Nieuwsbrief Nr. 42 - juni 2008

Militairenin het gelid voor een rondleiding langs de militaire ereperken


Zondagmorgen. Anne Mie Havermans toog op pad, ik zei bijna op oorlogspad, voor een tocht langs de militaire ereperken van de begraafplaats Schoonselhof. Er werd gestart bij de Bibo, Belgen die in buitenlandse opdracht zijn overleden. Vandaar naar de krijgsbegraafplaats. Nog voor de officiële ingebruikname van de begraafplaats Schoonselhof (1 september 1921) werd in 1914 een perk aangelegd voor gesneuvelde soldaten. Op 29 augustus 1914 vond hier de eerste militaire teraardebestelling plaats van Otto Frocke, een Duits soldaat. In 1928 werd een begraafplaats voor de Duitse soldaten aangelegd met een groot houten kruis. In 1943 werd perk 1 op bevel van de Duitse bezetter vergroot om alle Duitse gesneuvelden te kunnen ontvangen. In hetzelfde jaar werd een Duits gedenkteken opgericht. Tussen 13 en 24 mei 1949 werden 1032 stoffelijke overschotten van Duitse gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog hier ontgraven en overgebracht naar Lommel. Op 20 juni 1956 werden 612 Duitse stoffelijke overschotten ontgraven. De geïdentificeerde soldaten werden overgebracht naar Vladslo, de overigen naar het “kameradengraf” van Langemark. We traden het eigenlijk perk binnen ter hoogte van het beeld “Solidariteit” van de hand van Ernest Denis. Voor dit monument stonden twee brandweermannen model. De naamloze resten van de slachtoffers van de V-bommen, die oorspronkelijk over een aantal perken verspreid lagen, werden in 1972 nabij de vrijgekomen plaats waar eerder Duitse soldaten begraven waren verzameld. Wat verder wees Anne Mie ons op een gedenkteken opgericht ter herinnering van het gemeentebestuur een waardig gedenkteken te zullen oprichten voor een aantal gefusilleerde soldaten. Misschien nog eens de hoogste tijd om het “gemeentebestuur” aan zijn belofte te herinneren, bijna 100 jaar na datum? Dan brachten we een bezoekje aan de enige Congolees die hier begraven werd: Bomjo. 
Onze gids Anne Mie Havermans legde daar uit hoe de Britten met hun doden omgingen. Zij worden ter plaatse begraven dit in tegenstelling tot gesneuvelden van andere landen. De witstenen stèles in Portlandsteen dragen de naam, de leeftijd, de rang en de eenheid naast het embleem van het regiment of een nationaal symbool. Desgewenst kon de familie onderaan een opschrift laten plaatsen. De teksten werden voor het merendeel geleverd door niemand minder dan Rudyard Kiplin, van het Junglebook. De Franse gesneuvelden kregen een ereperk en een monument van de hand van architect Max Winders. Vandaar werd een bezoek gebracht aan Jan Olieslagers. Hij was wielrenner, motorrijder, stuntpiloot en bekend als”The Antwerp devil”. Op de krijgsbegraafplaats liggen ook zeven Portugezen die werden ingezet in het Noorden van Frankrijk. De arduinen stèles voor deze onbekende soldaten dragen het opschrift “desconhecido militar” en ze werden opgericht in mei 1928. Naast één Roemeen liggen hier ook 13 Russische krijgsgevangenen die van ontbering omkwamen in de eerste wereldoorlog. De Russen waren de enigen die nog houten kruisjes hadden. Er werd niets aan gedaan omdat er te lande geen Russische ambassade was. Armand Lheureux, consul van Joegoslavië, kon deze aanblik niet verdragen en gaf opdracht tot het oprichten van arduinen stèles. 42 Italianen die sneuvelden tussen 1915 en 1918 liggen hier onder arduinen kruisjes. In 1936 werd een monument “a/nostri/glorios/morti/1915-1918” opgericht. Het was een pijler met een helm op een krans van eikenbladeren. Vandaar trokken we naar de Britse begraafplaats. Op 12 januari 1945 werd hier een stemmige kapel ingericht. We treffen hier ook de Stone of Remembrance, geplaatst op dodenakkers met meer dan 400 graven, een ontwerp van Edwin Luytens aan. Het Cross of Sacrifice, witte steen met bronzen zwaard, is een ontwerp van Reginald Blomfield. Hier beleefde de groep ook een “emo-moment”. Even voordien was een Brits echtpaar informatie komen vragen naar de ligplaats van een Brits soldaat. Op het moment dat onze groep voorbij kwam had de dame juist het graf ontdekt van haar, als piloot in een vliegtuigraid, omgekomen broer. Dat we ons hier op een begraafplaats bevonden werd hier duidelijk getoond. Mevrouw kon, sterk geëmotioneerd, haar verhaal kwijt. Door omstandigheden was ze hier nog nooit geraakt. Mijnheer was vol lof over de “ontvangst”, weliswaar in droeve omstandigheden die ze van ons Antwerpenaren kregen. We eindigden bij twee obelisken die in 1930 naar hier overgebracht werden. Oorspronkelijk stonden ze op het Sint Laurentiuskerkhof. De eerste obelisk herdenkt de gekwetsten van de veldslag van Belfort in 1870-1871 die naar Antwerpse hospitalen werden overgebracht. Het monument bevat een hommage van de hand van Victor Hugo. De tweede obelisk herdenkt de gevallen Franse soldaten tijdens het beleg van de Antwerpse citadel in november-december van 1832. Het monument “Honneur et Patrie” brengt hulde aan de Franse maarschalk Gérard die in 1832 België ter hulp kwam en de Hollandse bezetter van het Zuidkasteel generaal Chassé tot overgave dwong. De twintig deelnemers mochten tevreden terugblikken en hadden, dankzij Anne Mie Havermans, alweer wat nuttige informatie meegekregen.
 
Jacques Buermans, ook © alle foto's