Nieuwsbrief Nr. 37 - september 2007

Bobbie ging Kuifje achterna in Madridnadat An Hernalsteen eerder in Madrid was, ging Jacques Buermans in goed gezelschap naar ginder


In de sporen van onze An Hernalsteen, die zich Kuifje noemt, toog ik naar Madrid en maakte wat aanvullingen op haar verslag dat verscheen in de vorige Nieuwsbrief, vulde aan met informatie bekomen van ons lid Rindert Brouwer en kon tenslotte zelf nog een en ander toevoegen. Vooraleer het funeraire te bespreken wil ik wel het volgende kwijt over Madrid. Het is een propere stad met ontelbare prachtige gebouwen en veel parken. Het openbaar vervoer functioneert prima, is spotgoedkoop en wordt goed bewaakt zodat zwartrijden quasi onbestaand is en eten kun je er voor een prikje (voorgerecht, brood, hoofdschotel, dessert, drankje bij de maaltijd en dan nog een prima bediening, dat alles voor nog geen € 10). Zijn er dan geen minpunten? Jawel: op enkele uitzonderingen na, Prado en Escorial, zijn alle aanduidingen in musea en andere eentalig Spaans en hun informatie aangaande openingsdagen en openingsuren is chaotisch. De Toeristische Dienst geeft andere informatie dan de reisgidsen en ter plaatse blijkt dit alles dan nog niet te kloppen. Tip 1, indien intussen niet gewijzigd: Prado is zondag gratis toegankelijk.
 
In de Calle Juliàn Gayarre bevindt zich het Pantheon (dichtstbijzijnde metro: Atocha-Renfe; open maandag tot zaterdag tussen 9.30 en 18 uur, zon- en feestdagen tussen 9 en 15 uur, gratis inkom). Slechts enkele “hombrès illustrès” liggen hier begraven maar hun grafmonumenten zijn om duimen en vingers bij af te likken. We konden daar volgende prachtige dingen bewonderen: Praxedes Matteo Sagasta, liberaal politicus; eerste minister Eduardo Dato die vermoord werd; parlementair Antonio de Rios Rosas; Antonio Canovas del Castillo, Manuel Guttierrez marques del Duero en Jose Canalejas Mendez, liberaal politicus die eveneens vermoord werd.
 
In de Ermitage van San Antonio de la Florida aan de Paseo de la Florida (dichtstbijzijnde metro: Principe Pio; volgens de “boekskens” en de toeristische dienst open van dinsdag tot vrijdag tussen 9.30 en 20 uur, zaterdag en zondag tussen 10 en 14 uur – toen ik er was open van dinsdag tot vrijdag tussen 9.30 en 14.30 uur, zaterdag en zondag tussen 10.30 en 14 uur, gratis inkom) mocht Goya zijn frescotalenten botvieren op de koepel. Het fresco werd recent keurig gerestaureerd en Goya kan dit zelf bewonderen. Aan de overzijde van de spoorweg ligt het, gesloten, Cementerio de las Victimas del Dos de Mayo. Hier zijn de door een Napoleontisch peloton op 3 mei 1808 geëxecuteerden begraven. Het bestaat enkel uit een door cipressen omzoomd pad.
 
Een daguitstap naar het Escorial, zo’n 50 kilometer buiten Madrid gemaakt. Tip 2 en 3: doe dit op een woensdag, zo vroeg mogelijk. De busrit vanaf metrostation Moncloa kost amper € 3,20 en de ingang is dan gratis voor burgers van de Europese Unie. Slechts een handvol bezoekers zo vroeg op de dag (toen we buitenkwamen stonden ze kilometers ver aan te schuiven). In het Panteon de los Reyes liggen op twee na alle Spaanse koningen begraven. In het Panteones de los Infantes liggen de leden van de koninklijke familie die niet regeerden. In een soort suikertaart liggen de jonggestorven kinderen. Hier valt ook op dat de Madrilenen op toeristisch gebied nog heel wat te leren hebben. Audiotoestellen, om de rondleiding zonder gids te volgen, waren na amper een half uur allemaal uitgeleend. Gidsen denken ook dat ze hier het alleenrecht op praten hebben en de niet-Spaanssprekende toerist wordt eens te meer aan zijn lot overgelaten en is aangewezen op de summiere Engelse vertalingen in de zalen. Om 15.15 uur vertrekt de enige bus van de dag naar de Valle de los Caidos, zo’n 10 kilometer hier vandaan. Ook hier is de inkom gratis op woensdag. Het is een imposant geheel met bovenop een rots, te bereiken via een tandradbaantje, een gigantisch kruis.
Een ondergrondse basiliek van 260 meter diep werd uitgehouwen om de slachtoffers van de burgeroorlog 1936 / 1939 te gedenken. Bitter is wel dat er slechts twee namen te ontdekken vallen en dat dit NIET die van de slachtoffers van de burgeroorlog zijn maar wel Jose Antonio Primo de Rivera, oprichter van het ultra-rechtse Falange en generaal Franco, de fascistische dictator die Spanje 40 jaar in een ijzeren greep hield.       
 
