Nieuwsbrief Nr. 41 - mei 2008

Westhoek, wat een gids en wat een meevallergids Dominiek Dendooven maakte zijn reputatie meer dan waar


Goed op tijd vertrokken we naar Ieper. Onze gids Dominiek Dendooven stond ons op te wachten om een inleiding te geven waarna gestart werd met een bezoek aan het “In Flanders Field” museum. Om 13.30 uur stond onze gids ons op te wachten aan de Menenpoort. Hij vertelde onder andere dat de Britten de enigen waren die nagedacht hadden over hun doden maar zeker ook wat betreft hun vermisten. Op de “Menenpoort” worden nu nog namen van “vermisten” bijgeschreven en anderen, waarvan het lichaam geïdentificeerd werd, verwijderd. Dikwijls schuilt achter een naam een noodlottig verhaal. Wat te denken van ene Van Gheluwe, afkomstig uit Roeselare die dienst nam in het Canadese leger. Tijdens de oorlog wordt hij naar de Westhoek gestuurd en hij overlijdt in Passendale … amper tien kilometer van zijn woonplaats.
Vandaar ging het naar de gemeentelijke begraafplaats van Ieper daterend van 1791 die zwaar beschoten werd tijdens de 1e Wereldoorlog. Dominiek wees ons op de afgeknotte boom van de hand van beeldhouwer Thoris die een grafmonument maakte voor zijn in het kraambed overleden echtgenote. 
Doordat al het beeldhouwwerk van Thoris tijdens de oorlog beschadigd werd is dit het enige overgebleven werk van de kunstenaar. Arthur Stoffels was vrijmetselaar, geen vrijmetselaarssymboliek op het graf omdat in die tijd Ieper heel katholiek was. Alfons Van den Peereboom was eerste minister.
Vandenbraambussche was de stichter van de Last Post Foundation, de plechtigheid die nog altijd dagelijks plaats heeft. Duruttegeneraal van Napoleon, kreeg een monumentaal grafmonument. Verder een feniks die uit zijn as verrijst van de hand van Lucien Degeus op het graf van Marc Delfosse die in zijn garage ontplofte. Van “lugubere” symboliek gesproken. Hier ook het graf voor prins Maurice von Battenberg, afstammeling van de Britste koningin-moeder.
Langs de Franse militaire begraafplaats Saint-Charles-de-Potyze ging het naar Zonnebeke. Daar ontdekten we de crypte met de kisten van oudstrijders van 1914-1918 en een oudstrijder van 1830. De kisten liggen bloot, wat normaal gezien illegaal is.
Viaene, vrijwilligster in Guatemala, daar overleden, kreeg een origineel grafmonument. Werner Lagae, beeldhouwer en directeur van de Kunstacademie van Tielt kreeg een monument, gemaakt door een Brugs kunstenaar, uit resten van een oud en vervallen graf waarvan de concessie verstreken was. Hier ligt ook dokter Berten Pil, scheikundige en Vlaams strijder. Ooit was hij begraven op de begraafplaats van Mortsel, Oude God, maar wegens de ontruiming van deze dodenakker aan de Edegemsestraat werd het graf in 1996 naar hier overgebracht. Een van onze aandachtige medereizigers wees op een eigenaardigheidje: een aantal graven die bij nader toezien bestonden uit … gerecupereerde graven van het Belgisch kleerkastmodel.
Dan kwamen we aan de Britse kers op de taart: Tyne Cot Cemetery.
De begraafplaats werd aangelegd door de Engelse architect Baker op de plaats waar tijdens de oorlog een kleine schuur stond wat nog te zien is aan het dak van de poort. “Cot” is een afkorting van “cottage”, het Engelse woord voor schuur en de Tyne is een rivier in Noord-Engeland. De grootste Britse begraafplaats bevat 11 856 graven. Duitse bunkers werden in het ontwerp geïntegreerd.
Hier kregen ook enkele Duitse soldaten hun laatste rustplaats. Men wou hierbij aantonen dat in de dood iedereen gelijk is zonder onderscheid van ras, geloof of afkomst. Dominiek wees ons op het graf van Jeffries “captain” omgekomen vlakbij een van de Duitse bunkers. Bleek dat de man eigenlijk sergeant was en later “acting lieutenant” (dienstdoende luitenant), omdat de luitenant van zijn compagnie omgekomen was. Later “acting captain”, omdat ook de bevelvoerende kapitein sneuvelde. Ook wees onze gids op enkele graven van Zuid Afrikanen. De tekst op hun graf was tweetalig: Engels en … Nederlands. Zuid Afrikaans werd toen nog niet erkend als taal.
We hielden even halt bij het monument “Le Canadien”, opgericht ter nagedachtenis van de 3000 doden van de eerste Canadese Divisie die vielen tijdens de tegenaanvallen na de Duitse gasaanval van 22 april 1915. Het monument is van F.C. Clemeshaw.
Dan was het de hoogste tijd om even halt te houden voor een drankje.
 
De laatste halte was aan het “Deutsche Soldatenfriedhof Langemark”. Deze Duitse oorlogsbegraafplaats met 44 294 graven is een ontwerp van Tischler. Een bebloemd massagraf vooraan en achteraan vier indrukwekkende figuren. Het werk is van professor Emil Krieger uit München en moest oproepen tot bezinning. Op het “Langemarkse Friedhof” bevindt zich ook nog een “studentenkerkhof” waar 3 000 studenten-vrijwilligers begraven liggen die sneuvelden bij de stormloop op Langemark in oktober 1914. De begraafplaats is ontstaan uit een Britse begraafplaats. Het poortgebouw werd opgetrokken in rode zandsteen van de Weser en was bedoeld om de overgang te maken van het dagelijkse leven naar de begraafplaats. De namen van de geïdentificeerde gesneuvelden staan gebeiteld in eikenhouten panelen, die de muren bekleden van de ruimte, rechts bij de ingang. De bunkers, rechts, waren vroeger klaprozenvelden. Hier staan de namen van de verenigingen die de begraafplaats hielpen aanleggen, zowel financieel als manueel. Na W.O. I waren er Duitse soldatengraven in heel wat Belgische gemeenten. Kort na de oorlog werden deze graven bijeengebracht op 184 Duitse begraafplaatsen, het merendeel in de Ieperse frontstreek. Op het grondgebied van Langemark alleen al waren er 17 Duitse begraafplaatsen. Na W. O. II werden de Duitse gesneuvelden samengebracht op vier begraafplaatsen: Menen, Hooglede, Langemark en Vladslo.
Iets na 18.30 uur eindigde onze tocht vlakbij Grote Markt van Ieper. Woorden van lof voor Dominiek Dendooven waren legio. En niet ten onrechte want iedereen was het erover eens dat ze dankzij hem toch veel informatie hadden opgestoken. Bewijs daarvan de vele mails die ik na onze tocht van tevreden Grafzerkjes mocht ontvangen.
 
Een groot deel van onze groep woonde, om 20 uur, de Last Post nog bij. Dat was spijtig genoeg voor velen een afknapper. Veel te veel volk en de plechtigheid werd opgeluisterd door een doedelzakspeler die er maar niet in slaagde om één enkel deuntje foutloos te spelen. Blijkbaar hadden ze man veel dienen te betalen want hij mocht zes nummers op rij spelen terwijl aan de andere zijde van de Menenpoort een Britse muziekkapel werkeloos stond toe te kijken. Wanneer die dan eindelijk iets mocht spelen bleek dit het einde van de plechtigheid te zijn. Maar zij speelden tenminste foutloos.
tekst en foto's : Jacques Buermans