Nieuwsbrief Nr. 36 - juli 2007

Massale belangstelling voor Oostendse begraafplaats(en)Dankzij beheerder Koen Verwaerde en stad Oostende


Dankzij de inspanning die de heer Koen Verwaerde, lid van vzw Grafzerkje en beheerder van de Oostendse begraafplaatsen, zich getrooste om onze activiteit kenbaar te maken het feit dat hij ons ook de gegevens van de lokale media bezorgde kende onze tweemaandelijkse trip een enorm succes. Er werd afgesloten op 25 deelnemers voor de voormiddag maar toch kwamen er nog zes “lokale mensen” opduiken. In de namiddag mocht onze, kersverse (zie elders), penningmeester Martin Demedts nog eens tien deelnemers begroeten. Onze gids voor de dag was mevrouw Rita Werbrouck en zij kweet zich meer dan voortreffelijk van haar taak. Op geregelde tijdstippen kon Koen Verwaerde nog aanvullingen verstrekken bij de door ons, funeraire wijsneuzen, gevraagde details.
 
Na het verhaal van “onze” Jozef II en zijn verbod om nog verder in en rond kerken te begraven (zouden we die man geen “erelid van onze vzw kunnen maken?) waarover Rita Werbrouck nog vertelde dat het allereerste kerkhof gelegen was in Oostende-ter-Streep en dat dit reeds in zee verdween in de 14e eeuw door de zeevloed. Nadien kende Oostende een kerkhof rond de “Peperbusse”. Het kerkhof rond het Leopold I-plein was het laatste binnen de stadgrenzen. Later werd een kerkhof aangelegd op het prinses Clementinaplein. Het hek rond de begraafplaats waar we ons nu bevonden, aan de Nieuwpoortsesteenweg, is een replica van het Clementinakerkhof.
De eerste bekende persoon die we tegenkwamen was pastoor Pype, een van de grote figuren uit de Oostendse visserijwereld. De “vader der vissers” was de eerste aalmoezenier ter zee. Pype stichtte een vissersschool en voor de meisjes een naai- en kookschool. Hij schreef ook verschillende boeken waaronder bijdragen over de visserij. Iets verder lag Alice tegen de grond gesmakt. Verschillende delen van het marmeren beeld verdwenen in de loop der jaren. Eenzelfde lot waren de vleugels van een naburige engelfiguur beschoren. Jules Davelly, drukker en lithograaf aan het Hof, kreeg een imposant grafmonument. Rita Werbrouck stond stil bij de familie Halewyck, een familie van oesterkwekers. Michel Halewyck verkocht in 1895 zijn oesterput aan koning Leopold II en legde nieuwe oesterparken aan te Nieuwpoort. “Les Ostendaises”, oesters van Oostendse kweek, waren wereldberoemd. 
De heer De Graeve was kapitein der lange omvaart en werd vereeuwigd met een kanjer van een grafmonument. We troffen hier ook een soort “dolmen” aan. De “petities soeurs des pauvres”, een  kloostergemeenschap afkomstig uit Rennes en die zich bezighield met armenzorg kregen hier ook hun laatste rustplaats. Iets verder een mooi vanitassymbool. 
Seynaeve, stichters van een cinema, kregen op hun graf een mooi beeld en een treurende vrouw. Iets verder troffen we een pleurante aan, afgekeken van het grafmonument voor Jan zonder Vrees. 
We zagen een triomferende engel met, volgens een aantal van de deelnemers, een veel te klein trompet. Deman was de stichter van het achturenhuis. Met Andreas Panesi, afkomstig uit Genua, was de stamvader van verschillende generaties scheepsbouwers. De naam Spilliaert kende iedereen. Het ging hier evenwel om de vader van kunstschilder Leon die zelf een parfumeriezaak uitbaatte. 
Op het graf van de advocatenfamilie Staesens troffen we een aantal zuilen aan. Iets verder Bondue, een kindergraf. De familie Eduard Jean was een familie van brouwers. Bouchery liet het eerste appartementsgebouw in Oostende bouwen. Notaris Felix Van Caillie kreeg in een graf in de vorm van de rots van Golgotha. Hij had liefst 10 kinderen. “Te wijten aan de zeelucht”, volgens een van de lokale deelnemers aan de tocht. Thomas Van Iseghem ligt onder een prachtig maar erg verwaarloosd grafmonument. Bij het graf van scheepssmid Jan Baptiste Valcke las Rita Werbrouck de enorme tekst voor die nu praktisch onleesbaar is. Iets verder een gigantische gevleugelde zandloper met de twee, verschillende, vleugels. 
Een prachtig uitgewerkt “volute” sierelement afkomstig uit Florence kruiste onze blikken. Van der Meersch kreeg ook een tempeltje als laatste rustplaats. “To our darling Maggie” stond te lezen op een grafconcessie voor Maggie Bothwick die volgens onze gids nog niet zo heel lang geleden verlengd werd. Op het eind van de dodenakker lag Hendrik Baels, flamingant en auteur van het “visserslied”. Hij was ook eventjes gouverneur voor West Vlaanderen en vader van Liliane Baels, u weet wel van Leopold III. Bij Orlandi waren we bij een familie van reders aanbelandt. Marie Haegheman was de moeder van James Ensor. 
Geëindigd werd bij het graf voor Evans. Postmeester, scheepsvaartdeskundige, hij vond een drielichtensysteem uit want de scheepvaart aanzienlijk veiliger maakte, en een verwoed schaker. De “Evans Gambit” opening werd naar hem genoemd en is, blijkbaar, een manier om iemand in enkele zetten schaakmat te zetten. Koen Verwaerde zegde dat hier recent door de inspanningen van de stad Oostende en nabestaanden (en wij zijn er van overtuigd: zijn persoonlijke inspanningen) een nieuw grafmonument kwam, identiek aan een aanpalend graf. Schaakmat door de kundige informatie die ons verstrekt werd door gids Rita Werbrouck en beheerder Koen Verwaerde verlieten we de begraafplaats. Dat “schaakmat” was maar voor eventjes want na een kleine versterking in de nabijgelegen, recent prachtig gerestaureerde golfclub, trokken een aantal onder ons nog elders naartoe op zoek naar nog meer funerairs moois met een zeeluchtje.