Dit programma haspelde ik af als voorzitter van de door mij opgerichte vereniging HAREMM (Heer Alleen Reist Enkel Met Meisjes). Met vier dames ontdekte ik al voornoemd moois. Donderdag maakte ik, in het gezelschap van twee van onze leden van vzw Grafzerkje, een funeraire tocht langs enkele begraafplaatsen van Madrid. In de omgeving van metro Marqués de Vadillo bevindt zich het Cementerio de San Isidro, de oudste begraafplaats van Madrid. In 1811 werd dit buiten de stadsgrenzen aangelegd toen ook hier begraven in en rond kerken in steden verboden werd. We hadden ons al verkneukeld op de talrijke boekenwinkels met informatie, bloemenstalletjes en drankgelegenheden maar niets van dit alles. Geen levende ziel te bespeuren in of op de begraafplaats. Maar dat kon de funeraire pret niet drukken. Gotische minikathedralen, familie Calvo, vlakbij de ingang. Op het oudste gedeelte een enorm spectrum aan mausolea, hier panteones genoemd, tonen dat de rijke families elkaar trachten te overtroeven in grootheid. Heel veel grafkelders staan open zodat de bezoeker er een blik in kan werpen.  Zonder informatie ziet iedereen dezelfde funeraire “hoogstandjes” want wij ontdekten de “toppers” die Rindert Brouwer mij meldde in zijn toelichting. We zagen het Jugendstilmonument voor Luisa Sanchomata en het grafmonument Godia waar vier engelen vanuit het plafond via kettingen een loodzware doodskist naar boven trekken. Een bloemlezing uit het andere fraais dat we op San Isidro zagen: een prachtige grafkapel voor de familie Gandara; Pilar Dotres en Perinaf kregen gigantische grafkapellen; grafkelders waren er voor de markies Jimenez, Fernandez de Villota en Munoz – Armagnac. Een monument met daarop de beeltenis van Goya, Moratin, Donoso Cortes en Melendez Valdes.
 
Vlakbij, zo wist Rindert ons te vertellen, liggen nog meer begraafplaatsen. Cementerio de Santa Maria, vlakbij een fonkelnieuw funerarium, bevat monumenten in een meer gematigde stijl. Een mooie kapel en enkele grafmonumenten die de moeite waren zoals het monument Mario en Puez. Cementerio de San Lorenzo y San José is inderdaad blijkbaar een onneembare vesting. Na enkele keren vragen wees men ons het enige poortje aan. Daarop stond dat de begraafplaats open was tot 17 uur maar om 16.50 uur was hier zelfs in het poortje geen leven meer te krijgen wat ons deed vermoeden dat Rindert het eens te meer bij het rechte eind had waar hij stelde dat de begraafplaats buiten gebruik was.
 
Mijn laatste voormiddag toog ik alleen op zoek naar de nog ontbrekende funeraire dingen op mijn verlanglijstje. Ik moest en zou terug naar het bewuste poortje van het Cementerio de San Lorenzo y San José. Pech voor Rindert maar deze keer was het poortje wijd open. Via een oprijlaan kwam ik in een mooie begraafplaats die volgens mij een verzameling was van verschillende begraafplaatsen van verschillende Madrileense parochies. Niet zo indrukwekkend dat San Isidro maar toch een aantal dingen om duimen en vingers af te likken: Garcia Nieto, Suarez Abarca, Juan Correchez, Gasso met vooraan José Garcia Panizo, Leonarda Barba en Almansa Rodriguez. Dit gaf me de moed om door te stoten naar het British Cemetery, volgens bekomen informatie open op maandag, woensdag en vrijdag. Na een aantal keren de weg gevraagd te hebben stond ik eindelijk voor de begraafplaats, Calle Commandante Fontanes. Wat bleek: open op dinsdag, donderdag en zaterdag tussen 10.30 en 13 uur. Een lokale bereidwillige dame deed me nog teken om op de deur te bonzen maar “hoor wie klopt daar” kreeg hier geen gunstig gevolg.
Half tevreden (begraafplaats gevonden maar niet open) bezocht ik Cementerio de Neustro Senora de la Almudena, metro La Elipa. Een kanjer van een begraafplaats. Alleen al de ingang was adembenemend. Hier zou ik wel de nodige informatie kunnen bekomen. Aan de ingang de onvermijdelijke “security”. Ik vroeg hem een plan en hij overhandigde er mij een. Toen ik vroeg of er geen boekjes of dies meer beschikbaar waren verwees hij mij naar de administratie van de begraafplaats, maar ik diende wel mijn zo juist bekomen plannetje terug af te geven. Op het kantoor kreeg ik dan een plannetje en een boekje over Madrileense begraafplaatsen. Vlakbij de ingang liggen een aantal “alcada’s”, burgemeesters. Ik ontdekte Yiyo (links onder), een stierenvechter in vol ornaat en een kapel in modernistische stijl om “U” tegen te zeggen (rechts onder). In de omgeving enkele mausolea. Vlakbij, dat wil hier zeggen na een kilometer stappen, ligt het cementerio civil, de burgerlijke begraafplaats, met een aantal lokaal bekende personen onder mooie grafmonumenten. Met een goede impressie van het funerair schoons dat Madrid te bieden heeft toog ik terug naar mijn hotel. Mijn “Haremm” had intussen mijn valies gemaakt en weg konden we.
Tekst : Jacques Buermans
Foto's : Jacques Buermans, Rina Reniers en Ria Vaes