Nieuwsbrief Nr. 42 - juni 2008

Dichtersrondleiding had op wat meer belangstelling gerekend


Mager beestje zaterdagmorgen: slechts vier deelnemers voor de dichterwandeling die ondergetekende deed. Voor het eerst met mensen van de academie van Hoboken onder de kundige leiding van Christine Ruttens. Het zal wel aan de gids gelegen hebben zeker … . Het weer viel mee, de vier “dichteressen” en ondergetekende hadden er zin in dus daarom niet getreurd en op stap. Bij Jan Van Beers werd een eerste gedicht voorgedragen”De stoomwagen”. De juiste toon was onmiddellijk gezet. 

Ikzelf gaf wat funeraire informatie onder andere bij de broers Jan Baptist en Theodoor Van Ryswyck de dames droegen werk van beide heren voor. De volgende “topper” die in beeld kwam was Hendrik Conscience. Een stukje uit diens “Loteling” werd ten tonele gebracht. Geen probleem met de wijze van declameren maar wat een oubollige teksten! Tussendoor ook nog even gewezen, wat reclame maken mag, op het door toedoen van onze vzw Grafzerkje in orde gebracht grafmonument voor Victor Driessens, de pionier van het Vlaams toneel en het prachtige grafmonument voor Julius De Geyter van de hand van Frans Joris. Vandaar toog het gezelschap naar het kunstenaarsereperk. Bij Maurice Gilliams brachten de dames twee gedichten ten gehore. Iets verder August Snieders en lap ineens honderd jaar terug in de tijd. Ik vertelde wat over de symboliek bij het graf voor dichter Roger Van de Velde en een van de dichteressen droeg iets voor bij Hugues C. Pernath. Bij Herman De Coninck, het graf ziet er niet uit nota bene, kregen we twee gedichten voorgeschoteld en Nic Van Bruggen kreeg zijn “Droef maar eerlijk liefdesgedicht” opgedragen. Het had evenzeer “droef en overwoekerd grafmonument” kunnen zijn want de klimop haalt hier enorm de bovenhand. “Nocturne” en “een minnend paar” van Gust Gils en bij Freddy De Vree werd “sentimenten: een jaar” ten gehore gebracht. Daarna stonden we even stil bij hetgeen ik durf te vernoemen de twee schandalen van de Schoonselhof. Het eerste is het feit dat twee jaar na zijn overlijden schrijver Hubert Lampo nog steeds geen grafteken op zijn laatste rustplaats kreeg en daarnaast de “blikvanger” van de begraafplaats: het gouden plaveisel op het graf van Julien Schoenaerts. Letterlijk “oogverblindend”. Dan maar betere oorden opgezocht namelijk het ereperk. “Dag mensen, dat 't wel ga...” lezen we op de grafsteen van Gerard Walschap en hier werd een stukje uit diens “De verloren zoon” gebracht. Marnix Gijsen, dichter en schrijver van onder meer “Joachim van Babylon”, “Klaaglied om Agnes” en “De vleespotten van Egypte” werd herdacht in twee gedichten en zelfs Lode Zielens, u weet wel van “Moeder waarom leven wij” werd niet vergeten. Mooie grafmonumenten met de nodige symboliek troffen we aan bij August Van Cauwelaert en bij Paul Van Ostaijen werd “vers 6” en het o zo bekende “zeer kleine speeldoos” gebracht. Alle vier de meisjes toonden zich van hun beste kant met “de klacht van de oude” van Willem  Elsschot. Als finale werd “avondliedeken” gebracht bij het keurig, door onze leden, onderhouden grafmonument voor Alice Nahon. Weinig volk maar dat betekent niet dat men ontevreden huiswaarts toog. Ikzelf was meer dan tevreden met de prestaties van de dames van de academie van Hoboken onder leiding van Christine Ruttens en zij vonden ook dat dit voor herhaling vatbaar was.



 

Jacques Buermans, ook © alle foto's