Nieuwsbrief Nr. 45 - november 2008

Tante Kato ging op reis en zag de gisant van Aliénor d’Aquitaine


“Fontevraud, waar Engelse koningen thuis zijn”. De abdij van Fontevraud ligt drie kilometer ten zuiden van de Franse koninklijke stroom Loire, meestal in één adem genoemd met zijn kastelen. In deze abdij liggen enkele grote namen uit de Engelse geschiedenis begraven. Om dit stukje niet te zwaar te maken beperk ik mij tot spilfiguur Aliénor d’Aquitaine en geef ik slechts een summiere opsomming van de anderen. Aliénor d’Aquitaine was een adellijke dame die twee maal koningin werd. Eerst van Frankrijk en na haar echtscheiding van Engeland. Wie doet het haar na ? Een Duits troubadour bezong Aliénor “Al was de hele wereld van mij, van de zee tot de Rijn, ik zou alles weggeven als de Engelse koningin voor één dag de mijne kon zijn”. (Vrij vertaald door ondergetekende) 
Als kind al was Aliénor d’Aquitaine erfgename van het zuidwesten van het huidige Frankrijk. Een geschikte bruid voor Louis le Jeune, de kroonprins van Frankrijk. Daarmee konden haar gronden bij die van het kleine koninkrijk Frankrijk gevoegd worden. De jongeren (zij zeventien, hij zestien) trouwden met grote sier in Bordeaux en datzelfde jaar werd haar man gekroond tot Louis VII. Er werden twee dochters geboren en geen mannelijke erfgenaam. In 1152 werd de scheiding uitgesproken en Aliénor was weg met haar gronden en kastelen en werd terug de meest gegeerde partij van West-Europa. Frankrijk was nu weer een heel stuk kleiner en recht evenredig zwakker. Politiek gezien was het geen slecht idee als Aliénors immense gebied bij Engeland kwam. Zo geschiedde. Acht weken na haar Franse echtscheiding trouwde Aliénor met de dertien jaar jongere Henri Plantagenêt, die in 1154 een nieuwe dynastie op de Engelse troon bracht. Plantagenêt is afgeleid van planta genista, Latijn voor bremtwijgje, hun insigne. King Henry II en Queen Eleanor spendeerden meer tijd in hun cultureel meer hoogstaande thuisland Frankrijk. Als u zich afvraagt waarom ik de schrijfwijzes Henri / Henry en Aliénor / Eleanor door elkaar gebruik : de eerste moet men op zijn Frans uitspreken en de tweede is de Engelse schrijfwijze en uitspraak. Het huwelijk van Aliénor en Henri was bijzonder vruchtbaar : vijf zonen en drie dochters. De meest bekende zonen zijn Richard Leeuwenhart en Jan zonder Land, twee strijdende broers die we allemaal kennen uit jeugdboeken en televisieseries als Ivanhoe en Robin Hood. Enfin, we hoorden over de zwaar overdreven heldhaftige, maar immer afwezige koning Richard, want die streed in het Heilig Land voor de goede zaak. Zijn op de kroon azende valsaard van een broer Jan zonder Land kregen we wél te zien.

Aliénor, tien keer moeder, haar laatste bevalling op zesenveertigjarige leeftijd ... reisde de toen bekende wereld af en had het hard te verduren met haar brutale tweede echtgenoot. Die gooide haar gedurende zestien jaar de gevangenis in om met zijn lieven de bloemetjes buiten te zetten. Aliénor, een taaie tante en gewoon zich te mengen met de politieke aangelegenheden, trok zich uiteindelijk vaker terug in de abdij van Fontevraud waar ze in 1204 op vierentachtigjarige leeftijd overleed. Ik durf koninginmoeder Aliénor te vergelijken met de latere Queen Victoria. Beider kinderen en kleinkinderen zwermden uit over de Europese vorstenhuizen, trouwden en zorgden voor de voortplanting. Nazaten van Aliénor werden koningin van Castillië, Frankrijk, Schotland, Sicilië en het Heilig Roomse Rijk. Ik heb er de afstamming van de huidige Britse koningin op nageslagen en inderdaad de majesteiten Victoria en Elizabeth II stammen in rechtstreekse lijn af van Aliénor.

