Nieuwsbrief Nr. 42 - juni 2008

Sint-Fredegandus Deurne – 29 mei 2008 Week van funerair erfgoed


Rond de St.-Fredeganduskerkhof is hard gevochten, zij het niet alleen met wapens maar in de laatste decennia ook figuurlijk – en mogelijk is de strijd nu eindelijk gestreden en is de Sint-Fredegandussite nu van de dood gered…. 
 
We zaten direct in deze ondertoon nadat de voorzitter van de plaatselijke heemkring ‘Turninum’, Ludo Peeters het gezelschap van 11 belangstellenden donderdag 29 mei 2008 aan de begraafpoort begroette. Meteen wisten we dat we met de voeten bijna letterlijk ook op stoffelijke resten stonden die zijn blijven liggen onder het voetpad aan de Lakborslei. Ludo gaf een historische schets van de site te beginnen bij de Noormannen. 
Het natuurlijke niveauverschil tussen de pastorij en de Fredegandussite (kerk en  kerkhof)  bewees dat de kerk indertijd op een berg stond. Zoals elders was er hier op de eeuwenoude begraafplaats ruimte voor grazend vee, een roepstoel voor officiële mededelingen, kermissen en markten en werden de stoffelijke resten van de meeste mensen anoniem in een grote put bij mekaar begraven. Eenmaal de put vol werd elders een nieuwe gestart. Rijken kregen zoals bekend een plaats in de kerk tot de fameuze verordening  van Jozef II. Van dan af werden de mensen die zich een naam aanmaten rond de kerk of tegen de kerkmuur begraven. Aanvankelijk alleen met steles die nog duidelijk aanwezig zijn langs de kerkmuur van Sint-Fredegandus. De oudste hier in Deurne (van Max Blommaert)  dateert van rond 1800.  De plaats was beperkt en zo ontstonden hier ruime grafkelders, zo’n 168, de meeste voorzien van trappen. 

Toen ook Napoleon zijn zeg had over de begraafgewoonten bleef het hier in Deurne min of meer bij het oude. Deurne was een dorp buiten de stad en tussen 1804 en 1856 lieten de rijke Antwerpenaren zich bij voorkeur hier begraven. Handig voor de gemeente Deurne, want de concessies brachten heel wat centen in de gemeentekas (80% van de inkomsten) – en het werd drummen zodat noordelijk van de toenmalige site 13 huizen gesloopt werden voor vergroting. In 1846 kon het Kielkerkhof toch nog niet alle Antwerpenaren van Deurne weglokken: in Deurne lag men in gewijde en droge grond, anders dan op het Kiel.
 
Op onze tocht door de site van 19de-eeuwe grafkunst zien we namen van verdwenen voorouders, stads- en dorpsgenoten, sommigen met een hele rijke levensgeschiedenis.  Hier en door wijst Ludo Peeters ons op symbolen voor de Dood: zandlopers, omgedraaide fakkels, ankers, de ourobouros (slang)… Opvallend veel Vlaamsgezinde prominenten lieten zich hier bijzetten, ook burgemeesters, bouwmeesters, kunstenaars, adellijke families… laten we ook religieuzen niet vergeten.
Weldra maken we kennis met de realisatie van het zgn. begraafpark: de laan met ‘platines’ die de Romeinse Via Appia imiteert, de tumulus met zijn symbolische spiraal, de aanplanting van notelaars (typische boom voor begraafplaatsen), het amfitheater en niet te vergeten het prachtige perk met paarse irissen.  Duidelijke bewijzen dat er de laatste jaren hard gewerkt is hier aan deze oase van rust en groen.  Er werden hier fascinerende links gelegd tussen leven en dood, de jeugd en de ouderdom, een pluim op de hoed van architect Chris Vermandere en de idealisten en vrienden van Turninum.
 
Een leerrijke namiddag met veel weetjes leverde heel wat stof voor nakaarten…
 
tekst en foto's : Ludo Dieltiens, 29 mei 2008.