Nieuwsbrief Nr. 39 - januari 2008

Tante Kato ging op reis en zag het graf van apostel Jacobus de Meerdere


†ca. 40 AD * Santiago de Compostela, Spanje


Santiago de Compostela, 9 uur ‘s avonds. Ik voel mijn voeten niet meer. Denkt u nu dat ik die 1.850 kilometer vanaf Antwerpen tot hier te voet afgelegd heb ? Fout. Alle respect voor de pelgrims die bijvoorbeeld 13 weken onderweg zijn. Maar nee, dank u. Op onze leeftijd komt een mens hiernaartoe met vliegtuig en huurauto. Maar een stadsbezoek aan het monumentale Santiago de Compostela verkort toch je benen met enkele centimeters, allez millimeters, allez bij wijze van spreken. Zelfs al heb je tussendoor op 4 terrasjes uitgerust én bovendien in 2 tapabars wat gegeten. Deze imposante stad en haar geschiedenis leent zich tot een beetje overdrijven.

Eerst het fantastische verhaal van apostel Jacobus de Meerdere, de broer van de evangelist Johannes. Hij kreeg de naam de Meerdere (dwz de oudste), le Majeur, el Mayor om hem te onderscheiden van die andere apostel Jacobus. Jacobus de Meerdere was de zoon van een Galilese visser en één van de eerste volgelingen van Jezus van Nazareth. Na de dood van zijn Heer kwam hij het Iberisch schiereiland kerstenen en toch werd Jacobus de Meerdere of met zijn Spaanse naam Santiago als eerste apostel-martelaar rond het jaar 44 op bevel van koning Herodes Agrippa I in Jeruzalem onthoofd. Voorwaar flink heen-en-weer gereis. Zeker in die tijd !
We moeten een sprong van enkele eeuwen maken -de schuld van de Barbaren en de Moren- naar de 7de-8ste eeuw. We kijken niet op 100 jaar. De goede, wijze kerkvaders beslisten toen dat de christelijke landen rond de Middellandse Zee allemaal gekerstend waren door een rechtstreekse leerling van Jezus en Santiago werd bevestigd als de apostel die Spanje geëvangeliseerd had. Weer enkele decennia later (ca.825) ontdekte ene kluizenaar Pelayo geholpen door engelen een eigenaardige plek met een heel vreemde verlichting. Op dat veld vol sterren werd het graf van Santiago gevonden. Een veld vol sterren, een campus stellae, vereenvoudigd tot compostela. Meer had men toen als verklaring niet nodig. Hoe is Santiago na zijn dood van Jeruzalem in Noord-West-Spanje verzeild geraakt ? Juist : met een zeilboot werden de resten van de goede man in veiligheid gebracht in het land dat hij gekerstend had. In het huidige Spaanse Padrón kwam hij aan land, om ergens in de buurt op een veld begraven te worden. In Padrón kan je trouwens nog een steen zien waaraan de zeilboot van de heilige werd vastgemaakt. Men gelooft zelfs dat zijn lichaam eerst op de steen gelegd werd en dat de steen een uitsparing in de vorm van zijn lichaam kreeg. In die tijd zaten de christelijke Spanjaarden teruggedrongen tegen de Atlantische Kust, want de rest van het schiereiland was Moors gebied. De ontdekking van het graf van Santiago was dé ideale gelegenheid om aan de Reconquista te beginnen en de Moren uit het land te verdrijven. In 844 geschiedde een mirakel : tijdens een zwaar gevecht, waarbij de Moren aan de winnende hand waren, verscheen hulp in de gedaante van een ruiter op een wit paard met in de hand een witte vlag met een rood kruis. De ruiter werd herkend als Santiago, die direct de bijnaam Matamoros, doder van de Moren, kreeg. De Reconquista had zijn heilige gevonden. Eén van de ridders moest in het midden van de strijd een zeearm overzwemmen en kwam uit het water helemaal bedekt met schelpen. Toen is de schelp hét symbool geworden, het embleem van de bedevaarder en kregen wij op feestdagen een coquille St Jacques op ons bord. De bal was aan het rollen : er werd eerst een kleine bidruimte gebouwd (9de, 10de eeuw) rond het graf van de heilige en een eeuw later een kerk. ‘t Was ook nodig want de Moren hadden in een raid korte metten gemaakt (da’s een woordgebruik dat ze niet zouden waarderen) met het heiligdom rond de Spaanse patroonheilige. In de 10de-12de eeuw telde Santiago de Compostela jaarlijks 500.000 pelgrims. Nog eens 100 jaar later kwam een grotere kathedraal om tenslotte te eindigen in de 18de eeuw met het monumentale bouwwerk dat nu te zien is. De kerk van Rome kende in de middeleeuwen 3 grote bedevaartplaatsen : Jeruzalem, Rome zelf en Santiago de Compostela. Gezien de moeilijke bereikbaarheid van Jeruzalem, het Heilig land was immers in handen van ongelovige Turken, en de zware tocht door de Alpen om Rome te bereiken werd Santiago in West-Europa ontzettend populair. De “wegen naar Santiago de Compostela” zagen het daglicht en boetedoeners zakten massaal af naar die hoek van Spanje, terecht Finistera (landseinde) genoemd. Toen op het einde van de 16de eeuw Engelse zeerovers Spanje aanvielen, moesten de relikwieën van Santiago weer eens in veiligheid gebracht worden. Wat men eens verstopt heeft, vindt men later niet makkelijk terug. Een verschijnsel dat ook mij niet vreemd is. Idem dito voor Santiago. We schrijven 1879 toen de heilige resten eindelijk teruggevonden werden. In die 19de eeuw zijn de bedevaarten terug op gang gekomen, maar het is pas de laatste 30-40 jaar dat ze hun hoogtepunt bereikten.


In de 20ste eeuw kreeg de naam compostela een nieuwe, wetenschappelijk meer verantwoorde verklaring. De naam zou afgeleid zijn van compostum en componere, gewoon latijn voor begraven, want waar Jacobus begraven werd was voorheen al een begraafplaats. Misschien spreekt voorzitter Jacques de Meerdere binnenkort ook over zijn compostvat in plaats van “zijnen hof”. Nog een weetje voor iedereen die van etymologie houdt : de meesten onder ons kennen het verschijnsel dat ze in Parijs hun trein- of metroticket moeten “composter” of ontwaarden. Dat woord zou via de pelgrims in de Franse taal geraakt zijn. Op hun weg naar Santiago de Compostela moesten zij immers als bewijs op vaste plekken een stempel krijgen. En dat heette “composter”, en zo ... Als het niet waar is, dan is het toch goed gevonden.

Voor iedereen die naar de beroemde bedevaartplaats zou willen : als de feestdag van Santiago (25 juli) op een zondag valt dan is het daar “Heilig Jaar” en worden alle zonden van de pelgrims vergeven. Is dat iets voor u ? De volgende heilige jaren zijn 2010 en 2021.
 
Tekst en foto : Tante Kato