Fontevraud wordt vanwege de koninklijke graven “Le Saint-Denis des Plantagenêts” genoemd. De eerste abdij dateert van 1101 en een tante van Henri II was er abdis. Het klinkt misschien raar dat de abdij gemengd -maar mannen en vrouwen netjes gescheiden- was en dat aan het hoofd een abdis stond. Geëmancipeerde middeleeuwen. In de 12de eeuw verbleven er tot 600 adellijke dames en heren en werd er wel eens ambras gemaakt. De koninklijke necropolis vindt men in de romaanse Sainte-Marie abdijkerk. Centraal staan vier gekroonde gisants, elk een meesterwerk van funeraire kunst : Koningin Aliénor rust op een rood praalbed en heeft een gebedenboek in de handen. De twee andere polychrome stenen gisants van de 12de-13de eeuw zijn die van gemaal Henri (1133-1189) met zwaard in de rechterhand en lievelingszoon Richard (1157-1199). De vierde is de houten gisant van schoondochter Isabelle d’Angoulême (1186-1246), tweede vrouw van Jan zonder Land (1166-1216). Deze vier roodblauwe gisants waren de echte graven maar tijdens de Franse Revolutie werden de lichamen opgegraven en de beenderen in ‘t rond gestrooid. Enfin, dat wordt gezegd. Met de abdij verging het slecht : vanaf 1817 en dat gedurende bijna 150 jaar was het een gevangenis. Ook dàn gemengd maar goed gescheiden. Op het hoogtepunt verbleven er 1.600 gevangenen. De abdijkerk zelf maakte deel uit van de gevangenis en de eeuwenoude gisants werden naar een of andere lege hoek verhuisd. Midden 19de eeuw werden ze naar Parijs vervoerd om herschilderd te worden. De Britten hebben er bij de Fransen op aangedrongen de gisants naar Westminster te verhuizen, iets wat Napoleon III in 1866 wel wou doen, maar na fel protest bleven ze in Frankrijk. Het feit dat de abdij als gevangenis gebruikt werd, was eigenlijk de redding van de ruïne. In 1963 begonnen de restauratiewerken; de laatste gevangenen werden ervoor aan het werk gezet. De abdij werd met respect voor het oorspronkelijke gebouw ingericht als cultureel centrum. De lege gisants staan nu terug op hun originele plaats. Voor de goede orde moet ik nog vermelden dat Joan (1164-1199), de jongste dochter van Aliénor en koningin van Sicilië, hier eveneens begraven werd maar haar lichaam is nooit gevonden.

Mocht u ooit in de buurt reizen en zoals ik enthousiast zijn over deze Grande Dame, probeer dan ook de Chapelle Sainte Radegonde in Chinon te bezoeken. Daar is een fresco van een koninklijke jacht (1200) met Aliénor, Jan zonder Land, Isabelle d’Angoulême en twee kleinzonen van Aliénor. Een pareltje dat in 1964 ontdekt werd. Nog iets om van te snoepen : wie herinnert zich nog “The Lion in Winter” (1968) waarin een ongelooflijke Katherine Hepburn gestalte gaf aan Aliénor van Aquitaine. Ze kreeg terecht een oscar voor haar ijzersterke vertoking. Een laatste aanrader : de mediëviste Régine Pernoud schreef de biografie “Aliénor d’Aquitaine”. Om duimen en vingers ... Overdrijf ik ?

Graag eindig ik met een persoonlijke toets : de eerste keer dat wij in Fontevraud waren -’t was op een zaterdagmorgen- brak mijn teerbeminde net na ons bezoek zijn brilmontuur. Ach, da’s niet zo erg, er is nog de reservebril. Die bleek kapot in de farmaciezak te zitten. Ik ben toen in vliegende vaart naar onze volgende bestemming gereden, een brillenwinkel gevonden, een iets kleiner montuur uitgekozen om de glazen op maat te laten snijden en vòòr sluitingstijd kon manlief terug zien.
 
Tekst en foto's: Tante Kato