Nieuwsbrief Nr. 46 - januari 2009

Bezoek aan steenkapper PotierOnze An Hernalsteen maakte volgende impressie van het bezoek aan het steenkappersatelier


BLANKENBERGE
Voor de gelegenheid herdoopt tot  IJSBERGEN, te situeren op Groenland
Een elite van 10 uitverkorenen (waarvan één met arm in gips) troepte tegen 10u30 samen in het Blankenbergse station. Met een “Cis in vorm” op kop trok dit keurkorps richting steenkapperatelier. (Wie er deze keer niet bij was, had driewerf ongelijk).
De familie Potier heeft haar wortels in Sprimontse grond, maar Noé (1893-1960) zakte af naar Oostende om er aan de Pier en Paul kerk te werken. De zeelucht heeft blijkbaar op nietsvermoedende Waalse zielen een amoureus effect want Noé werd verliefd op Lisa Lefevere, een West-Vlaamse Schone en huwde haar in 1907. Zoon Raymond kwam een jaar later in Oostende ter wereld. In 1909 verhuisde het jonge gezin naar Blankenberge en vestigde zich aan “den ijzeren weg” wat enorm handig was aangezien het te bewerken materiaal per trein werd aangevoerd. Tijdens WO I lag het bedrijfje noodgedwongen stil maar in 1919 startte men moedig opnieuw en breidde het werkterrein uit tot over de ganse kuststreek.
Raymond (1908-1973), ondertussen gehuwd met Maria Seghers, nam de zaak over in 1937. Dat het leven niet alleen uit stenen kappen bestaat, bewezen de vijf kinderen.
In 1973 kwam de derde generatie Potier aan het bewind. Jean Pierre (°1946), gehuwd met Cecile Vandenberghe, nam de teugels in handen. Hij stopt er nu mee en gaat met pensioen want het ambachtelijke kapwerk krijgt tegenwoordig geen kans meer. De invoer van de “pre-fab woningen” uit Zuid-Oost Azië (4 plintjes en een deksteen waarvoor men stukken van mensen betaalt) heeft de handenarbeid van onze begraafplaatsen verbannen.
De familie bewaakt een schat van een archief, niet alleen de bedrijfspapieren werden zorgvuldig bewaard maar ook de modelboeken van oa de firma Rombaux-Roland  waar ik direct mijn begerige blikken liet op vallen. (zonder succes overigens)
Toen werd het tijd voor het echte werk. Eerst kregen we staaltjes te zien van de verschillende manieren om blauwe hardsteen te bewerken, gevolgd door een heuse demonstratie.
Gezeten op een éénpotig wiebelstoeltje kapte de heer Potier er lustig op los waarbij beitels van allerlei slag de revue passeerden. Nadien werd getoond hoe men met een speciale inscriptiemachine de naam van een illuster persoon uit ons selecte groepje uit de steen haalt. Wie het resultaat met mijn naam erop wil aanschouwen, moet naar Cis . Hij kreeg dit verzamelobject in tijdelijke bruikleen. Hij heeft wel beloofd dat iedere bezoeker aan het kleinood taart en koffie zal voorgeschoteld krijgen.
Door al onze vragen en interventies was dit bezoek ferm uitgelopen, de begraafplaats wachtte.
Neuzen, vingers, oren werden geteld; niets ontbrak. Er stak nog altijd maar één arm in het gips; geen ongelukken op de werkvloer dus.
Buiten werden we geconfronteerd met een ijzig, snijdende zeebries, windkracht 10, hand in hand gaande met een Siberische sneeuwstorm. Verder nota nemen was onmogelijk wegens dode vingers, nat papier, heroïsch gevecht met een alle kanten uitwaaiende paraplu. (dank zij dit hemels weertje is Blankenberge een modern kunstwerk rijker met als titel “Fuchsia kleurig baleinengeval aan flarden - in vuilnisbak”). Sommige van onze Zerkjes kregen stilaan het uitzicht van een expeditielid richting Zuidpool. Cis, moedig leider van deze overlevingstocht, was echter onstuitbaar. Eerlijk gezegd verdienen wij, 11 dapperen, een eremedaille voor bewezen diensten aan de vereniging. WIJ hebben de naam van onze vzw hoog gehouden, zij het met gebogen hoofd omwille van de snerpende, ademafsnijdende wind. Het nieuw lid was, denk ik, ferm onder de indruk van zoveel uithoudingsvermogen.
Wat mij bijgebleven is, zo maar losweg uit het vuistje. Dumon, bouwer van dijken en havens.
Een Flandrien, in mini-uitvoering, op zijn driewielertje. Een bescheiden dokter, voor de buitenwereld verborgen onder een struik. Een ongelooflijk aanbod van keuken- en badkamergraven. Het familiegraf van onze steenkapperfamilie. 
 
Redders die omkwamen toen een Frans schip verging. Politiemannen die in 1919 omkwamen bij een terroristische aanslag.
Het heldenhuldezerkje van de man die Vlaanderen naar de radio leerde luisteren, enz.
Tekst : An Hernasteen (Kuifje met ijspegeltjes aan de neus)
Foto's : Dirk Joos
Ps  Deze begraafplaats is toch de moeite waard, ik zet ze op mijn persoonlijk zomers programma want zeker voor herhaling vatbaar.