steenkapper Potier (zie verslag van An) stapten we gezwind naar de begraafplaats. We wandelden voorbij de nieuwe Sint-Antoniuskerk, die ver genoeg van de zee gebouwd en herbouwd werd. De oorspronkelijke kerk van Blankenberge was destijds in zee verdwenen, vandaar de nieuwe locatie. Het kerkhof van die nieuwe kerk bracht men over naar de begraafplaats wat verder op. Pikant detail: de begraafplaats lag buiten de gemeentegrens van Blankenberge, waardoor de Blankenbergers tol moesten betalen om naar de begraafplaats te mogen gaan.
Ondertussen vond ene van boven het nodig om eens te laten zien wat hij in huis had: stevige wind, sneeuw, kou… Her en der liet een paraplu het afweten. Onze gids moest noodzakelijkerwijs zijn demonstratiemapje in zijn tas houden. Notities nemen was onbegonnen werk. De oorspronkelijke verslaggeefster kon niet anders dan forfait geven.
Blankenberge zit nog ver van een funeraire cultuur zoals de Grafzerkjes al jaren kennen. Woorden als hergebruik of overname zijn er vieze woorden. Als het van de bevoegde personen afhangt, wordt alles op tijd en stond geruimd. Doch stilaan groeit de groep mensen die er de meerwaarde van inzien. Zij proberen mooie of belangrijke graven te redden. Concrete ideeën zijn het bewaren van de centrale gang en het inrichten van een lapidarium (klein museumpje). Het verval is groot, maar er is potentieel.

Op een van de stèles staat om mooie foto van een jongetje op zijn fiets. Mooi maar tragisch. Wat verder vinden we nog een van de weinige blikken trommels met bloemen, ook wel graftrommels genoemd. Zo fragiel. Blankenberge kent nog enkele keukengraven, met de typische zwartwit-mozaiek.
 Op het ereperk liggen mensen die in uitoefening van hun beroep gesneuveld of overleden waren. We kregen het trieste verhaal van twee politieagenten die een pakje vonden voor de deur van het politiecommissariaat. Er zat een bom in, die in twee tijden ontplofte. Twee agenten sneuvelden, enkele anderen waren gewond. Je vindt er ook diverse redders die hun leven gaven om anderen te redden uit de zee.
Het kinderperk op het nieuwe gedeelte heeft een mooi gestileerde ingangsplaat, een knuffelbeer die tegelijk aanwezig en afwezig is. Dokter Pillen, medewerker van het Rode Kruis en fervent zeiler heeft een houtsnede in de vorm van een kruis op zijn graf. Hierin is een esculaap gesneden. Her en der zien we graven uit het atelier van de steenkapper die we daarnet bezocht hadden.
Ook in Blankenberge is een perk voorzien voor de gesneuvelde militairen. Op het Britse perk ligt ook een niet-Brit. De gids vertelde dat hij een Poolse soldaat was. Doch op de grafzerk stond Noorse staatsburger. Hij heeft in elk geval zijn leven gegeven door hier te sneuvelen.
Sommige naamcombinaties verleiden tot een monkellachje. Wat denk je bijvoorbeeld van de heer en mevrouw Lapin-Dewulf (een konijn en een wolf samen in het graf)? Tussendoor stoot je op mooie Art Déco-versieringen.
Destijds heeft men een gedeelte van het kerkhof van de Sint-Antoniuskerk opgegraven om de steenweg recht te trekken en de verzamelde beenderen herbegraven. Het monumentje voor deze mensen staat er nog, doch het kruis is er al afgevallen. Voorlopig ligt het nog achter het monument, wie weet hoe lang nog. Op het oude kinderperk kregen we wederom een tragisch verhaal. Vijf kinderen die destijds eindelijk een ijsje kregen, stierven hier later aan, want het ijs was vergiftigd. Vermoedelijk met salmonella. Verkeerd of onvoldoende ingevroren, minder strenge hygiënische normen destijds, gebrekkige kennis…

Het weer bleef guur, met een korte opklaring. Na de beproeving (wat het weer betreft) begon het zacht te sneeuwen. De wind stak terug op. Omdat een mens toch één keer de zee wil zien, trok ik met gezwinde pas, pet voor de ogen, sjaal over mond en neus, handen diep in de zakken naar het strand. Ik snap niet wat mensen zo naar de zee trekt, ik vond er weersgewijs weinig aan. (De laatste zin is een grapje).

Tekst en foto's : Johan Moeys