Nieuwsbrief Nr. 44 - september 2008

Laken - Monumenten, gedenktekens en ereperkenvoor militaire en burgerlijke slachtoffers WO I en WO II


Ons lid Jan Dorpmans stuurde ons volgend artikel van de hand van Leon Candau (4/11/1930 - 5/2/2007). We verkregen de toestemming tot publicatie van de heer Wim van der Elst, voorzitter LACA = de Heemkundige kring van Laken.

Volgende foto's worden gepubliceerd met toestemming van de heer Wim van der Elst, voorzitter LACA = de Heemkundige Kring van Laken.

Het monument aan de Franse "Poilu Inconnu"

a) Algemeen
Binnen het geheel van de in deze studie besproken monumenten valt er een
bijzondere categorie te onderscheiden, namelijk die van de "Onbekende Soldaat".
In Frankrijk werd reeds op 28 januari 1921 onder de "Arc de Triomphe" in Parijs een "Poilu Inconnu" begraven, gepaard gaande met een grootser en uitgebreider ceremonieel dan gebruikelijk.
De man die daar met nationaal eerbetoon begraven werd behoorde tot een groep gesneuvelde militairen die evenwel onbekend was achtergebleven in de kazematten van Verdun.
Op 11 november 1922 zou België het Franse voorbeeld vol­gen. Uit vijf sectoren van het IJzerfront werden vijf niet geïdentificeerde soldaten geselecteerd en overgebracht naar het Noordstation in  Brussel. Op een van de lijkkisten werd een lauwerkrans neergelegd door een blinde strijdmakker van de overledenen. Deze "Onbekende Soldaat" werd vervolgens overgebracht naar de voet van de Congreskolom alwaar hij met groot eerbetoon begraven werd. Op die uitverkoren plaats zou hij voortaan een symbolische getuige zijn van de "ingoede mensen" die hun bloed en hun leven gaven voor hun land.
Kort nadien werd ook een grafsteen opgericht voor een "Onbekende Belgische soldaat" op de begraafplaats "Père Lachaise" in Parijs.
Onze bewindslieden bleven niet ongevoelig voor dit geallieerde gebaar van samenhorigheid. Tijdens opruimingswerken in onze verwoeste gewesten stootte men op een massagraf van Franse onderdanen. Prompt besliste de overheid om in de hoofdstad een gedenkteken op te rich­ten voor een onbekende Franse poilu.
Dat Laken als plaatskeuze voor dit mausoleum werd uitverkoren lijkt ons voor de hand liggend. De pas geannexeerde "Résidence Royale" beschikte over een prestigieuze begraafplaats, vlakbij de Onze-Lieve-Vrouwekerk met crypte als laatste rustplaats voor de vorsten en hun naaste familieleden.
Ook in andere Europese hoofdsteden van geallieerde landen werden monumenten opgericht om er niet geïdentificeerde soldaten te begraven. Zo een "Tommy" in Westminster Abbey in Lon­den (Groot-Brittannië) en in Luxemburg op het "Cimetière Notre-Dame". In Canada kent men het Ottawa-Monument, in Roemenië het Boekarest-Monument, in Polen het Warschau-Monument. Het Griekse monument aan een onbekende militair verrees in Athene. De Serviërs richtten hun monument op bovenop de heuvel van            Alva in de buurt van Belgrado. Helaas moeten wij ons binnen de grenzen van beschikba­re publicatieruimte tot deze korte opsomming beperken.
Als bron voor deze algemene beschouwingen raadpleegden we het uitvoerige artikel van D.J.B. Vanpée. Wie dus meer details over deze kwestie wil vernemen verwijzen we naar dit gedegen werkstuk.
b. Plaatsbepaling
Het Belgische monument aan de Franse "Poilu Inconnu" werd oorspronkelijk ontworpen om geplaatst te worden op het Lakense kerkhof. Tussen 1924 en 1925 werkte de Brusselse stadsarchitect Malfait verschillende inplantingvoorstellen uit: een eerste langs de kerkhofomheining met aanpassing van de toenmalige kerk­hofmuur, twee andere op het plein zelf, dicht tegen het kerkhof en de Onze-Lieve-Vrouwekerk aan en met voor ogen de heropbouw van een boogvormige kerkhofmuur in eigentijdse artdecostijl.
Een meer geïsoleerde opstelling verder op het plein zou uiteindelijk de voorkeur wegdragen.
c) Chronologie van de verwezenlijking van het monument
1921
Het Belgische Leger dat gedurende vier jaren weerstand bood achter de IJzer begon stilaan lessen te trekken uit de weliswaar droevige maar heldhaftige episode. De legerstaf besloot dan ook een nieuw oefenterrein aan te leggen in de kustregio.
