Nieuwsbrief Nr. 44 - september 2008

Hasselt een té groene oase in de stad


Het was een aantal jaren geleden dat ondergetekende deze dodenakker bezocht. Ik moet eerlijkheidshalve zeggen: ze is er niet op vooruit gegaan, wel integendeel. Jaren geleden waren er constant enkele arbeiders aan het werk die kleine restauraties deden en het groen in bedwang hielden. Niets daarvan in 2008. Overtollig groen overwoekert de graven. Een aantal van de plakkaten waar indertijd nog informatie op stond zijn gewoon door de tand des tijds weggeveegd zodat de tekst bijna niet meer leesbaar is. Maar daarbuiten is de oude begraafplaats van Hasselt een oase van rust.
Twintig Grafzerkjes maakten de, soms verre, verplaatsing. Stadsgids Christine Kruijen kweet zich met niet al te veel enthousiasme van haar taak. Natuurlijk zitten wij in onze vereniging met een monument wanneer het over gidsen gaat, An Hernalsteen – tegenwoordig een vurig promotor van het reizen met de trein, maar toch. Na de obligatoire geschiedenis van het begraven, daar hadden we onze Jozef II weer, en het weetje dat zij die een concessie aanvroegen eenzelfde bedrag aan een armenhuis dienden te schenken. Vandaar dat enkel de « begoede burgerij » zich een concessie kon veroorloven. De familie de Corswarem leverde een aantal volksvertegenwoordigers. De grafkapel was van de hand van beeldhouwer Emile Rembaux en grafmaker Douha. Dit bleek het « pseudoniem » voor Guillaume Douchar te zijn die voor zichzelf een mooie grafkapel vervaardigde. Vandaar naar de kapel, gebouwd in 1809, in 1830 beschadigd en in 1835 gerestaureerd en sinds september 1997 ingericht als informatiecentrum. Van het kerkhof rond de Sint-Quintinuskerk heeft men hier de grafsteen voor Anna Lambrechs uit 1699 geplaatst. 
Advokaat Ferdinand de Creeft stierf kinderloos maar bepaalde dat zijn nalatenschap zou gaan naar een familielid dat met een Nederlandssprekend iemand zou huwen. In een hoekje van de begraafplaats enkele graven voor telgen van de Joodse familie Kossmann. Het graf voor Agatho Moons, minderbroeder en schrijver van een aantal devotieboekjes, wordt veel bezocht en kreeg ook een rustbank
Burgemeester Guillaume Stellingwerff kreeg een van de grootste grafmonumenten. Vlakbij een herdenkingszuil voor oudgedienden onder keizer Napoleon. De piramide werd opgericht in 1856.
Dat er vroeger meer kindersterfte was dan heden ten dage is hier eveneens te zien door de ontelbare kindergraven. Victor Kolb kreeg een mooi grafmonument maar het mooiste kindergraf was dat voor een « onbekend » kindje. Terug op de hoofdlaan troffen we de zuil voor burgemeester Michel Arnold Bamps aan. Recent werd Guy Schonkeren op de hoofdlaan begraven. Hij zorgde ervoor dat een aantal grafmonumenten op deze begraafplaats gerestaureerd werden. Spijtig dat blijkbaar zijn werk niet verdergezet wordt. 
Liefhebbers van smeedijzeren kruisen komen hier ook ruimschoots aan hun trekken. 
De bekendste « bewoner » van deze dodenakker is Valentinus Paquay, het « Heilig Paterke ». In 1926 werd het stoffelijk overschot naar de grafkapel aan de Minderbroederskerk overgebracht waar hij nog steeds door een ruime schare gelovigen vereerd wordt. Het beeld op het graf voor de familie Philippen – Vinckenbosch is van de bekende firma Villeroy & Boch (keramiek). 
Een modern, niet al te fel gesmaakt grafmonument, kreeg de familie Deplée, makers van de bekende Hasseltse speculoos. De Hasseltse jeneverstokers zijn hier eveneens ruim vertegenwoordigd. Naast Pieter Jan Willems kreeg ook de bekende Guillaume Fryns een grafmonument.
Jacques Buermans
Foto's Jacques Buermans en Marc Coremans