Nieuwsbrief Nr. 43 - juli 2008

Tante Kato ging op wandel in eigen buurt en zag het schrijn van de Gelukzalige Maria van Jezus


Marie Deluil-Martiny * 1841 - 1884 * Berchem, Antwerpen

Wij wonen in een huis met een kleine tuin maar we kijken uit op een heel grote kloostertuin. Vooraan een drukke straat en achteraan een oase van rust. Een combinatie die er mag zijn. Op mooie dagen zie je af en toe een zuster door de tuin wandelen, mediterend bij de rozentuin of fruitbomen inspecterend. Wegens hun maagdelijk witte sluiers over hun witte of lichtblauwe (werkzusters) kleden denk ik soms een levend spook van Albert Szukalski te ontwaren. Misvormd brein van mij ! Misschien heeft het te maken met het feit dat ik mijn hele humaniora op nonnenkostschool zat en gewoon was aan zwarte gewaden met witte wapperende kappen. Dàt was voor mij het uiterlijk van een non. Toen ik hier in het begin woonde ben ik naar de kloosterbasiliek geweest om het glazen schrijn van de stichteres van de zustercommuniteit te zien. Voor de rest hebben wij geen contact en wonen wij in vrede naast elkaar. De klokken die ‘s ochtends oproepen tot de misviering zijn een vast gegeven in ons ochtendritueel. We weten, zoals vroeger de boeren op het veld, hoe laat het is. In mijn stukjes over merkwaardige graven mocht de Moeder Overste van de Congregatie van de Dochters van Jezus’ Heilig Hart zeker niet ontbreken.
Marie Deluil-Martiny, geboren in Marseille in een welstellend en diep gelovig gezin, was de oudste dochter en studeerde in Marseille en Lyon. Op 17-jarige leeftijd wist zij wat haar roeping was. Thuis volgde de ene ellende op de andere. Zij verloor tussen 1859 en 1872 haar drie zussen en haar enige broer. Haar geruïneerde en gebroken ouders werden zwaar ziek (beiden overleden kort na elkaar in 1877). Voor de jonge Marie was die beproeving het signaal dat Jezus haar geroepen had. Als 23-jarige sloot zij zich aan bij een vennootschap in Bourg-en-Bresse in het departement Ain. Eind 1868 trad ze definitief in en nam ze de naam Marie de Jésus. Zij plande een nieuwe kloosterorde, volledig gewijd aan het Heilig Hart van Jezus. In april 1870 leerde ze de Belgische prelaat Monseigneur Van den Berghe kennen en zij verliet kort daarop Frankrijk voor België waar zij dankzij haar goede vriend de monseigneur, eveneens curé van de Sint Jozefkerk (de huidige Russisch Orthodoxe Kerk van Christus Geboorte aan de Charlottalei/Brialmontlei, Antwerpen ?), onderdak voor een klooster vond in Berchem-lez-Anvers. Een buitenhuis (mogelijk het oude hof Werbrouck in de huidige de Merodelei) werd ingericht voor Marie en 3 andere religieuzen. Daar werd hen in 1873, in een kamer omgevormd tot eenvoudige kapel, de sluier opgelegd. Meer gronden konden dankzij weldoeners aangekocht worden om er een klooster te bouwen. Het is mogelijk dat die terreinen (ooit) deel uitmaakten van het kasteel de Bergeyck aan de huidige Kardinaal Mercierlei, maar dat veranderde regelmatig van eigenaar en van oppervlakte en dit kon niet direct bevestigd worden. De eerste steenlegging in 1875 gebeurde met een stuk marmer afkomstig uit de catacomben van St. Callixtus in Rome. De architecten van het neogotische klooster en dito basiliek waren J.P. Bilmeyer en J. Van Riel, die ook het Stuyvenbergziekenhuis en de Jezuïtenkerk op de Frankrijklei ontwierpen. Architect Bilmeyer bouwde trouwens zijn eigen huis in een uithoek van het kloosterdomein (nu Kardinaal Mercierlei 37). In 1878 waren klooster en basiliek een feit. De rooms-katholieke eretitel basiliek wordt door het Vaticaan toegekend aan een bedevaartsoord of kerk met een bijzonder verleden, functie of betekenis (België telt 26 basilieken en Nederland 21). Deze kloosterkerk werd onmiddellijk tot basiliek geconsacreerd, dankzij de juiste relaties met de Heilige Stoel. De “Sacro Sancto Cordi Iesu Belgica Devota” (Gewijd aan het Heilig Hart van Jezus, België - zoals boven de hoofdingang gebeiteld staat) was België’s eerste basiliek en ‘s werelds allereerste gewijd aan het Heilig Hart / Sacré Coeur.
In 1877 was reeds een bijhuis geopend in Aix-en-Provence en in 1879 werd een tweede geopend in het buitenhuis van Marie’s familie “La Servianne” bij Marseille. Daar werd zij op Aswoensdag 1884 vermoord door een anarchist. Louis Chave, een op straat gezette tuinman had een hevige afkeer van haar geloof en schoot haar twee maal in het hoofd. Daarna richtte hij het wapen op zuster Marie-Elise, trof haar met 2 kogels in de borst maar zij bracht het er levend af. Louis Chave sloeg op de vlucht en werd door de gendarmerie neergeschoten. Een kruis duidt de plaats aan waar Mère Marie de Jésus vermoord werd. Zij werd in de familiegrafkelder in Marseille bijgezet. Haar stoffelijk overschot werd in 1899 overgebracht naar de grafkelder van de congregatie en in 1906 naar Antwerpen. Reden : “de vervolging van de religieuze orden in Frankrijk” zoals men dat in katholieke middens noemt. De seculiere uitleg is dat de scheiding van kerk en staat een feit was en dat bepaalde facetten van het maatschappelijk leven onttrokken werden aan de geestelijkheid. Bij de opgraving van Mère Supérieure bleek dat haar lichaam wonderwel bewaard was. Zij werd in de kloostercrypte van Berchem bewaard tot haar zaligverklaring. Er wordt haar een wonderlijke genezing toegeschreven : een kloosterzuster -door alle artsen opgegeven- van het bijhuis van Namen genas op 9 november 1926 dankzij de verenigde gebeden van alle kloosterzusters. De genezen zuster bleef actief tot haar dood in 1971. De kloosterorde verspreidde zich ook nog over Italië (oa Venetië), Oostenrijk (Damenstift Hal in Tirol), Zwitserland (Schwyz) en Kroatië (Lasinja). Ca. 1915 werd in Nijmegen een bijhuis opgericht.

