Nieuwsbrief Nr. 43 - juli 2008

Christelijke geschiedenis van dood en eeuwig levenOns lid Johan Moeys doet verslag van de voordracht van Arthur Polspoel


Arthur Polspoel gaf op 27 mei 2008 een boeiende lezing met ondersteunende foto’s over de christelijke visie op dood en eeuwig leven. Zo’n veertig geïnteresseerden zakten af naar Wilrijk. Het publiek mocht vragen stellen en aanvullingen doen. Een poging om een samenvatting van de voordracht te geven.
 
De eerste christenen hebben het warm water niet uitgevonden. Zij waren kind van hun tijd en namen een heleboel gebruiken van de joden over. Doden werden begraven en een graf bleef eeuwig onaangeroerd. De joden leggen nog steeds steentjes op het graf. De oorsprong ligt in het begraven in de woestijn. Stenen op het graf daar zorgen enerzijds voor herinnering en aanduiding van het graf, en anderzijds voor bescherming tegen de wilde dieren. Het aardse bestaan zit er dan op en je wacht op de dag des oordeels. Uiteraard moet je eerst lid worden van de kerk. Een doopvont stond vroeger achteraan, een beetje buiten, in de kerk. Pas als je gedoopt bent mag je binnen. Dan heb je ineens je reservatie voor de hemel op zak. Nee, je komt nu nog niet in de hemel. Die is nog niet open. Oma is dus niet in de hemel, nog niet. Pas als de Messias terugkomt, gaat de hemel open. Kan je je hemel verdienen? Of kan je hem afkopen? Een goed leven is de basis. Een martelarendood helpt ook, maar daar zijn discussies over geweest. Bepaalde groeperingen in het huidige Midden-Oosten zijn er nog steeds van overtuigd. Je kan je martelarendood uitlokken. Even afzien en dan eeuwige, verzekerde rust. Missen afkopen, aflaten kopen,… Volgens de ene helpt het, maar anderen zien daar een groot probleem in. Luther wil terug naar de basis: alleen een goed leven kan helpen om naar de hemel te gaan. Gevolg: een scheuring in de kerk. De protestanten zijn er. En ook daar zijn de zeer strengen en de meer soepelen in conflict.
Het kruis geldt nu als algemeen symbool voor het christendom. Nochtans is het kruis oorspronkelijk een strafwerktuig. In den beginne gebruikten de eerste christenen dan ook geen kruis. Een afbeelding van Abraham met een broodzak met zieltjes was een beter kenmerk. Pas later werd overgegaan tot het visualiseren van Jezus en de twee zondaars aan het kruis.
In de Middeleeuwen komt er een kentering op het omgaan met de dood. De diverse pestepidemies en massale sterfte maakt het duidelijk dat de dood steeds nabij is. Dit wordt geïllustreerd in de Dodendansen, prenten waarop je staat te dansen met een skelet. De dood wordt expliciet afgebeeld: skeletten, schedels, skeletten met wormen,…
De eerste kerken werden gebouwd op het graf van de heilige. Petrus werd destijds buiten Rome terechtgesteld. Rome lag aan de ene kant van de Tiber, de terechtstelling gebeurde op de andere oever. Stilaan werd dit een bedevaartplaats. Er werd besloten om een kerk boven het graf te bouwen. Dit verklaart ineens waarom de Sint-Pietersbasiliek precies aan de verkeerde kant van de Tiber ligt. Later bouwde men eerst een kerk en ging dan ergens een heilige of onderdelen er van opgraven om in hun kerk te leggen. Gedaan met de eeuwige grafrust.
Aan de hand van de beeldenrij aan de ingang van de kathedraal van Antwerpen werd de nieuwe rol van Maria uit de doeken gedaan. Op de bovenste rij zit Jezus in zijn nieuwe rol als rechter. Hij beslist op je al dan niet in de hemel komt. Op de middelste rij zit aan de ene kant Petrus met de sleutel van de hemel. Aan de andere kant wacht de duivel grijnzend om zijn nieuwe zielen via de hellemond naar de hel te brengen. In sommige presentaties neemt Abraham met zijn broodzak (zieltjeszak) de rol van Petrus over. De onderste rij zijn de overledenen die net uit hun graf komen, klaar voor het laatste oordeel. Jong, oud, pas overleden, lang overleden… Op een aparte rij, los van de drie bovensten, maar ook niet met de voeten op de aarde, vind je Maria. Zij staat tussen het oordeel en de mensen van nu. Daar zij de moeder van Jezus is moet zij niet geoordeeld worden. Praktisch gezien bevind zij zich dus dichter bij de mensen. Jezus heeft nu een andere taak, en is onbereikbaarder geworden. Maria krijgt hierdoor de rol van bemiddelaardster, middelares.
De rituelen voor de overledenen liggen vast sinds het Concilie van Trente. Toch is er een evolutie, maar dan in de onderliggende motivatie. Vroeger had men vooral aandacht voor het zielenheil van de overledene. Nu gaat de aandacht meer uit naar de achterblijvenden. De rouwverwerking staat centraal.
 
Johan Moeys