Nieuwsbrief Nr. 37 - september 2007

Minister Van Mechelen beschermt 15 Belgische militaire begraafplaatsenuit de toegestuurde persnota halen we een aantal interessante weetjes


Een eerste stap die de Vlaamse minister bevoegd voor het onroerend erfgoed zette was de bescherming van militaire begraafplaatsen met Belgische militaire begraafplaatsen als eerste in de rij. Niet minder dan 15 werden door minister Van Mechelen als monument beschermd.
 
Een toe te juichen initiatief van minister Van Mechelen. Uit de persnota die ons bezorgd werd wil ik toch enkele dingen uithalen omdat dit toch een aantal van onze leden zou kunnen interesseren, dingen die soms helemaal niet of onvoldoende gekend zijn.
 
Belgische militaire begraafplaatsen hebben doorgaans een strak symmetrisch aanlegpatroon, met een bakstenen voormuur afgewerkt met natuursteen en sierelementen, een vlaggenmast met driekleur, (meestal) een gedenkkruis of religieus symbool en een houten schuilhuisje waarin zich ook het grondplan, het register en het bezoekersboek bevindt. Vanaf 1925 werd een standaard grafsteen, naar ontwerp van architect Fernand Symons, veralgemeend: arduinen stenen versierd met krullen met een bronzen grafplaat met de gegevens van de overledene. De plaats waar de verschillende militaire begraafplaatsen zijn ontstaan verwijzen doorgaans naar de krijgsverrichtingen, zoals Halen, Lier, Sint-Margriete-Houtem, Veltem-Beisem, Eppegem, Ramskapelle, Keiem en Houthulst, of naar de plaats waar medische posten of hospitalen werden uitgebouwd, zoals Westvleteren, Hoogstade, Oeren, Steenkerke, Adinkerke en De Panne. In het geval van Leopoldsburg betreft het vooral graven van krijgsgevangen, politieke gevangenen, gefusilleerden die hier werden gegroepeerd.
 
De persnota geeft ook een korte beschrijving van de verschillende begraafplaatsen.
 
Lier: Hier liggen vooral Belgische militairen die omgekomen zijn tijdens de gevechten rond Antwerpen in september en oktober 1914. Oorspronkelijk lagen hier ook Duitse soldaten begraven, maar in de jaren '50 werden die naar elders overgebracht. Vandaag verwijst hier nog altijd een beeldhouwwerk van de Duitse kunstenaar Georg Kolbe naar. Oorspronkelijk stond dit beeldhouwwerk op het Duits gedeelte van de begraafplaats van Eppegem. Behalve de 450 Belgen uit de Eerste Wereldoorlog, liggen hier ook 42 soldaten van het Britse Gemenebest uit de Tweede Wereldoorlog.
 
Halen: Op 12 augustus 1914 vond het laatste grote cavaleriegevecht (op divisieniveau) plaats uit de oorlogsgeschiedenis. Tijdens wat later bekend werd als de 'Slag der Zilveren Helmen', verwijzend naar de punthelmen van de deelnemende Duitse cavaleristen, konden de Belgische troepen verschillende aanvallen van de Duitsers afslaan en ze tegenhouden aan de Gete. Aan de rand van het slagveld ligt vandaag de Belgische militaire begraafplaats, waar de doden van dit gevecht hun laatste rustplaats vonden.
 
Leopoldsburg: De Belgische militaire begraafplaats van Leopoldsburg bevindt zich in de omgeving van het militaire kamp van Beverlo. Al tijdens de Eerste Wereldoorlog, had de Duitse bezetter, die het militaire kamp gebruikte, er een begraafplaats aangelegd. Na de oorlog werden er nog Duitse en Belgische graven toegevoegd, waaronder Belgen die in Duitsland als krijgsgevangene waren omgekomen. Na de Tweede Wereldoorlog werden de meer dan 500 Duitse graven overgebracht naar de grote Duitse verzamelbegraafplaats van Lommel. Op de vrijgekomen plek werden omgekomen Belgische militairen, politieke gevangenen, gedeporteerden en gefusilleerde Belgen van de Tweede Wereldoorlog begraven. De begraafplaats ligt in het ‘Nieuw Park’, dat deel uitmaakt van het militair domein.
 
Eppegem: Tijdens de hevige gevechten n.a.v. de Eerste en Tweede Uitval uit Antwerpen (resp. 24-26 augustus en 9-13 september 1914) sneuvelden heel wat Belgische en Duitse soldaten. Zij werden bijgezet op de begraafplaats van Eppegem. In 1939 werd het Duitse gedeelte opgedoekt. Het beeldhouwwerk van Georg Kolbe werd overgebracht naar Lier, waar het nu nog altijd staat.
 
Sint-Margriete-Houtem: Op 18 augustus 1914 vonden in Sint-Margriete-Houtem, vlakbij Tienen, bloedige gevechten plaats. Nog tijdens de Duitse bezetting werd deze begraafplaats op een hoogte aangelegd. Dat zorgt voor een schitterende panoramische kijk. Die Duitse oorsprong is nog merkbaar aan het beeldhouwwerk dat hier staat en dat door de omwonenden 'August' wordt genoemd verwijzend naar augustus 1914.
 
