Nieuwsbrief Nr. 38 - november 2007

Oorlogsbegraafplaats Lommel onder een druilerige regenMarc Van Bouwelen maakte een verslag


Marc Van Bouwelen kroop in zijn pen en maakte volgend verslag:
 
Op 29 september bezochten we de militaire begraafplaats van Lommel.
Waarschijnlijk één van de weinige die een educatief centrum en een jeugdhuis heeft ; dat wil aan jongeren de gevolgen van de oorlog tonen. In 1953 ging hier het eerste internationale jeugdkamp door. Duitse en andere jongeren onderhielden de graven maar legden ook contact met de plaatselijke bevolking om verstandhouding op te bouwen tussen de nationaliteiten. Dit onder het motto ‘verzoening over de graven heen’.
Dat werd ook het motto van de Volksbund Deutscher Kriegsgräbenfürsorge dat de begraafplaats beheert. Het is een private organisatie van burgers die na W.O. I de graven van de gesneuvelden wilden onderhouden. Inmiddels heeft ze akkoorden met de Duitse staat die 10 % van de inkomsten subsidieert. De overige komen uit eigen werving maar dalen nu de generatie van W.O. II vermindert. Tijdens W.O. II werd de organisatie even overgenomen door de staat, sindsdien is ze weer in privéhanden.

De bond werkt nu in meer dan 100 landen van de wereld en is na 60 jaar nog steeds bezig met zoeken, identificeren en begraven van de doden. Sinds het openstellen van de grenzen is hij vrij actief in Oost-Europa (tweemaal zoveel Duitsers sneuvelden aan het Oostfront dan in het Westen). Het is nodig de doden snel op te graven, zoniet verdwijnt veel materiaal voor identificatie als souvenir uit de graven.
 
De thematiek blijft actueel, nog steeds vragen familieleden naar namen, of ze vinden bij een toeristisch bezoek toevallig graven waarnaar men lang gezocht heeft bij overheid, Rode Kruis,... Zoeken is nu on-line mogelijk via de website van de VDK.
 
Lommel is de grootste begraafplaats van W.O. II buiten Duitsland, althans in aantal overledenen: 39.107 doden. (Ijsselstein in Nederland is groter in oppervlakte maar er rusten minder gesneuvelden). Het is een verzamelbegraafplaats waar de doden van overal bij elkaar gebracht worden, het gaat niet om soldaten die ter plaatse zijn gesneuveld. Ze zijn individueel begraven, er is geen massagraf. Per 2 graven werd 1 kruisje geplaatst.
De gemiddelde leeftijd van de doden is 26 jaar, wat te verklaren is door de inzet van veel kinderen tegen het einde van de oorlog. De leeftijd varieert van 14 tot 80 jaar, de graden van soldaat tot generaal-majoor. Er rusten ook 63 vrouwen, vooral DRK-Schwester of civiel personeel bij het leger.
 
Het terrein werd na W.O. II gekozen door de Amerikanen : het was groot en vrij. Er lagen al enkele Duitse soldaten uit W.O. I begraven. Het blijft Belgisch grondgebied maar is voor 99 jaar ter beschikking gesteld. De eerste begravingen gebeurden door Duitse krijgsgevangenen onder Brits/Amerikaans toezicht.
 
In 1953 begon de eigenlijke aanleg van het terrein. De 16 hectare werden ingezaaid en beplant met bomen. Men behield de lokale heide maar omgaf het terrein met een gracht tegen het wegwaaien van de beplanting. Het werd ingedeeld in blokken van 600 graven, telkens genummerd. Hier en daar zijn er nog lege plaatsen (de reden is onbekend). Ze worden gebruikt voor (her)begraving van nu nog gevonden Duitse gesneuvelden. Die worden zoals alle andere opgenomen in de uitgebreide registers.
De twee vaste onderhoudsmensen krijgen hulp van de jongeren die de vredeskampen meemaken, en af en toe van een werkploeg van het Duitse leger.
 
Het bezoek aan de begraafplaats zelf begon met het herdenkingsmonument en de onderliggende crypte. Hierin ligt geen gesneuvelde begraven, maar ze dient als bezinningsruimte en voor herdenkingsplechtigheden. Typerend zijn de gouden accenten in de tegels die bij invallend zonlicht een heldere toets geven die de somberheid doorbreekt (en die overigens op vele Duitse begraafplaatsen terug te vinden zijn).
Tussen de graven gaf de gids toelichting over het lot van verschillende gesneuvelde soldaten. Het centrum zocht de geschiedenis van een aantal soldaten op en maakte hiervan een documentatie die o.a. gebruikt wordt bij bezoek van scholen. Dat helpt jongeren te beseffen dat de gesneuvelden mensen waren met vergelijkbare levens, zorgen en dromen, tot de oorlog er een eind aan maakte.
  
Het interessante bezoek eindigde bij het Gingko-boom(pje) dat 50 jaar na het einde van W.O. II geplant werd door Duitse en Belgische schoolkinderen in het kader van een internationale actie voor herinnering en verstandhouding.
Tekst en foto's : Marc Van Bouwelen