Nieuwsbrief Nr. 40 - maart 2008

Tante Kato ging op reis en zag de graven van Bahadur Shah Zafar II


Bahadur Shah Zafar II * 1775 - 1862 * Yangon, Myanmar

Over wie heeft ze het nu weer ? En dan nog begraven in een godvergeten land ? Och, ik wil het gewoon hebben over de laatste keizer van India, die in 1858 door de Britten naar Rangoon in de toen nog-niet-eens Britse kolonie Birma gedeporteerd werd. Een kleine dertig jaar later werd de verbanning in omgekeerde richting herhaald : de laatste koning van Birma kreeg een enkele reis naar India aangeboden.

Laat ons beginnen bij het begin : Bahadur Shah Zafar II was een nazaat van Shah Jahan, over wie ik het twee jaar geleden in mijn stukje over de Taj Mahal had. Algemeen wordt aanvaard dat de ster van de beroemde Moghol-dynastie al meer dan honderd jaar aan het tanen was. Iets wat ik toch met een miniem korreltje zout wil nemen. Bahadur Shah Zafar II werd keizer in 1838 -hij was toen al in de zestig- en zijn rijk ging inderdaad niet verder dan het Rode Fort van Delhi. Het immense India was verdeeld in honderden rijkjes en aangezien Bahadur Shah niet geïnteresseerd was in politiek of macht zou zijn keizerrijk nooit groter worden dan die Delhi-postzegel. De keizer hield daarentegen van kunst, poëzie in het bijzonder. Hij wordt onder zijn pseudoniem Zafar (Overwinning) beschouwd als een groot Urdu-dichter. Onder zijn invloed werd Delhi hét culturele centrum waar geleerdheid hoog aangeschreven stond. In 1857 kwamen Indiërs in opstand tegen de Britten en Bahadur Shah werd naar voor geschoven als de figuur die qua leiderschap de goedkeuring kon krijgen van moslims, hindoes, prinsen en intelligentsia. Alleen was dàt niet de visie van de Britten. Die wilden de teugels met niermand delen. Bahadur Shah sloeg op de vlucht naar het mausoleum van zijn voorvader Humayum (r. 1530-1556). Hij was echter niet opgewassen tegen de Britse overmacht en moest zich overgeven. Het merendeel van zijn zonen werd door de Britten geëxecuteerd en Bahadur Shah stopte men als een wild dier in een kooi. Samen met zijn gemalin Zinat Mahal, twee jonge zonen en een klein gevolg werd hij verbannen. Per ossenwagens naar de Ganges en daarna per boot naar Rangoon. Hét Indische probleem was opgelost. “Opgeruimd staat netjes”. Vijf jaar later op de gezegende leeftijd van 87 jaar overleed de laatste Moghol. Hij was een gebroken man. Geen enkele krant berichtte over zijn dood. Hij werd begraven in de buurt van de grote Shwedagon Pagode, in de stad die in 1989 omgedoopt werd van Brits Rangoon naar het originele en voor militaire oren gunstiger klinkende Yangon.

Deze geschiedenis kenden we via literatuur en internet vòòr we naar Myanmar vertrokken. De enorme Shwedagon Pagode is een niet te missen hoogtepunt, dus konden we ons bezoek combineren met een zoektocht naar het graf van de laatste keizer van India. Vergeet het : dat schitterende Shwedagon-complex is zo reusachtig groot en bij temperaturen van 30° en meer -‘t was tenslotte winter- is systematisch uitkammen van de buurt uitgesloten en is het aangeraden in één bepaalde richting te zoeken. Wij dus een taxi-chauffeur aangesproken. ‘t Kwam nogal raar over : in een uitgesproken boeddhistisch land op zoek gaan naar het graf van een vreemde islamitische vorst. Bovendien spreken taxichauffeurs niet direct een voor ons begrijpelijke taal. Maar het is gelukt !

Vooraan in de straat staat een appartementsgebouw dat meer op een stapel blokhutten lijkt. Niet direct wat we hoopten te vinden. Onze chauffeur stopte verder in de straat voor een toegangspoort met een boog waarop “Dargah of Bahadur Shah Zafar, Emperor of India (1837-1857)”. Bingo ! Toen begon de puzzel pas : het hoofdgebouw dateert van 1994, rijkelijk laat voor iemand die al meer dan honderd jaar dood is. Bovendien zagen we een gedenksteen met de melding dat de laatste Moghol “was buried near this spot”. “Near” klinkt niet direct veelbelovend. Deze steen hadden de Britten in 1907 toegestaan. We werden binnengeleid in een ruimte met drie graven : één met kroon en twee kleinere. De drie graven waren bedekt met groene gewaden versierd met gouden galons en witte letters. 
De kroon, da’s duidelijk maar wie zijn de twee andere ? Dan werden we meegetroond -alles met gebarentaal- naar een veel lager gelegen ruimte waar een bakstenen tombe mij aan een “stenen bruidsbed” deed denken. Gelukkig gaf een tweetalig Myanmarees-Engels bord méér informatie. De Britten -bang dat het graf van de laatste Moghol een pelgrimsoord zou worden- hadden de laatste keizer in alle stilte begraven in een bakstenen graf op een afgesloten terrein dat als gevangenis dienst deed. Zij camoufleerden de anonieme plek met turf en het woekerend onkruid zou het graf snel onherkenbaar maken. Trouwe moslims wisten dat de vorst hier ergens begraven lag zonder de exacte plaats te kennen. In 1991 stootten werklui op wat ik daarnet het stenen bruidsbed noemde en vonden een skelet. Het bleek het originele graf van de laatste keizer van India. Toen wij er waren was de tombe met een witte sprei bedekt. Bahadur Shah Zafar, heilig voor zijn aanhangers, heeft dus twee graven. Ook al is het groene graf dat we eerst zagen waarschijnlijk leeg, men heeft het jaren als echt beschouwd en dat maakt men niet zomaar ongedaan.
Zinat Mahal, de weduwe van Bahadur Shah Zafar, geboren in 1821 overleed in 1882. Toen wist men nog altijd niet waar de keizer exact begraven lag en zij kreeg ergens in de nabijheid een graf. Twee jaar later overleed hun zoon Mirza Jawan Bakht (1841-1884), die naast zijn moeder begraven werd. Vandaar de drie groene graven, één met kroon en twee zonder. Ik vertelde in het begin dat verschillende zoons geëxecuteerd werden, toch zijn er nog steeds nazaten van deze machtige dynastie. Hij had tenslotte vier vrouwen, verschillende concubines, tweeëntwintig zonen en minstens tweeëndertig dochters. Zij leven verspreid over India, Pakistan en Myanmar.

Na onze reis viel het boek “The Last Mughal” van William Dalrymple in onze brievenbus. Ik heb het inmiddels cursief doorgenomen omdat ik dit stukje snel wou indienen. Dalrymple is gespecialiseerd in historische reisliteratuur en dit boek dateert van 2006. Het is voorlopig nog niet in het Nederlands verschenen, maar het is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van India.

Tekst en foto's :  Tante Kato