Nieuwsbrief Nr. 42 - juni 2008

Herinhuldiging van het "eilandje" op het Schoonselhofeen waarheidsgetrouw relaas


Op maandag 26 mei ging in Antwerpen het funeraire feest van start met de herinhuldiging van het ereperk “het eilandje” en de grafmonumenten voor Pierre Bruno Bourla en Alexis Van Mechelen.
Jullie sterreporter mocht en moest erbij zijn. Toen het woord “eilandje” viel, doemde een grijze Scheldemassa als een muur van water voor mijn ogen op. Venetië indachtig, bewapende ik mezelf met “caoutchoutne” botjes, zuidwester, zwemvest, een overlevingspakket waarin louter vegetarische kost, rubber bootje en roeispanen (een gewaarschuwde vrouw is er twee waard). Zo trok ik vanuit Gent richting Schonen Hof, waarbij mijn uitmonstering, het dient gezegd, op de trein enorm veel bekijks en succes had, zeker na het zingen van “daar was eens een meisje loos”.
Min of meer stipt om 15 uur, rukten ongeveer 100 ogen zich met veel moeite los van mijn rijkelijk uitgedost figuurtje met attributen om de eerste spreker, stadsarcheoloog Johan Veeckman, te taxeren. Hij sprak het welkomstwoord en introduceerde kort en bondig de verschillende hoofdrolspelers van deze namiddag : de heren schepenen Heylen en Lauwers, mevrouw De Wolf van Multi Development  en ons aller voorzitter.  De dame en de heren schepenen deden op een voortreffelijke manier wat van hen verwacht werd. Pluimen werden op hoeden gezet en wierookvaten werden rondgezwaaid. Even dreigde paniek toen de vierde spreker spoorloos bleek : was hij de receptiedis al aan het plunderen ?, was hij zichzelf moed aan het indrinken? had hij plankenkoorts of was hij zijnen speech kwijt? Alleen de alwetende weet het.
Van links naar rechts: Stadsarcheoloog Johan Veeckman(© Marc Coremans), Schepen Heylen (© Marc Coremans), Schepen Lauwers (© Marc Coremans, Mevrouw Marleen De Wolf van Multi Development (© Rina Reniers), Onze voorzitter Jacques Buermans (© Modest Van Camp) 

Eenmaal terecht en man van de wereld zijnde, de papieren met zijn discours nonchalant van achteren in de broekzak gepropt, beklom onze voorzitter het spreekgestoelte.

Pluimen deze keer voor al onze handige Zerkjes die de laatste weken geklopt, gehamerd, geschuurd, gesnoeid en gezweet hadden om de TWEE eilandjes op tijd en stond in orde te brengen. (Twee eilandjes mijnen God, ik wist dat mijn rubber bootje en die peddels van pas zouden komen. Ik zag mezelf al die 50-koppige massa, vrouwmoedig, overroeien).
En dan het “moment suprême”: er waren een dame en 3 potige heren  nodig, waaronder onze eigenste technische adviseur Christiaan Ketele, om de buitenmaatse Belgische vlag van het herdenkingsmonumentje te tillen.
Ongeveer 100 voeten, waarvan twee met plastieken botjes, betraden droogvoets de eilandjes.
De groendienst van de begraafplaats had de gerestaureerde monumentjes met rode en witte Gentse begonia’s opgesmukt wat het geheel een extra fleurig Antwerps cachet meegaf.
Iedereen keek, bewonderde en zag dat het goed was. Ondergetekende ontdekte zelfs het graf van een Gentenaar,  de verloren gelopen bariton Adolf Coryn,  de man die het Antwerpse volk leerde zingen.
Stilaan werd het tijd om te controleren of onze teergeliefde voorzitter nog iets van de receptiedrankjes en –hapjes had overgelaten. Een gezellig nakaarten sloot het feestelijk gebeuren af.
Indien er sommigen onder jullie richting “eilandjes” trekken om er het zwaar labeur van onze Zerkjes te bewonderen, al mijn waterbestendig sportgerief inclusief mijn overlevingspakket heb ik aan de waterkant achtergelaten, maak er gerust gebruik van.
 
Kuifje.