Nieuwsbrief Nr. 36 - juli 2007

Europese week van begraafplaatsen onverdeeld succes in GentAn Hernalsteen zorgde voor massale toeloop


Vorig jaar deed mocht ons lid Rudy D’Hooghe de opening voor de “Europese week van begraafplaatsen” verzorgen. Rudy stak daar enorm veel tijd en werk in maar de belangstelling was maar matig te noemen. Dit jaar opteerde Rudy om vijf rondleiding te laten verzorgen door onze An Hernalsteen. Resultaat: voor elk bezoek waren er wachtlijsten en moesten er mensen geweigerd worden. (Een vogeltje vertelde mij dat er 255 inschrijvingen waren voor slechts 125 gegadigden) Op Campo Santo verzamelden zo’n 25 geïnteresseerden, heel veel jonge mensen betoonden interesse, om de rondleiding van de “Gentse kerkhofblomme”, zoals An hier al genoemd wordt, mee te maken. Je kunt zeker niet zeggen dat er geen hond op de uitnodiging afkwam. Ik ga hier geen volledig verslag maken van wat de deelnemers konden bekijken maar wel enkele dingen die ikzelf nog niet ontdekte en wat “weetjes”.

Over de geschiedenis onthoud ik dat in 630 Amandus hier komt preken. In 1720 laat bisschop Van der Noot hier de, huidige, kapel bouwen en in 1847 komt het kerkhof hier onder proost Van Damme. An, die het zo niet heeft op “beroemde beentjes”, ging toch langs enkele mooie grafmonumenten zoals dit voor architect Van Overstraete, bouwheer van de Mariakerk te Schaarbeek die tegenover zijn schoonvader Lodewijk Roelandt, Gents stadsarchitect van onder andere de opera en het gerechtsgebouw, ligt. Bij Karel Ledeganck, de man van de drie zustersteden, kreeg An gelijk over het relatieve van “beroemde beentjes”: een aantal van de deelnemers hoorden het in Keulen donderen wanneer de naam Ledeganck viel. Natuurlijk kon An het niet laten om te zeggen dat “mevrouw” Ledeganck in An’s biotoop, de Westerbegraafplaats, ligt. Marie de Hemptinne is niet de “Gentse kerkhofblomme” maar wel de “engel van Gent”. Zij zette zich in voor de werklieden van de katoenfabriek van haar vader. Zij stierf zelf aan cholera. In haar omgeving ligt dokter Guislain, stichter van het krankzinnigengesticht en in Gent “de zottekensdokter” genoemd. Guislain overleed … op één april. 
Bij het graf voor Jan Frans Willems diste An het verhaal op van een Duitse dame die Nederlands leerde om een literaire soirée te kunnen bijwonen. Zij werd uitgenodigd maar wat bleek .. de soirée was eentalig Frans. Hier vertelde An dat het Campo Santo onterecht zo genoemd wordt. Schuld van dat alles is, hoe zou het anders kunnen, een Antwerpenaar: Hendrik Conscience. Tijdens een plechtigheid voor Jan Frans Willems dichtte hij over de Vlaamse heldenheuvel. Onterecht volgens onze gids want Mariakerke is de enige dodenakker die de titel Campo Santo mag dragen. Veel symboliek bij het graf voor dokter Snellaert. Naast arts was hij ook schrijver en een aantal symbolen wijzen in die richtingen. Jules de Saint Genois verdient volgens Hernalsteen de eretitel van “Grafzerkje avant la lettre”: hij inventariseerde alle Oost Vlaamse begraafplaatsen. We stonden stil bij het schandaal van de begraafplaats: de kapel voor Hyppolyte Lammens. Deze advocaat stierf kinderloos en legateerde enorme sommen geld voor de armen. Zijn kapel ziet er niet uit. We gingen nog langs het graf voor militair Veesaert, met kanonnen als symbolen. 
Via het heilig begijntje kwamen we bij organist Franz De Vos terecht. Persoonlijk was ik enorm getroffen door het prachtige art nouveaumonument van de hand van niemand minder dan Victor Horta op het graf Huybrechts – Coppejans. Hier zegde een dame uit het gezelschap dat ze niet graag op begraafplaatsen komt omdat het er “naar lijken stinkt”. An probeerde tevergeefs de dame diets te maken dat dit onmogelijk was. Als er dan al iets stinkt zijn het de bomen. Ik zegde toch altijd dat bomen de schuld van alles zijn. Geëindigd werd bij de laatste rustplaats voor rechter Martens. De man had schrik om levend begraven te worden en legde bij testament vast dat zijn grafkelder steeds open moest zijn. Wat ook geschiedde. Tevens nam de man een abonnement op de krant. Zo was hij ervan verzekerd dat er dagelijks iemand langskwam. An Hernalsteen maakte eens te meer haar rol van “meest gedreven gids” waar.
In de namiddag was de Westerbegraafplaats aan de beurt. Hier waren we in de natuurlijke biotoop van An. Hoewel ik het verhaal al tientallen keren hoorde kon An mij weer boeien met haar introductie over het ontstaan van het “geuzenkerkhof”. Zeker wanneer het ging over “haar goede vriend bisschop Bracq die van op zijn kansel de banbliksems uitsprak over de Westerbegraafplaats omdat hij, door de liberale bewindvoerders van die tijd, verplicht werd om elk graf van een katholiek individueel in te zegenen” sprak haar gezicht boekdelen. Ik denk dat bisschop Bracq zich gelukkig mag prijzen dat An niet in diens tijd leefde.