Na grondig onderzoek werd de site van Lombardsijde, gele­gen tussen Nieuwpoort en Westende weerhouden. Dit militaire oefenterrein bestaat heden nog.
Na WOII werd op dit oefenterrein een nieuwe Luchtdoelartillerieschool van het gereorganiseerde Belgische Leger uitgebouwd. Tijdens het interbellum evenwel was de eerste Luchtdoelartillerieschool gevestigd in het Sint-Annakwartier (Sint-Annadreef). Hier een weliswaar toevallige doch merkwaardige link met Laken. Een gedenkplaat in bovengenoemde kazerne herinnert hieraan. De luchtdoelartillerieschool in Lombardzijde werd intussen ontbonden. Een enkel bataljon (14A) is er nog operationeel.
Er weze terloops opgemerkt dat de definitieve inplantingkeuze van het geplande oefenterrein gelegen was op het "Grote Duin". Tijdens de oorlog 14/18 was dit de enige plek die uitstak boven de overstroomde vlakte "West-Vlaanderen" en derhalve van grote strategische betekenis voor het ijzerfront. De gevechten die daar plaatsvonden waren moordend als gevolg van de vele stormaanvallen. Het wisselde maar eventjes 28 maal van kamp tussen 1915 en 1918.
1923
Tijdens nivelleringswerken voor het oefenterrein werd een loopgraaf aangetroffen met de stoffelijke resten van 42 Franse soldaten.
Intussen had de Franse repatriëringcommissie reeds 4.800 soldaten vanuit diverse Belgische plaatsen kunnen overbrengen naar het thuisland. Diezelfde repatriëringcommissie slaagde erin 34 van de in de loopgraaf aangetroffen slachtoffers te identificeren. Hun lijken werden ter beschikking van de families gesteld of begraven op het Franse ereperk in Ieper. Ook de acht niet-geïdentificieerden vonden daar ook hun laatste rustplaats.
De ontdekking van het massagraf, 5 jaar na de wapenstilstand wekte een diep medeleven op in de Belgische openbare opinie.
Van ambtswege werd overigens ook beslist om een nationale inschrijving te openen teneinde de nodige fondsen in te zamelen voor de oprichting van een mausoleum. Dit mausoleum moest trouwens een grafmonument worden om het stoffelijk overschot van een Franse poilu te ontvangen dat symbool zou staan voor al dezen die gevallen waren om onze EIGEN vrijheid te herwinnen!
(De openbare inschrijving bracht meer dan een half miljoen B Fr. op)
Een comité werd opgericht onder het voorzitterschap van de Heer Baron Steens en onder de Hoge Bescherming van Koning Albert I.
De uitvoering van het beeldhouwwerk werd toevertrouwd aan de Lakense beeldhouwer M. Desmaré die in nauwe samenwerking met het funeraire atelier van Ernest Salu II gestalte zou geven aan de uiteindelijke vormgeving.
Ter gelegenheid van de 14 juli viering werd op initiatief van de Belgische groepering "Les Amitiés Françaises" in het park van Brussel de maquette van het monument aan de "Poilu Inconnu" tentoongesteld.
1927- Inhuldiging
Vanzelfsprekend werd de inhuldiging van dit monument met ongekende luister gevierd.
Op 15 juli 1927 werden de stoffelijke resten van de acht Franse anonymi vanuit het militaire kerkhof van Ieper naar Brugge overgebracht. Een blinde oud-strijder wees in het station van Brugge de lijkkist aan bestemd voor het in Laken opgerichte mausoleum.
In de hall van het Lakense gemeentehuis werd een rouwkapel ingericht. Prins Karel, Graaf van Vlaanderen kwam het lijk begroeten. Gedurende twee dagen hielden Belgische en Franse oud-strijders de "wake".
Tijdens de nacht van 16 op 17 juli 1927 werd de lijkkist, geëscorteerd door fakkeldragende onderofficieren van het Belgische 9de Linie en het Franse 43ste Infanterieregiment, naar het mausoleum overgebracht.
Tijdens de nachtelijke ceremonie die in fakkellicht verliep in aanwezigheid van stadsschepen Coelst, de Heer Herbette, ambassadeur van Frankrijk en Generaal Blavier, de Franse Militaire Attaché, werd de lijkkist in de crypte van het monument gegleden.
De bronzen toegangspoort werd voor eeuwig afgesloten.
Intussen was ook een vrij groot detachement van het 43ste Infanterieregiment vanuit Rijsel in Brussel gearriveerd. De troepen werden onder luid applaus door een grote menigte toeschouwers toegejuicht terwijl ze te voet opstapten vanuit het Zuidstation naar het Klein Kasteeltje.
