Nieuwsbrief Nr. 41 - mei 2008

Tante Kato ging op reis en ze zag Oradour-sur-Glane


10 juni 1944 * departement Haute-Vienne, Frankrijk

“Hoort dit onderwerp wel thuis in de Tante Kato stukjes?” Dat heb ik mij dikwijls afgevraagd. Strikt genomen gaat het hier niet over een speciale begraafplaats of een merkwaardige tombe van een excentriekeling op een eigenaardige locatie.  Dit gaat over een uitgemoord dorp en op de gemeentelijke begraafplaats liggen de asresten van 642 slachtoffers begraven. Maar Oradour laat mij niet los. Wie er ooit geweest is, zal begrijpen dat ik er iets over moest schrijven, dat ik wil vertellen wat er die zaterdag 10 juni 1944, vier dagen na de landing in Normandië, gebeurde in dit rustige, vredige, onschuldige dorp.

Tot die dag was Oradour, 23 km ten noorden van Limoges, gespaard gebleven van alle oorlogsgeweld.  In 1940 waren er vluchtelingen uit het Moezelbekken neergestreken, maar in vier jaar tijd had men zo goed als geen Duitse soldaat gezien. De dag na de landing in Normandië had de Résistance een spoorwegbrug tot ontploffing gebracht, waarbij twee Duitse doden vielen. De SSers wilden alle verzet lamleggen door een voorbeeld te stellen:

Die lentedag arriveerde om 14.00 uur een Duitse legermacht die alle inwoners bijeendreef op het jaarmarktplein. ‘t Was een efficiënte, gecontroleerde actie zonder geweld. Het leek om een routine-passencontrole te gaan. Iedereen was wel nieuwsgierig maar niemand maakte zich ongerust. Alleen de moeders waren bang dat hun zonen zouden opgeëist worden voor de werkkampen van de nazi’s. Toen het dorp volledig omsingeld was door een cordon soldaten werd de mannelijke bevolking verdeeld over zes schuren en garages. De vrouwen en kinderen werden naar de kerk gedreven. Alles gebeurde beheerst, zonder emoties, zonder weerstand, maar wel onder muzikale begeleiding. Om 16.00 uur ontplofte een granaat, het signaal om naar de volgende fase over te gaan. Gelijktijdig werd het vuur geopend op de zes schuren waar de mannen zaten. In de kerk waar zo’n 250 vrouwen en 247 kinderen ondergebracht waren, ontplofte een bom en om 17.00 uur stond heel Oradour in lichterlaaie. Het dorp brandde en bleef branden. Tot het ochtendgloren was er alleen nog de geur van brandend vlees. Slechts zes mensen, vijf mannen en een vrouw, konden ontsnappen om het gruwelijke verhaal verder te vertellen.

Vrij snel besliste generaal de Gaulle dat dit martelarendorp nooit heropgebouwd zou worden.  Men zou de vernietigde huizen laten zoals ze waren, opdat de komende generaties het nooit zouden vergeten. Jaarlijks trekt Oradour honderdduizenden bezoekers die allemaal in stilte door de straten van dit spookstadje trekken... Ooit moet het er gezellig en levendig geweest zijn. Een boerentram verbond Oradour met Limoges. Elke straat had een café en een bakker.  Er waren garages, handelszaken, een tandarts. Nog nooit zag ik een gemeenschap waar de band met het leven zo bruusk doorgesneden werd.

De begraafplaats ziet er uit als elke Franse begraafplaats. Op de grafstenen veel kleine gedenktabletten en namaakbloemen. Er is een groot memoriaal met oa grote glazen stolpen waarin beenderrestjes opgeborgen liggen. Als je terugwandelt naar het dorp richting jaarmarktplein blijkt er nog een tweede (ondergrondse) memoriaal te zijn. Achter deze twee gedenktekens ligt weer een ander verhaal. Toen in 1953 bleek dat de beulen, verantwoordelijk voor het “asbad”, hun straf zouden ontlopen, verbrak Oradour alle banden met de Franse staat. Deze onmin duurde 17 jaren. De families van de overledenen weigerden de asresten over te brengen naar het staatsmemoriaal, dat opgericht was tussen het jaarmarktplein en de begraafplaats. Daarom bekostigden zij zelf het grote ossuarium op de begraafplaats. Toen in 1970 weer vrede gesloten werd met de Franse staat werd het officiële memoriaal getransformeerd in een museum waar dagelijkse voorwerpen (gebroken borden, een reiskoffertje, enz..) en documenten gevonden tussen de verbrande huizen ondergebracht werden.

Waarmee kan ik beter besluiten dan met enkele woorden uit het “Chanson de la Caravane d’Oradour” van Louis Aragon van 12 juni 1949:

“... ce lieu marqué par le sang.  Une plaie au coeur de la France ...”

Op de voorgrond het ondergrondse staatsmemoriaal. Op de achtergrond de toren van het ossuarium dat door de bevolking van Oradour bekostigd werd.

tekst en foto : Tante Kato