Funeraria die ikzelf nog bezocht of trachtte te bezoeken

De laatste rustplaats voor James Ensor had ik nog nooit bezocht. Ensor ligt aan het stemmige kerkje van Onze Lieve Vrouw ter Duinen. Het is echt mooi, vele grafmonumenten hebben het niet overleefd maar hetgeen er overblijft is knap opgesteld.
 
Met enkele “die hards” werd de begraafplaats aan de Stuiversstraat bezocht. Aan de ingang zagen we de naamzuilen van op zee verongelukte vissers. Adolf Van Glabbeke was burgemeester van Oostende. Rechts ervan een bescheiden graf voor dichter Henri Vandeputte. 
Leandre Vilain was organist en verzorgde regelmatig recitals in de Sint Pieter en Pauluskerk te Oostende maar ook in het kursaal. Hier ligt kunstschilder Leon Spilliaert onder een eenvoudig graf. Via een toegangspoort met Davidster komt men op de Joodse begraafplaats terecht. In Oostende leeft nog een, kleine, Joodse gemeenschap. Op verschillende van de monumenten de jaartallen in onze maar ook in de Joodse jaartelling.  Terug op de gewone begraafplaats een opmerkelijk monument met treden als symbool voor onsterfelijkheid, resurrectie, opstanding van de dood en het leven na de dood. Het aantal treden wijst op het aantal mensen welke in de vergunning dienen bijgezet. 
Maurice Seys was politiecommissaris. Hij stierf in een concentratiekamp. Op het Britse ereperk liggen ook enkele Franse soldaten, Polen en zelfs een Nederlander begraven. Op deze dodenakker liggen Kamiel Jonckheere en Victorine Declercq, de ouders van schrijver Karel Jonckheere. De tekening op het grafmonument is van de hand Jozef Cantré. Holmens een monument met een tekst “leven is zich klaarmaken om te sterven zonder spijt”. Het werk van schoonzoon Gerard Holmens wordt in de volksmond “de V 1” genoemd. Gustaaf en Gaston Van Yper. Gustaaf was jarenlang de trouwe knecht van James Ensor. Bij het buitengaan zagen we de prachtige pleureuses van beeldhouwer Geo Verbanck.
Voor de hoeveelste maal weet ik niet meer eens getracht om in de Sint Pieters en Pauluskerk het praalgraf voor koningin Louise Marie te kunnen bewonderen. De nodige voorzorgen genomen en voor alle zekerheid geïnformeerd naar de bezoekuren. De kerk én het praalgraf was “zekers”, dixit een werkneemster van de parochie tijdens een telefoontje op vrijdag, te bezoeken tussen 15 en 17 uur.
Onze gids van de voormiddag betwijfelde dat maar zegde dat de koster, indien aanwezig, wel bereid was om het praalgraf te tonen. Om 16.20 uur tevergeefs gezocht naar het praalgraf: gesloten. Niet getreurd: de koster was er. Vriendelijke man en vriendelijk gevraagd om, mijnheer wij komen speciaal van Antwerpen, het praalgraf te mogen bezichtigen. Antwoord: niet mogelijk, ge had maar op voorhand moeten informeren naar de openingsuren. Toen ik hem zegde dat ik dat de dag voorheen deed wuifde hij dat weg met “die toeristische dienst toch”. Toen ik hem zegde dat ik “via die toeristische dienst toch” een telefoonnummer had gekregen van de parochie Sint Pieters en Paulus en mij op “zijn” parochie verzekerde dat bezoek “zekers” mogelijk was tussen 15 en 17 uur was het van “een dame zeker? Ja die is niet op de hoogte”. Intussen was het na 16.30 uur geworden en kon de koster de deur niet meer openen wegens: een dienst om 17 uur en nog veel werk. Ja wadde. Ik kom “zekers” nog eens terug.
Tekst en foto's : Jacques Buermans.