Nieuwsbrief Nr. 37 - september 2007

Funeraire reis naar Duitsland (Aken, Keulen en Düsseldorf)Lin Verbeemen ging mee met de Terebinth en maakte volgend verslag


Donderdagmorgen was ik aangenaam verrast dat ik blijkbaar een onuitgesproken jaarlijkse afspraak heb met 2/3 van de deelnemers. Na een korte rit van Eindhoven naar Aken beginnen we onze funeraire reis  met het Ostfriedhof.
 
Met behoorlijke richtlijnen worden we door Rindert en Jeannette losgelaten op de mooie, soms overwoekerde graven. Maar toch geeft de begraafplaats een verzorgde indruk met de mooie aangelegde lanen. Voor mezelf begin ik met mijn plannetje in de hand op zoek naar de kruisweg (opgericht in 1877) en slaag ik erin zes kruiswegstaties of kapelletjes te vinden. Deze staties werden oorspronkelijk zo opgesteld dat ze later als grafplaatsen konden worden benut, wat uiteindelijk maar bij vijf staties is gebeurd. Daarna ga ik naar de nabijgelegen Grabeskirche St. Jozef en kom tot de ontdekking dat de Duitse stiptheid wel zéér degelijk is! Stipt 12 uur en geen minuut vroeger of later werd de deur voor mijn ogen gesloten voor het middaguur.  Volgens medereizigers die wel binnengeraakt waren moet het binnenin een prachtige samensmelting zijn van oud en nieuw en hoe deze kerk een nieuwe bestemming gekregen heeft als columbarium. Ook de lichtinval door de hedendaagse glasramen moet bijzonder modern zijn, maar dat heb ik maar van horen zeggen.
 
In de namiddag gaan we op bezoek bij Karel de Grote in de Dom van Aken. Twee gidsen leiden ons langs alle schatten en het imposante borstbeeld van Karel in de schattenkamer. Prachtig vakwerk, en als ik dan begin te tellen wat de waarde van zijn kroon moet zijn, kom ik tot de slotsom dat ik waarschijnlijk met de waarde van één steen mezelf een klein appartementje aan onze Belgische kust kan aanschaffen. Ik zucht even en loop verder. En in tegenstelling tot alle tentoongestelde schatten is zijn troon dan ongelooflijk eenvoudig. Hij staat weliswaar op de bovenste verdieping zodat hij kon neerkijken op het ‘gewone’ volk maar is vervaardigd uit marmeren platen die waarschijnlijk eerder als vloerplaten gebruikt geweest zijn. Je kan namelijk nog steeds de inscripties van een molenbordteken zien, een oeroud machtssymbool. 
 
Vrijdag gaat het richting Keulen naar het Melatenfriedhof, het eerste buiten de Middeleeuwse stadmuren aangelegde begraafplaats van deze stad. We beginnen onze wandeling aan de “Millionen-Allee” (die zijn naam alle eer aandoet), de hoofdweg van de begraafplaats. Een overdaad aan etalering van de betere Keulse burgers, fantastisch om te wandelen, prachtig verzorgd en veel groen. Liefhebbers van barok en classicisme weten niet waar eerst te kijken.
Op de tweede rotonde van de laan kan je niet naast een kanjer van een granieten tandrad kijken en oogt bijzonder modern. Het blijkt het graf te zijn van een vakbondsleider, Hans Böckler gestorven in 1906. Daartegenover in een zijweggetje van de Millionen- Allee vinden we een klein houten kruisje met een verzorgde bloemenperkje waar de schrijver Konsalik begraven ligt. Daarna gaat het hele gezelschap richting “Sensenmann” of “Man met de zeis” de toeristische griezel van de begraafplaats.  Na voldoende foto’s zwermt iedereen uit om de begraafplaats naar eigen interesse verder te verkennen.
Het beeld dat me bij deze wandeling het meest is bijgebleven is het graf van een voor mij onbekende meneer Franz Leuffen, een medicus. Eigenlijk een vrij eenvoudige sokkel of stèle met een overdaad aan symboliek. Met name een slang, olijftak, een stralenkrans rond het teken van de Drie-eenheid met het alziend oog en aan de voet van de sokkel nog een sfinx met cirkel.
  
Het tweede evenement die ochtend is het bezoek aan de Ursula Kirche. Je weet wel die maagd met haar zogenaamde 11.000 maagden… De kerk op zichzelf is zeer sober maar in een zijkamertje hebben ze de vier muren versiert met de beenderen die men ooit in een massagraf ontdekte waarvan men veronderstelde dat deze overblijfselen waarschijnlijk van deze jonge dames moeten geweest zijn (!?).
’s Middags nuttigen we met ons allen in het oudste Brauhaus (1318) van Keulen en eten braadworst aan de lopende meter.
Na enig overleg besluiten we met enkelen om de Dom te laten voor wat hij is en gaan naar het Käthe Kollwitz museum, welbekend om haar “Treurend Echtpaar” dat op het soldatenfriedhof in Vladslo hier in België een ereplaats gekregen heeft.
Na een ommetje bij 4711 en een ijsje slenteren we via de terrasjes langs de Rijn terug naar het hotel.
Zaterdag gaan we naar het Nordfriedhof in Düsseldorf ons enige funeraire bezoek van die dag. Deze begraafplaats heeft niet een Millionen-Allee maar een Millionenhügel wat ook veelzeggend is. Bij het binnenkomen leek het me echter een vrij oninteressante begraafplaats maar het saaie maakt snel plaats voor veel groen en inderdaad gaat de wandeling snel bergopwaarts.
Voor ik het besef ben ik al voorbij een beeld van de hand van Alberto Giacometti, een beeldhouwer beroemd om zijn lange dunne figuren.
Bovenop de heuvel valt vooral een monumentaal familiegraf van een staalmagnaat Robert Zapp op. (vorige bladzijde rechts onder) Een monument waarin alles van Grieks tot gotisch en een mix van christelijke en klassieke symboliek terug te vinden is. En in schril kontrast wat verderop een eveneens monumentaal maar moderne granieten blok voor de familie Andres geplaatst in 1995. Prachtig door zijn eenvoud. 
In de namiddag krijgen we de nodige vrije tijd voor een stadsbezoek en gaan we met een drietal naar de tentoonstelling “Die kunst zu sammeln” in het Kulturzentrum Ehrenhof. Kunstverzamelaars die hun kunst aan het grote publiek willen tonen.
Na een terrasje is het tijd om terug richting Eindhoven te vertrekken.
Voor mij een heel geslaagde driedaagse omdat er naast het funeraire toch veel mogelijk was om de steden zelf te ontdekken.
Alvast bedankt en tot volgend jaar in Dresden.

Tekst en foto's  : Lin Verbeemen