Nieuwsbrief Nr. 44 - september 2008

Lissabon waar ook de funeraire liefhebber aan bod komt


Met mijn door een aantal van jullie reeds gekende Haremm (Heer alleen reist enkel met Meisjes) trok ik voor een zestal dagen naar Lissabon. Lissabon is een must voor de liefhebber van steden. Eten is er goedkoop, er is gigantisch veel te bewonderen maar het vergt veel van de fysiek want de stad is absoluut niet vlak. Om zich te verplaatsen kan men ondermeer gebruik maken van tram 28 die zich door de oude stad slingert, wat op zich al een belevenis is. Ook de liefhebber van het funeraire komt hier aan zijn trekken. In Alfama, het oudste stadsgedeelte, bevindt zich het klooster Sao Vincenzo. Daar liggen enkele Portugese koningen onder wie Manuel I en kroonprins Filipe.
Vlakbij pootten de Portugezen een kopij van het Parijse pantheon neer maar de inhoud kan zeker niet optornen tegen die van de lichtstad. Ontdekkingsreiziger Vasco da Gama ligt hier en dichter Luis de Camoes, maar alle bloemen gaan echter naar de wereldbekende fadozangeres Amalia Rodriguez
De reeds vernoemde tram voert ons een stuk verder naar de basiliek Estrela. Funerair is hier enkel het graf van Maria I te bewonderen. In de onmiddellijke omgeving ligt een Britse begraafplaats. Het aanbellen op zich is al een evenement. Wij waren door ons lid Marc Coremans, die enkele weken voor ons in Lissabon vertoefde, verwittigd er ik maakte reeds hetzelfde mee in 2002. Na het aanbellen moet enorm lang gewacht worden tot een stokoud vrouwtje komt opendoen. Marc, de onverlaat, waagde het om niet minder dan vier keer aan te bellen en kreeg daarom een litanie in het Portugees te horen van dat stokoude vrouwtje. Wij wachtten bijna 15 minuten tot we het waagden om een tweede keer aan te bellen. Kort daarop verscheen het vrouwtje en eenzelfde litanie werd ons toegeslingerd. De dodenakker is helemaal anders dan de Portugese begraafplaatsen. Hier zijn auteur Henri Fielding en Christian August Caroll, prins Waldeck II, de voornaamste “ingezetenen”. Bij het buitengaan gaven we het vrouwtje een eurobiljet en dat maakte heel veel goed.
Wanneer men er toch is kan men op wandelafstand naar de kleine Duitse begraafplaats. Hier weer aanbellen en kort nadien wordt opengedaan. Indien je geluk hebt, Marc Coremans ving hier blijkbaar bot, mag je even rondkijken maar fotograferen mag niet. Eindpunt van tram 28 is de begraafplaats Prazeres. Een begraafplaats om duimen en vingers af te likken. Na enorm veel aandringen krijg je een gefotokopieerd plannetje. Gouden tip voor de funeraire liefhebber: in de kapel van de begraafplaats zijn plannetjes te verkrijgen van … de begraafplaats Sao Joao, zie verder. Heel belangrijk want daar … juist: bezit men geen plannetjes van de eigen begraafplaats. Op Prazeres, uit 1833, daarom de oudste begraafplaats van Lissabon, treffen we onder andere Carvalho Monteiro, mecenas en bibliograaf aan. Achter de kapel historicus Oliveira Martins met het beeld “A historia”, de geschiedenis, van Texeira Lopes. Journalist Magelhaes Lima ligt vlakbij een monument voor brandweerlui.
Sousa Viterbo, historica en bibliografe, ligt in de omgeving van het gigantische grafmonument voor schrijver Luiz Soriano. Achteraan Prazeres José Fontana, syndicalist, onder een “strijdvaardig” monument. Vlakbij treffen we een volledige werkbank aan
Carlos Lobo d’ Avila, schrijver en politicus, werd bedacht met een prachtig grafmonument maar wat te zeggen van de private begraafplaats van de familie van graaf Palmela, gebouwd in 1846 door de Italiaanse architect Cinàtti en uniek in de Portugese architectuur. Bovenaan een beeld van de engel des doods maar er zijn ook verwijzingen naar de vrijmetselarij.
Vlakbij de Torre de Belém ligt het klooster en de kerk van Jeronimus. Daar lagen dichter Luis de Camoes en ontdekkingsreiziger Vasco da Gama maar hun prachtige cenotaven trekken nog vele bezoekers. Schrijver Fernando Pessoa werd vijftig jaar na zijn overlijden naar de kloostergangen overgebracht. 
Nu we het toch over schrijvers hebben: onze Herman De Coninck kreeg een fatale hartaanval in de rua Marques de sa Bandeira, vlakbij het museum Gulbenkian. Een gedenktegel vermeldt dit gebeuren.
Het beste bewaren we voor het laatst: Sao Joao. Deze dodenakker bevat het eerste crematorium van Portugal uit 1925. Op de middenrij treffen we de mooiste grafmonumenten aan. Gomez Leal, wat verder vrijmetselaar Miguel Bombardo en Elias Garcia, grootmeester van de loge. Op het eind van de weg Machado Santos, stichter van de republiek Portugal in 1910 en vermoord in 1921. Op het eind van een zijweg de crypte van de strijders met de resten van maarschalk Gomes da Costa en kapitein vliegenier Oscar Monteiro Torres. Een bronzen bloem gedenkt de eerste crematie in 1925.
     
   
Tekst en foto's : Jacques Buermans, Rin Reniers en Ria Vaes