Gestart werd bij De Stanberg, dichter. Hier aanhoorden we het verhaal van de weduwe van Pieter Rotthier dame die aan de dichter vroeg om een versje te maken om op het graf te zetten met als opdracht: “zijn naam dient vermeldt te worden en ook wat hij deed”. De dame vulde aan met “het mag niet te veel kosten”. Toen de dichter zegde dat hij gratis werkte voor arme mensen, repliceerde de weduwe “jij wel, maar de steenkapper niet”. De Stanberg maakte volgend vers dat aan alle vereisten voldeed “Pier rot hier”. De Keghel was vrijmetselaar en dat was ook te zien aan de symbolen op zijn monument. Na Euphrosine Spanoghe die met een legaat een jongensschool liet oprichten was An weer in haar element. Voituron, was vrijmetselaar en het alziend oog van de oppermeester was op het monument te bewonderen naast de vlinder die de verschillende levensfases symboliseert. An deed een hele uitleg over engeltjes maar geen mens zag ze .. ze waren gestolen. An verzekerde dat wanneer ze de “engeltjesdief” te pakken zou krijgen die er niet goed van zou zijn. Niemand die daar aan durfde te twijfelen. De familie Van Schoote zocht en vond een beeldhouwer uit Genua. Ulric Wild was nijveraar. Zijn kapel in Egyptiserende stijl van architect Dierkens bevat zelfs een “schoenenschraper”. Hier fulmineerde An dat de werklieden indertijd de kapel te lijf gingen met de hoge druk. Gevolg het voegwerk is onherstelbaar verloren. Antoon Buzzeo en Jeanne Krieger kregen een mooi monument. Blijkbaar is er veel geld te verdienen met het bakken van pannenkoeken want ze hadden een zaak in het Gentse. Fernand Scribé, oudheidkundige en mecenas, ligt onder een werk van beeldhouwer Jacques de Lalaing. Dit werk werd ooit tentoongesteld en geroemd om zijn “naturel”. An moest zich er toch proefondervindelijk van overtuigen of dit wel “naturel” was. Zij nam plaats op een krukje in dezelfde houding als de dame. Na amper vijf minuten kreeg An de kramp. Dus volgens haar: niks naturel. 

Fritz Van den Berghe, kunstschilder, kreeg een modern werk. Een echt “socialistisch” werk was dit voor Jan Samijn, vlasbewerker. Een reproductie van een schilderij over de achturendag sierde het monument. Terug op de hoofdweg zagen we het grote monument voor Charles de Kerckhove de Denterghem, burgemeester en volksvertegenwoordiger. Hij had laten vastleggen dat niet de prominenten maar wel “zijn” weeskinderen hem mochten vergezellen op zijn laatste tocht. Zo geschiedde. Via Julien Santens, notaris, en Junius Massau, hoogleraar, ontmoetten we weer “beroemde beentjes”: die van Virginie Loveling, schrijfster. Zij was, dixit An, veel slimmer dan haar zuster die op het Campo Santo lag. 
Virginie ligt naast haar oom schrijver Cyriel Buysse. Omdat mensen indertijd schrik hadden om levend begraven te worden toonde An ons een buis waardoor de, eventuele, schijndode om hulp kon roepen. Een mooi monument voor een aantal Franse gesneuvelden kreeg alle waardering van onze gids want het wordt keurig onderhouden door de Franse ambassade. Edmond Van Beveren, socialist voorman, ligt onder een romantisch-realistisch werk van de hand van beeldhouwer Jules-Pierre Van Biesbroeck. Een aantal omstaanders vonden het een “zielig” monument. Smaken verschillen dus. Het grafmonument voor hondenkweker Beernaerts met een prachtige Salukiwindhond van beeldhouwer Domien Ingels kon op meer waardering rekenen van de toehoorders. We gingen nog langs de “badkuip” voor Hyppolythe Metdepenningen, advocaat en politicus. Eindigen deden we bij “Miele zoetekoeke”, burgemeester Emiel Braun. Vol van “zoete” herinneringen aan de Gentse dodenakkers en aan An “de zoete kerkhofblomme” toog ik huiswaarts. 
Tekst en foto's : Jacques Buermans