Nieuwsbrief Nr. 42 - juni 2008

Meer dan succesvolle “maidenrondleiding” op Silsburg “maidenrondleiding” op Silsburg


Voor ons lid Geert Janssens was het zijn “maidenrondleiding”. Erg gerust was Geert er niet in. Ten onrechte zou gauw blijken. Geert kon rekenen op een aandachtig gehoor van meer dan 30 toehoorders. Geert startte met heel kort de geschiedenis van Borgerhout te vertellen. Zo kwamen we te weten dat Deurne en Borgerhout tot 1836 één waren. Na die “onafhankelijkheid” bleek dat Borgerhout niet over een eigen dodenakker beschikte. Eerst kon men nog, gratis, begraven op Fredegandus te Deurne. Vijf jaar later mocht dit niet meer en kreeg Borgerhout een begraafplaats aan de Driehoekstraat. In 1884 kocht de gemeente van baron De Vinck de grond waar we ons momenteel op bevonden. De nieuwe begraafplaats van Borgerhout in Deurne werd op 23 april 1885 geopend. Naar de eigenaar van talrijke gronden aldaar kreeg de wijk de naam Silsburg. In 1890 kreeg het de naam van “Kerkhof van Onze Lieve Vrouw”. Dan trokken we op pad. Eerst hielden we halt bij het graf van vliegenier Henri Sebrechts. Tijdens de repetitie voor een vliegmeeting stortte zijn vliegtuig na een looping neer: cockpit meer dan een meter in de grond, Sebrechts op slag dood in het bijzijn van zijn echtgenote nota bene. Het straffe van het verhaal was dat men op het lichaam van de overledene een autopsie uitvoerde om te zien “waaraan hij overleden was (?)”. Via het graf voor architect Louis Stynen ging het naar dat voor Armand Van Roost, leider van een mannenkwartet. Felix Van Leemput, diamantbewerker, overleed in een zwembad na een epilepsieaanval.
Naast hem ligt Melithor De Vries, leraar en schooldirecteur in het Bosschaertsinstituut te Borgerhout. Hij had een wel heel bekende leerling … Hendrik Conscience. Geert vertelde hier dat Conscience de eerste was die over de Borgerhoutse reuzekens schreef in een gedicht. Blijkbaar was het nogal een “pittig” ding want volgens Hendrik werden de reuzekens verwekt door Lange Wapper die vier maagdekens verkrachtte. De Decker was socialistisch raadslid. Arthur Matthijs was de eerste burgemeester die we ontmoeten op onze tocht. Het zou de laatste niet zijn. Jozef Nuyts was bevelhebber van de gewapende pompiers. Tijdens de rellen rond “den bougie” in 1893 naar aanleiding van betogingen in verband met het algemeen stemrecht was hij actief. Er braken toen relletjes uit die ontaarden toen burgemeester Moorkens een steen op zijn hoed kreeg. Gevolg: Nuyts gaf eerst het bevel aan zijn manschappen om met losse flodders te schieten, later met scherp. Resultaat: vijf doden. Geert toonde ons een prachtig graf met glasmotief op het graf voor musicus Boving. Twee identieke graven kregen Bruno De Winter, stichter van het satirisch blad “’t Pallieterke”, en zijn boezemvriend schrijver Lode Cantens. Frans Mertens was bouwmeester van een aantal scholen en het gebouw voor de paters Dominicanen aan de Provinciestraat.
Leonard Daghelinckx was wielrenner en hij veroverde een gouden Olympische medaille. Op de hoofdlaan zagen we burgemeester De Schutter naast schrijver Paul Lebeau. Op het rondpunt lag beeldhouwer Rik Sauter, goed nieuws: de hinderlijke boom wordt verwijderd en daarnaast het, door de mensen van de begraafplaats zelf opgeknapte, graf voor Jozef Posenaer, kunstschilder. Aan de overzijde Charles Naeyaert door iedereen gekend als luitenant maar Geert vertelde hier dat hij een meer dan voortreffelijk tennisspeler was. Als Belgisch kampioen was hij te jong om naar de in 1936 georganiseerde Olympische spelen te gaan ging bijna zeker een medaille voor ons land verloren. Gelukkig maar zou ik zeggen want als we Geert zouden laten doen hebben programmeerde hij Silsburg als “Olympische” begraafplaats. Een prachtige grafkapel voor de familie Paternotte. Verder mooie monumenten voor vleeshouwer Schroeyers en diens zoon Gust Schroeyers. Deze laatste kreeg een prachtig beeld van zijn drie kinderen van de hand van Frans Joris. Raadslid Karel Cools zijn grafmonument werd, zoals we er nog veel zouden zien, opgeknapt door het bedrijf “vader en zoon Janssens”. Prachtig werk leverden die twee op Silsburg. De “hand van die twee was eveneens merkbaar op de graven voor koopman in vee Loots, Loons en bij burgemeester Karel De Preter. Het graf Schurgers, een Nederlandse familie wordt nog keurig onderhouden door de familie. Burgemeester Aloïs Sledens, monument van Albert Poels, ligt vlak bij wielerkampioen Stan Ockers. Aan de reactie van de toehoorders te horen stond die hoog op hun verlanglijstje. Geert die ons bijna 2.30 uur kon boeien eindigde met enkele cenotafen voor burgemeesters Marée en Mellaerts, beiden keurig opgeknapt door “vader en zoon Janssens”. Niets dan lof over onze gids die het zeker nog gaat maken. Hij heeft alles mee: is duidelijk geïnformeerd en gedocumenteerd en weet zijn gehoor te boeien met verhalen met hier en daar een anekdote. Proficiat Geert.
 
Jacques Buermans, ook © alle foto's