Moeder Maria van Jezus werd zalig verklaard door paus Johannes-Paulus II (1989). Sindsdien rust haar stoffelijk overschot in een glazen schrijn in de H. Hartbasiliek. Deze heeft slechts 1 zijbeuk, de rechtse waar de Heilig Hartkapel is. Op de muur achter het Christusbeeld is een wandschildering met twee engelen in volle aanbidding. Vroeger stond hier een altaar maar sinds 1989 werd dat vervangen door een schrijn van marmer en glas. Daarin ligt Beata Maria a Jesu. Onderaan de tekst “Amor Gloria Cordi Jesu” (de liefde voor het Hart van Jezus). Het verlichte schrijn wordt afgeschermd met glazen deuren. Je wordt stil van dit vreemde gezicht. Een perfect gebalsemd stoffelijk overschot helemaal in het wit gekleed, met op de borst het geborduurde teken van de congregatie: twee vuurrode harten omgeven met een doornenkroon. De rechterhand omklemt een kruisbeeld. Ik weet dat sommige mensen mij de vergelijking zullen kwalijk nemen, maar ik moet iedere keer denken aan Sneeuwwitje in haar glazen kist, of aan de Schone Slaapster, in ieder geval aan sprookjesfiguren die sereen liggen te wachten tot zij wakker gekust worden. Ik vernam van de slotzusters dat “haar lichaam bewaard blijft zonder enige bewaringstechnieken” maar zij vernoemden niet dat gelaat en handen bedekt zijn met was, iets wat ook het geval is bij Bernadette Soubirous in Nevers. Op de linkerwand van de kapel vindt men een aandenken aan de overleden ouders van Mgr. O.M. Van den Berghe (zij overleden in 1857 en 1875). Op een fries staan de namen van de donateurs vermeld. Vooraan koningin Marie-Henriette van België en verder namen van adellijke en vooraanstaande Antwerpse en Berchemse families.

De contemplatieve congregatie van de Dochters van het Heilig Hart van Jezus telt momenteel in totaal 50 kloosterzusters, waarvan 10 in Marseille en 7 in Antwerpen. In de buurt gaan geruchten dat de zusters van de andere kloosters allemaal naar Berchem, waar hun stichteres rust, zouden komen. Ik heb de vraag voorgelegd en kreeg als antwoord dat die geruchten “volstrekt niet gebaseerd zijn op waarheid”. Het mystieke leven van deze orde is samengesteld uit stilte, serene ingekeerdheid, nederigheid, volmaakte gehoorzaamheid, versterving, kuisheid, armoede, opoffering en zelfverloochening. Zij bidden zeven maal per dag en hebben als devies “Oportet Illum Regnare” (Hij moet heersen). Ik zei reeds dat deze congregatie een zwijgende orde is, maar ook hier heeft het internet zijn weg gevonden. Ik heb enkele vragen via email gesteld en er prompt antwoord op gekregen.
Wil u meer weten over de spiritualiteit, meditatie en diensten van deze beschouwende orde : www.dochtersheilighart.net en als u in Antwerpen bent, ga even naar het praalgraf van Moeder Overste kijken. De andere slotzusters kregen een laatste rustplaats op de begraafplaats van Berchem. Op ereperk 22 is een groot gemeenschappelijk graf zonder namen; op een verhoogde grafsteen in reliëf het teken van de orde. Er net achter is een tweede graf (voorlopig wegens restauratiewerken zonder aanduiding van de congregatie) waar 22 zusters, overleden tussen 1971 en 1999, begraven liggen. Iets verder aan dezelfde weg I op perk 25 bevindt zich de meest recente grafkelder.

27 februari, de dag van de dood van Moeder Maria van Jezus werd uitgeroepen tot haar feestdag. Ook in La Servianne wordt haar feestdag gevierd en daar hopen ze op een heiligverklaring, waarvoor een tweede mirakel nodig is. “La Sainte Marie de Marseille”, ‘t klinkt mooi maar ze ligt wel in Antwerpen begraven. In mijnen hof ! Sinds klooster en kloostertuin deel uitmaken van een beschermd stadsgezicht weet ik dat onze groene long bewaard blijft.

PS : Dankzij onze voorzitter kon ik bij Grafzerkje Luc Van Hees enkele oude publicaties over dit onderwerp inkijken, waarvoor dank.
 
Tekst en foto : Tante Kato