Nieuwsbrief Nr. 37 - september 2007

Westhoekbezoek met inhuldiging Schots monumentRina Reniers & Marc Van Bouwelen waren onze ooggetuigen


Westhoek 25 augustus 2007


Een tripje naar de Westhoek gemaakt naar aanleiding van de inhuldiging van het Schotse herdenkingsmonument op de Frezenberg, waar Schotse troepen heldhaftig streden. We koppelden dit evenement aan een paar funeraire bezoeken. Op de Duitse militaire begraafplaats in Menen ontdekten we toch wel enkele merkwaardige, nooit eerder geziene, grafstenen. Hier rusten bijna 48.000 gesneuvelde Duitse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog waarmee deze dodenakker de grootste is van Vlaanderen. Het kerkhof is een groot groen gazon met daarin de vele kleine liggende grafstenen met de namen van de soldaten, meestal meerdere per steen. Daartussen staan enkele kruisjes. In het midden staat een achthoekige herdenkingskapel. Het kerkhof werd oorspronkelijk reeds in 1917 aangelegd. In de periode 1956-1958 werden de 128 kleine Duitse militaire begraafplaatsen die verspreid lagen over Vlaanderen teruggebracht tot vier. De stoffelijke resten van de kerkhoven werden overgeplaatst naar de begraafplaatsen van Langemark, Vladslo, Hooglede en die van Menen. In Menen kwamen gesneuvelden uit 53 kleinere begraafplaatsen terecht. In die periode werden er ook zerkjes geplaatst en werd het achthoekige mausoleum en een ontvangstgebouwtje opgetrokken. Rond de kapel liggen acht zerken, waarop de namen en plaatsen van de 53 kerkhoven staan vanwaar de gesneuvelden waren overgebracht.  Vandaar naar de Engelse militaire begraafplaats Lyssenthoek, nabij Poperinge. 

Tijdens W.O. I  lag Poperinge achter het front, het was de uitvalsbasis van het Britse leger in de Westhoek. Dus stonden er fronthospitalen. En bij een hospitaal hoort een begraafplaats. Lyssenthoek Cemetery is, na Tyne Cot, de tweede grootste begraafplaats van het Commonwealth in Vlaanderen. Voor wie eerst Tyne Cot bezocht, is dit misschien minder indrukwekkend, maar een bezoek laat nog steeds een diepe indruk. De graven worden gesierd met meer groen en bloemen, maar staan wel dichter bij elkaar. Een bewijs dat hier in de eerste plaats zoveel mogelijk doden dienden begraven en dat toen nog minder gedacht werd aan een erepark.

Daarna bezochten we de begraafplaats van Zonnebeke met de crypte. In het midden van deze klassieke Vlaamse begraafplaats ligt inderdaad een halfopen crypte met gesneuvelden uit de gemeente. Hier ligt een oudstrijder van de onafhankelijkheidsstrijd van België (1830) samen met de kisten van oudstrijders van 1914-1918. De kisten liggen bloot, wat normaal gezien onwettelijk is. Op de begraafplaats vinden we het eregraf van Berten Pil (de Vlaamse dichter van de woorden “Hier liggen hun lijken als zaden in ’t zand...”). Aan de rand van de begraafplaats liggen modernere graven. Hilde Viaene, vrijwilligster in Guatemala en aldaar overleden kreeg een origineel grafmonument. Het moderne monument van hout en staal vormt wel een schril contrast op deze eerder traditionele begraafplaats.

Om 16.30 uur was er voornoemde plechtigheid op de Frezenberg (zie hiernaast). In augustus 1917, tijdens de slag om Passendale, liep de opmars van de geallieerden vast aan de Frezenberg in Zonnebeke. Vooral de 9de en de 15de Schotse Divisie leden daar grote verliezen. Ook de 51ste Highland Divisie kreeg in de frontstreek bij Poelkapelle zware klappen te verduren. Daarom de oprichting van een nieuw Schots monument ter herdenking van alle soldaten van Schotse afkomst die in de Eerste Wereldoorlog gevochten hebben. Dit monument wordt een unicum aangezien er nog geen monument opgericht werd dat alle Schotten herdenkt. Er werd gekozen voor een “High Cross” of “Keltisch kruis” in Schots graniet, opgericht op een basis van bunkerstenen. De hoogte van het kruis is ongeveer vier meter, de basis ruim drie meter. Op die manier moet het kruis naar vorm- en materiaalkeuze een symbolische link met het thuisland vormen. Ook qua inplanting is de Frezenberg de ideale keuze. De site biedt een perfect zicht op het voormalige slagveld waarin de acties plaatsgrepen. Vanaf de hoogte is de kerk van Passendale, het eindpunt van de drie maanden durende campagne, duidelijk zichtbaar. Aan de andere kant doemen de torens van Ieper op, de stad waar veel troepen doortrokken op weg naar het front. Tevens staat het kruis bijna pal op de startlijn van een reeks aanvallen die tot ver in september 1917 doorgingen. In dit gebied leefden Britse troepen bijna vijf weken lang ingegraven in een lijn die amper bewoog.

Om de Schotse herdenking af te ronden was er 's avonds nog een fel gesmaakte taptoe in het Kasteelpark van Zonnebeke.

Tekst en foto's : Rina Reniers & Marc Van Bouwelen