Veltem-Beisem: Ook op de begraafplaats van Veltem-Beisem liggen vooral slachtoffers van de Eerste en Tweede Uitval uit Antwerpen (resp. 24-26 augustus en 9-13 september 1914). Het is een verzamelbegraafplaats met doden die van verschillende plaatsen werden samengebracht en die werd aangelegd in 1925-1926. Vandaag liggen er 904 Belgen begraven, waarvan er 239 niet meer geïdentificeerd konden worden.
Houthulst: De begraafplaats van Houthulst heeft de vorm van een zespuntige ster en is prachtig gelegen met het Vrijbos in de achtergrond. Het Vrijbos was tijdens de oorlog een quasi oninneembare Duitse positie. Op 28 september 1918, tijdens de eerste dag van het Geallieerde Bevrijdingsoffensief slaagden Belgische eenheden er toch in de stelling te veroveren. Bijna 1200 van de 1723 doden op deze verzamelbegraafplaats zijn toen omgekomen. Opvallend is ook dat er 81 Italianen begraven liggen. Zij waren door de Duitsers krijgsgevangenen genomen en werden als werkkracht ingezet.
 
 
Adinkerke: Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag Adinkerke achter het front. In de omgeving bevonden zich verschillende belangrijke medische inrichtingen, zoals het militaire veldhospitaal in het domein Cabour en het grote hospitaal van het Rode Kruis in Hotel L’Océan in De Panne. Velen van hen vonden hier hun laatste rustplaats. Naast de Belgen liggen er ook 67 Britten begraven, waarvan de meeste in 1917 in de sector bij Nieuwpoort gesneuveld zijn.
De Panne: De grootste Belgische militaire begraafplaats ligt in De Panne. Met de aanleg werd gestart in januari 1918. Net zoals dat voor de begraafplaats van Adinkerke het geval was, werden er veel soldaten begraven die overleden waren in het militaire veldhospitaal in het domein Cabour en het grote hospitaal van het Rode Kruis in Hotel L’Océan in De Panne. De meeste graven werden echter na de oorlog naar hier overgebracht. In totaal liggen hier 3366 Belgen (waarvan er 136 herdacht worden) en 36 Franse doden uit de Eerste Wereldoorlog, naast 342 Belgen uit de Tweede Wereldoorlog.
 
Hoogstade: In Hoogstade bouwden de Britten een militair hospitaal uit. Vanaf mei 1916 werd deze instelling Belgisch en omgebouwd tot het rustoord 'Clep'. De meeste graven zijn dan ook van Belgische soldaten die in het rustoord gestorven zijn. In 1968 werden er nog 117 graven toegevoegd uit de toen opgedoekte Belgische militaire begraafplaats van Reninge, zodat er nu 805 Belgen en 20 Britten begraven liggen.
 
Keiem: Ook de Belgische militaire begraafplaats van Keiem (omgeving Diksmuide) is een verzamelbegraafplaats, waar na de Eerste Wereldoorlog alle graven uit de nabije omgeving werden samengebracht. Het merendeel van hen is wellicht omgekomen tijdens de Slag aan de IJzer, en dan vooral tijdens de gevechten rond Keiem op 18 en 19 oktober 1914. Van de 590 doden konden er 394 (meer dan 60% !) niet meer geïdentificeerd worden.
 
Oeren: Oeren is wellicht de meest pittoreske Belgische militaire begraafplaats. Ze is immers gelegen rond het kerkje uit de 16de eeuw. In Oeren richtte het Belgische leger tijdens de oorlog kantonnementen in voor troepen op halve rust. Vermoedelijk werden de eerste doden er begraven vanaf 1915. De begraafplaats van Oeren wordt ook gekenmerkt door de aanwezigheid van enkele heldenhuldezerkjes die als het ware verwijzen naar enkele episodes in de ontstaansgeschiedenis van de Vlaamse Beweging. De 4de IJzerbedevaart in 1923 trok naar deze begraafplaats.
 
Ramskapelle: De begraafplaats van Ramskapelle is aangelegd tegen de 'Frontzate', dat is de voormalige spoorwegbedding Nieuwpoort-Diksmuide, die tijdens de oorlog fungeerde als Belgische Eerste Linie. Opnieuw gaat het om een verzamelbegraafplaats, voornamelijk van soldaten die omkwamen tijdens de Slag aan de Ijzer in 1914. Graven uit het onderwater gezette gebied en uit de sectoren Nieuwpoort en Ramskapelle werden hier geconcentreerd. Van de 635 doden die hier begraven liggen, konden er 404 (meer dan 60% !) niet meer geïdentificeerd worden.
 
Steenkerke: In Steenkerke waren tijdens de jarenlange stellingenoorlog typische installaties van een legerdivisie ingericht, waaronder een divisionaire infirmerie. De begraafplaats die er noodzakelijkerwijze ontstond, getuigt dus van de organisatie van medische evacuatielijnen achter het front. De eerste ‘Bedevaart naar de Graven van de IJzer’ trok in 1920 naar deze begraafplaats, omdat Joe English hier toen begraven lag. Joe English was de ontwerper van de zgn. ‘heldenhuldezerkjes’.
 
Westvleteren: Westvleteren was tijdens de oorlog achter het front gelegen. In de herfst van 1914 begroeven Franse troepen er hun doden uit de sector Boezinge. Vanaf 1915 werden er ook Belgen begraven, die gestorven waren in de vlakbij ingerichte medische post. Oorspronkelijk lagen hier een aantal belangrijke symbolen van de Vlaamse Beweging zoals Renaat De Rudder en de gebroeders Van Raemdonck. 

Tekst : persnota
Foto : Jacques Buermans