Nieuwsbrief Nr. 37 - september 2007

Tante Kato ging op reis en zag het graf van l‘ Abbé François Bérenger Saunière


1852-1917 * Rennes le Château, 40 km ten zuiden van Carcassonne, Frankrijk

Begin jaren tachtig van de vorige eeuw gaf een vriend me "The Holy Blood and the Holy Grail" van drie Angelsaksische schrijvers-documentairemakers te lezen. Al vanaf het eerste hoofdstuk begint je fantasie op hol te slaan : een dorpspastoor van min of meer gewone afkomst spendeerde op een gegeven moment een fortuin. Veel te veel geld om normaal te zijn. Die moest voorzeker een schat gevonden hebben! En dan volgde een hele hoop theorieën, zeg maar fantasieën. Toen het boek uit was, werd Rennes le Château begraven bij de afgelegen plekken waar een mens toch nooit komt. Tot we jaren later een reis maakten door de katharenstreek en we vonden dat we toch even moesten stoppen in dat godvergeten gat en dat we het graf van de bijna beroemdste Franse pastoor met een bezoek moesten vereren.

Eerst de mens zelf voorstellen. In 1885 werd de drieëndertigjarige François Bérenger Saunière pastoor in een dorp met zo'n tweehonderd inwoners. In ver vervlogen tijden (5de-6de eeuw) was het gehucht de noordelijke Wisigothische hoofdstad. Zes jaar na zijn aanstelling vroeg de dorpspastoor aan een min of meer vooraanstaand architect zijn ruïne-van-een-kerk herop te bouwen en te decoreren. Het resultaat was een suikerzoete merkwaardige kitch, zeker niet mijn dada. Men begon direct esoterische en diabolische dingen in de ornamenten te zien. De kerk volstond niet en vanaf 1896 ging de goede herder nog meer geld uitgeven. Hij kocht op naam van zijn huishoudster de aanpalende terreinen en bouwde er de villa Béthania (afgeleid van Bethlehem). De pastoor-miljardair hield van grote sier. Zo liet hij een terras bouwen met aan beide zijden een gebouwtje: links een "boekentoren" met naam Magdala (ja, ja Magdalena) en rechts een glazen serre. Tussen die twee ligt een terras met panoramisch uitzicht over de Languedoc, een belvédère om "VOUS" tegen te zeggen. Van het een kwam het ander; de pastoor werd geschorst en hij mocht geen missen meer lezen. Daarom liet hij zijn volgelingen naar zijn villa Béthania komen, waar hij zijn rituelen verderzette. Nu moet u niet denken dat zijn volgelingen gewone dorpelingen waren. Niets daarvan. De Europese aristocratie met enige hang naar occultisme stond bij de gewezen pastoor aan te schuiven.

L'Abbé Saunière had dus een trouwe meid: Marie Denarnaud, Alexandrine genoemd. Zij was als achttienjarige bij hem in dienst gekomen en had hem gedurende tweeëndertig jaar bijgestaan. De pastoor overleed aan een beroerte en Marie / Alexandrine was zijn enige erfgename. Na zijn dood heeft zij alle documenten verbrand, waardoor de mythe nog meer aangewakkerd werd. Ik wil heel graag enkele fantastische, zelfs waanzinnige stellingen voor u opsommen:
* In een holle Wisigothische zuil zaten vier perkamenten. Heeft hij nog méér gevonden? De schat van de Wisigothen bijvoorbeeld?
* Nee, hij heeft de spaarpot van de katharen gevonden. Voor die op de brandstapel belandden hadden zij hun centjes goed verstopt!
* De tempeliers hadden hier een en ander van Jeruzalem verborgen. Er was zelfs sprake van dé zevenarmige kandelaar, en waarom niet de Ark des Verbonds?
* Wat als de dorpspastoor iets gevonden had, waarmee de kerk van Rome op zijn grondvesten zou beginnen daveren. Heeft Rome bijgevolg zwijggeld betaald?
* De meest nuchteren zeggen dat de pastoor een schandalig hoge prijs voor zijn missen vroeg en op die manier een goeie zwarte kous vulde. Men schat dat hij dagelijks geld voor honderd à honderdvijftig missen inde en deze inkomsten kwamen uit alle hoeken van Europa. Nogal wiedes dat meneer pastoor per dag geen honderd missen opdroeg. Of ’t moeten wreed korte geweest zijn.

U weet het niet. Ik ook niet. Zijn meid misschien. Zij overleed in 1953 en werd begraven bij haar pastoor. U fronst de wenkbrauwen zoals ik deed?  In 2004 vond een ver familielid dat François Bérenger Saunière weg moest van die dorpsbegraafplaats - en die meid, veronderstel ik- en hij of zij liet de stoffelijke resten overbrengen naar de tuin van zijn villa. Sindsdien rust onze pastoor in een modern marmeren graf, in zijnen hof!

Het dorp heeft een grote aantrekkingskracht. Nieuwsgierige toeristen zoals wij. Recent is l'Abbé Saunière nog eens in de mode gekomen bij iedereen die Dan Browns "Da Vinci Code" gelezen heeft. En dat zijn er veel. Ik nog steeds niet. In ieder geval, de bezoeker krijgt een
serieuze waarschuwing van de burgemeester: in dit dorp mag niet gegraven worden! Een aantal gebouwen begon namelijk te wankelen. Schattenjagers, laat uw spade dus thuis.

Tekst en foto : Tante Kato