Nieuwsbrief Nr. 38 - november 2007

Tante Kato ging op reis en zag het graf van Ayatollah Khomeini


Ruhollah ibn Mustafa Musavi Khomeini * 1902-1989 * Teheran, Iran

Toen begin 1979 én de daarop volgende jaren Ayatollah Khomeini dagelijks in het nieuws kwam heb ik nooit sympathie gevoeld voor de man. Toch beschouwden velen hem als een zeer charismatische figuur en toen we enkele jaren geleden in Iran waren en zijn foto in het straatbeeld zagen, hoorde ik een medereizigster zeggen dat hij toch sterk op Sean Connery leek. Niet de jonge versie van James Bond, maar die van nu. “Leg de foto’s van beide naast mekaar. Je zal wel zien.” Ik heb het nog steeds niet gedaan maar per straathoek vond ik de glimlach van Khomeini minzamer en mooier. We beslisten naar zijn mausoleum te rijden en haalden zijn geschiedenis terug voor de geest.

Ruhollah ibn Mustafa Musavi Khomeini werd in 1902 geboren in het kleine dorpje Khomein bij Isfahan. Khomeini’s grootvader dreef handel met India en daarom werd de familie soms Hindi genoemd, wat aanleiding gaf tot het gerucht dat Khomeini deels van Indische origine was. Zijn vader was functionaris in het Britse imperium en Khomeini studeerde in de voor de sjiieten heilige stad Qom. Later onderwees hij er zelf filosofie en rechtsgeleerdheid. Van zijn privéleven is geweten dat hij in 1927 trouwde en 8 kinderen kreeg. In 1944 publiceerde hij een aanklacht tegen de monarchie. Het land was sinds 1925 in handen van de Pahlavi-dynastie en Khomeini begon steeds meer kritiek uit te oefenen op sjah Muhammad Reza (°1919 †1980; r. 1941-1979), diens westerse hervormingen en de Amerikaanse inmenging. In 1963 werd Khomeini gearresteerd en ter dood veroordeeld. De machtige geestelijken riepen hem onmiddellijk uit tot groot-ayatollah en dat redde zijn leven. Verbanning werd zijn straf. Eerst verbleef hij een jaar in Turkije en van 1965 tot 1978 leefde hij in Najaf, Irak. Hij bleef er politiek actief met lezingen en bandopnames die naar Iran gesmokkeld werden. In het begin werd hij volop gesteund door Irak want zij waren samen tegen het regime van de sjah. Nadat beide landen in 1975 een verdrag sloten kon Khomeini niet langer rekenen op Iraakse steun. Die jaren ging de Savak, de geheime politie van de sjah, drastisch te keer en de situatie in Iran werd uiterst kritiek. Het volk eiste de terugkeer van Khomeini. In plaats daarvan werd hij naar Frankrijk verbannen. In de chique Parijse voorstad Neauphle-le-Château nam hij nog meer cassettebandjes op en kon hij op een grote mediabelangstelling rekenen.

Na de val van de sjah begin 1979 verliet Khomeini Frankrijk en keerde hij terug naar Iran, waar 2 miljoen Iraniërs hem verwelkomden. Qom werd opnieuw zijn hoofdkwartier en hij werd de hoogste geestelijke leider van de Islamitische Republiek Iran. Khomeini kreeg de titel imam waarmee hij met kop en schouders boven alle ayatollahs en groot-ayatollahs uitstak. Het volgende wat we ons allemaal herinneren is de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran op 4 november 1979. Gedurende 444 dagen werden 52 Amerikaanse diplomaten gegijzeld. Wij logeerden in een hotel vlak bij die ex-Amerikaanse ambassade en vanop het dak kon je de tuin en de ommuring zien. Hoeveel perslui hebben hier ooit op het dak gestaan -of beter : mogen staan- om de situatie te aanschouwen en verslag uit te brengen ? Alsof dat nog niet genoeg wereldnieuws was : op 22 september 1980 ging de Iran-Irak-oorlog van start. Die duurde tot 1988 en kende winnaar noch verliezer. Men telde in totaal zo’n 1,5 miljoen slachtoffers. Nog een herinnering ophalen : het fatwa tegen de Brits-Indische schrijver Salman Rushdie wegens diens Satansverzen (1988).

Imam Khomeini overleed in 1989. Men zegt dat dit de grootste begrafenis ter wereld was. Miljoenen rouwenden verdrongen zich om een stukje van de lijkwade van de “heilige” te bemachtigen. Een helikopter was nodig om de massa uiteen te drijven.
 
Rond Khomeini’s tombe in het arme zuiden van Teheran bouwde men eerst een mausoleum en een hele rist gebouwen werden en worden er nog steeds aan toegevoegd. Wij mochten het mausoleum vrij bezoeken, de aparte ingang voor mannen en vrouwen repecterend. Eens de schoenen uit en de controle gepasseerd konden we ons terug verenigen. Wij vrouwen droegen allemaal een vormloze lange jurk en hoofddoek. Een medereizigster dacht dat haar lange zwarte rok mét split deftig genoeg was. Na enkele strenge blikken heeft zij snel een aantal veiligheidsspelden boven gehaald. Voor de rest liepen we vrij rond en fotografeerden we wat we wilden. In de enorme betonnen hal staat een klein eenvoudig schrijn. Bezoekers stoppen geldbiljetten tussen de gril, zodat de in groen gehulde tombe (018) soms op een tapijt van geldbiljetten rust.
Boven het schrijn hangt een grote kroonluchter en de koepel bestaat uit glasramen met tulpmotieven, het symbool van de Iraanse revolutie en het martelaarschap. Je voelt dat Khomeini de voorkeur gaf aan een verzamelplaats voor groot en klein, voor oud en jong en dat hij geen heil zag in een luxe-mausoleum. Nu zijn er rond het mausoleum al enkele snackbars en winkeltjes, maar er komt een universiteit, een metro én een luchthaven. Als dit ooit afgeraakt, dan wordt het het grootste gebouwencomplex aan deze kant van de aardbol. Wie dit mausoleum wil bezoeken moet 4 juni, Khomeini’s sterfdatum, vermijden. Die dag is er namelijk geen doorkomen aan. Een massa mensen komt Khomeini dan groeten en betreuren.

Vlakbij Khomeini’s mausoleum bevindt zich de grootste begraafplaats van het land. In een schaduwrijk park vindt men de graven van de martelaren die omkwamen in de revolutie en herdenkingsmonumenten voor oa de 400 Iraanse pelgrims die in 1987 de dood vonden tijdens rellen in Mekka waarbij het Saoudi-Arabische leger het vuur opende. Maar het grootste gedeelte wordt ingenomen door de slachtoffers van de Iran-Irak-oorlog. Hier liggen zo’n 200.000 martelaren, de hoogste status voor een soldaat. De graven zijn een bric-a-brac, een volkse kitch. Elk graf lijkt in elkaar geflanst met beperkte middelen. De familie versiert de graven met wimpeltjes, foto’s van de gevallene en van Khomeini.
Verder zijn er blikken en glazen kastjes, lichtjes, kunststofbloemen, speeltjes, noem maar op. Het verdriet om het verlies van een moedige strijder wordt geuit met openbare jammerklachten en gezamenlijke treurnis. Rouwen doe je open en bloot, niet verstopt en uit het zicht van de anderen. Men laat zien dat men zijn geliefde mist en men troost elkaar. Zelfs wij, vreemde bezoekers, toeristen, pottenkijkers werden door de treurenden getrakteerd op snoepjes en watermeloen. De gastvrijheid van de Iraniërs is mateloos.
 
Tekst en foto : Tante Kato