Nieuwsbrief Nr. 45 - november 2008

Sportieve uitstap op AmelandOns lid Johan Moeys fietste mee met de Terebinth


Ons lid Johan Moeys fietste mee met de door de Terebinth georganiseerde funeraire fietstocht. Met volgend verslag tot gevolg.
 
Onze Nederlandse vrienden van De Terebinth organiseerden op zaterdag 6 september een funeraire fietstocht op Ameland, een van de Waddeneilanden. Vrijdag trok ik al in de namiddag naar Holwerd. Met de bedoeling goed uitgerust aan de uitstap van zaterdag te kunnen beginnen. De vrije tijd zou ik wel doden in het Friese dorpje, waar we zaterdag gingen verzamelen aan de overzet. Wist ik veel dat daar buiten twee hotels en de Gereformeerde Kerk niet meer te zien was. Het dorp is een zakdoek groot, de supermarkt beslaat een kleine woonkamer, en op een uurtje heb je wel alles al wandelend gezien. Wie er naar toe trekt voor het bruisende uitgangsleven is er aan voor de moeite. Wie daarentegen de rust opzoekt zit er aan het juiste adres. Meer dan tijd genoeg om te relaxen, dus. Organisator van dienst was Wim Vlaanderen. Gids Jaap Baarsma met Amelandse roots gaf de nodige uitleg, gekruid met verhalen uit zijn persoonlijke wedervaren. Met zo’n zestien coureurs vertrokken we in Holwerd met de overzet naar Ameland. De gereserveerde fietsen stonden klaar en we konden al snel op pad. Eerste stop aan het standbeeld van de reddingswerkers. Bij nacht en ontij mogen zij met een sloep de zee in om schipbreukelingen te gaan redden. De kustwind zakte weg naarmate we het binnenland infietsten. Bij de begraafplaats van Ballum leerden we dat de familie Cammingha de feitelijke stichters van Ameland zijn, doch het geslacht is in de loop de jaren uitgestorven. Zij probeerden neutraal te blijven op religieus vlak en sponsorden zowel een katholieke als een gereformeerde kerk. Het eiland is namelijk verdeeld in een katholiek deel en een gereformeerd deel, met een vrij strikte scheiding. Kleine gemeenschap, gruwelijke verhalen. Zo was er een vader die naar de kerk ging. De baby bleef buiten in het wiegje liggen. Na de mis vond men de baby verbrand terug. Er was een stuk sigaar in de wieg gevallen. De familie is nadien door de sociale druk naar andere oorden getrokken.
We namen onze middagpauze in Hollum, in hotel De Zwaan. Het verhaal gaat dat het skelet dat men door een glazen tegel in de kelder ziet liggen, de laatste wanbetaler is. Doch dat verklaart de slang en de krokodil ernaast nog niet. Verkwikt zochten we wat verder het kerkhof van de Nederlands Hervormde Kerk op. Omdat er werken bezig waren aan de kerk, had men alle grafstenen het dichtst bij de kerk met houten “doosjes” afgedekt. Ondertussen begon het vrij stevig te regenen. De groep keek op eigen tempo rond. Diverse graven zijn versierd met afbeeldingen van schepen, wat niet echt vreemd is voor eilandbewoners. Toen ondergetekende samen met ne maat het rondje rond de kerk hadden gedaan, bleken de anderen verdwenen. Niet meer op het kerkhof. Zouden ze misschien in de kerk zitten? Toch niet, want alle deuren waren potvast. Ver konden ze niet zijn, want de fietsen stonden er nog. Bizar. Even Wim bellen. Nou, ze zaten in de Nederlands Hervormde Kerk. Jaap had van de koster de toelating gekregen om de kerk te bezoeken, doch om ongewenste pottenkijkers buiten te houden moest hij de deur afsluiten. In de eenvoudige kerk liggen twee afgezanten van de paus begraven.
Op het westpunt had Jaap nog een graf dat hij ons zeker niet wou onthouden. Hij had ons eerder al geschetst hoe een reddingsaktie er uit zag. Een zware kar met een grote sloep op wordt door een span van meerdere paarden de woeste zee ingetrokken. De begeleiders stappen naast en voor de paarden om hen aan te sporen. Bij de reddingspoging van “De Windspiel” ging het echter mis. Het spoor in zee waar de paarden over moesten bleek wel sterk genoeg voor de mensen, doch toen de paarden met de zware lading er over stapten zakte het geheel in. 8 paarden verdronken. Slechts 2 konden gered worden. Dit was een zware slag voor de Amelanders. Zij vroegen en verkregen toestemming om deze paarden op te duiken en te begraven in de duinen, in een eenvoudig monument: het paardengraf. Daarna fietsten we door de mooie natuur verder. Voor een aantal begon het zwaar te wegen. Onze laatste grote stop was Nes. Op de Gemeentelijke Begraafplaats lagen slachtoffers van Wereldoorlog II. Dit ondanks het feit dat er op Ameland geen oorlogsfeiten zijn geweest. Zij zijn allemaal aangespoeld. Gecrashde vliegtuigen, gezonken schepen… Nederlanders, Britten, Nieuw-Zeelanders, Duitsers… Sommigen liggen er nog, anderen werden verscheept naar hun thuisland. Onze plaatselijke gids moest omwille van noodweer (bakken regen) zijn uitleg wat inkorten, zodat we konden schuilen onder dakgoten, takken… De die-hards reden nog wat verder naar de katholieke begraafplaats. En de super die-hards fietsten onder begeleiding van Jaap naar de “verborgen” begraafplaats. Hier stond vroeger een kerk, en er is al veel verdwenen. Vanuit het graf kwam her en der het belerende protestantse vingertje nog naar boven. Grafschriften om je te laten herinneren dat je later ook dood zal gaan. Niet vergeten! “Gij die mijn grafschrift leest, waak en bid, ook uw einde nadert spoedig.” “Gelukkig hij die het uur van zijnen dood altijd voor ogen heeft en zich dagelijks tot het sterven bereidt.”
Voor de meesten was de energie nu wel helemaal op. Een laatste krachtinspanning naar de veerboot, fietsen inleveren en dan bekomen op de overzet.  Het enthousiasme was zo groot dat er contacten gelegd zijn met de plaatselijke toeristische dienst om van deze fietstocht een vaste tocht te maken.

Een laatste grafschrift om te besluiten, zo eentje die de geest van De Terebinth en Grafzerkje wat uitdraagt:
 “Sterveling, ga naar de graven, zij zijn scholen, waar men ootmoed leert.”

Tekst en foto's : Johan Moeys