Op 17 juli vond dan de officiële plechtigheid plaats van de onthulling van het Monument. Oud-president van de Franse Republiek, Raymond Poincaré was als hoofdgenodigde op deze ceremonie aanwezig.
Baron Steens, voorzitter van het Comite voor het Monument aan de Onbekende Franse Soldaat vertrouwde de wacht aan het mausoleum toe aan Burgemeester A. Max. Op zijn beurt beloofde de burgemeester dat de Stad Brussel altijd zorg zou dragen voor het behoud en het onderhoud van het gedenkteken.
Een ongeziene menigte, burgers, oud-strijders uit België en geallieerde landen luisterden ingetogen naar de toespraken van de Koning en Oud-president Poincaré.
De muziekkapel van de Gidsen voerde tenslotte de beide nationale hymnen uit bij de afsluiting van deze geslaagde Franco-Belgische plechtigheid die in het teken stond van de kameraadschappelijke lijfspreuk: "Verenigd zoals in de frontlinies!".
e) Toevoegingen
1937
De oud-strijders van Laken ondernamen, zonder enig succes evenwel, enkele pogingen om een eeuwigdurende vlam aan te brengen aan de voet van het monument. Het dient hier wel gezegd dat op dat ogenblik het monument een beetje in de vergeethoek geraakt was.
1948
De Heren Vandenbroeck en Jacobs, respectievelijk voorzitter en algemeen secretaris van het "Comité der ondernemers van de Ma­ria-Christinastraat in Laken" verwonderden zich erover dat tijdens diverse plechtigheden geen enkele vaandeldrager van een patriottische vereniging met een neigende groet aan het monument voorbijging. Zij stelden aan hun comité voor een initiatief te nemen om op een of andere wijze hieraan te verhelpen.
1949
Een comité van de "Vlam ter herinnering aan de Onbekende Poilu" werd opgericht. "Les Amitiés Françaises de Belgique", de Oud-strijders en vele particulieren verleenden hun steun aan dit initiatief dat met succes bekroond werd.
Op 10 september van dat jaar trok een belangrijke afvaardi­ging van het Belgische comité, vergezeld van vele Belgische en Franse sympathisanten naar Parijs.
Onder de Arc de Triomphe, waar de Franse Onbekende Soldaat rust, zou het vuur ontleend worden om later in Laken een eeuwigdurende vlam aan te wakkeren.
Deze gebeurtenis ging gepaard met een indrukwekkende plech­tigheid waaraan ook vele hooggeplaatsten deelnamen zoals de Heer Hautecloque, Ambassadeur van Frankrijk en de Belgische Luitenant-generaal Joris die de Prins Regent vertegenwoordigde.
Sedertdien herinnert de vlam de voorbijgangers dat hier een onbekende soldaat uit ons buurland in alle waardigheid werd begraven.
1986
Op 11 november van dat jaar werd aan de voet van het monument een gedenkplaat aangebracht door de Brusselse vereniging van oud-strijders van het Franse Nationale Leger als eerbewijs aan al hun overleden strijdmakkers. De gedenkplaat werd onthuld door de Heer J. Audibert , ambassadeur van Frankrijk.
f) Opvolging
Getrouw aan het principe van de herinnering worden elk jaar talrijke personaliteiten en delegaties van verenigingen voor oud-strijders ontvangen door het Lakense "Comité van de gedachtenis aan de Franse Onbekende Soldaat die deze vlam komen aanwakkeren. Het comité maakt er tevens een erezaak van om het koste wat kost dit ritueel in de toekomst voort te zetten en de spreekwoordelijke fakkel aan de komende generaties over te dragen.
g) Beschrijving van het monument
Het monument werd ruw gehouwen uit massieve arduinen blok­ken en nam de vorm aan van een hoge trapeziumvormige pyloon. De pyloon werd bekroond met vier in zware legerjassen gehulde Belgische soldaten die een met lauwerkransen overdekte lijkkist torsen. Aan de brede basis werd aan weerszijden hoogverheven beeldhouwwerk aangebracht. Een stoet treurende mannen, vrouwen en kinderen, gericht naar de voorzijde, brengen bloemenkransen aan.
Nog vooraan wisselen twee vrouwenfiguren, België en Frankrijk voorstellend, de zusterkus. Aan de achterzijde, links en rechts van de bronzen poort die de grafkelder afsluit houden twee soldaten (reuzenfiguren) de wacht.

Jan Dorpmans