Nieuwsbrief Nr. 36 - juli 2007

Krakau, niet de top maar toch geen flopKort bezoek aan Krakau met toch wat funerairs op het programma


Citytrip naar Krakau geboekt met vriendin. Indien dit geschiedt met een funerair geïnteresseerde vriendin zoals in dit geval staan er natuurlijk een aantal begraafplaatsen op het programma. Naast een stadsbezoek diende de crypte van de kathedraal aangedaan te worden. Spijtig genoeg mag hier niet gefotografeerd worden. Ladislas Jagiello II kreeg een gothisch grafmonument met baldakijn. Koning Ladislas Warnenczyk, overleden in 1444, kreeg in 1906 een graf uit verschillende kleuren marmer en brons. De oudste sarcofaag is die voor Ladislas de Dwerg, uit 1333. Achteraan de kathedraal stonden, volgens mij, de mooiste grafmonumenten voor koningen Michel Korybut Wisniowiecki en Jan III Sobieski vervaardigd tussen 1753 en 1760. Koningin Hedwige stierf in 1399. In 1902 werd voor haar een sarcofaag in carraramarmer vervaardigd in Rome. Het is een prachtige gisant geworden met de koningin in bidhouding met de hond, teken van trouw, aan haar voeteneind. Een bezoek aan de kathedraal moet zeker op het programma van bezoekers aan Krakau staan. 
In de namiddag vonden we het toch nodig om een bezoek te brengen aan Auschwitz. In de bus, Auschwitz ligt 60 kilometer van Krakau, kregen we een film voorgeschoteld over het kamp en zijn geschiedenis. In Auschwitz aangekomen kregen we een rondleiding door het kamp van een Engelssprekende gids. Natuurlijk is een bezoek aan een concentratiekamp geen opbeurende gebeurtenis en totaal iets anders dan een begraafplaats maar als men verneemt hoeveel mensen hier het leven lieten is het toch een, zwarte, bladzijde die toch niet vergeten mag worden. Ook hier mag niet gefotografeerd worden in de gebouwen. Dan maar een beeld van de “beruchte” ingangspoort. Ook de wachttorens en de alomtegenwoordige prikkeldraad zijn pakkend. Om maar te zwijgen over de “doucheruimten” waarin ontelbare slachtoffers aan hun eind kwamen. Al hun bezittingen werden afgenomen. Vandaar naar Birkenau. Tien keer groter dan Auschwitz en met de treinsporen die als stille getuige van al dat leed te bezichtigen waren en een aantal houten barakken. Die werden allemaal heropgebouwd om getuige te zijn van al het leed dat ontelbare personen aangedaan werd.
Zondag, in een verstikkende hitte, was het dan de beurt om Krakau en zijn begraafplaatsen te bezoeken. We startten met Rakowicki, de grootste begraafplaats. Wat onmiddellijk opviel was de massa die op de begraafplaats aanwezig was. Dikwijls waren drie generaties bezig met het opkuisen van het grafmonument van hun voorvaderen. In het midden van de dodenakker bevond zich een kerk maar zeker tien keer meer personen volgden de zondagsmis van op het graf van hun dierbaren. Een kleine bloemlezing van het moois dat we daar mochten aanschouwen. In de uiterste hoek van de begraafplaats een monument voor de gesneuvelden 1939 – 1945. In het midden een grafkapel voor historieschilder Jan Matejko. Professor Jan Gwiazdomorski, stichter van de eerste infirmerie in Krakau, ligt in een groot grafmonument waar nog steeds familie bijgezet wordt. Wat hier ook opviel is dat talrijke grafmonumenten gerestaureerd werden en dat dit steeds vermeldt wordt aan de hand van een plakkaatje op het gerestaureerde grafmonument. Jozef Mehoffer was schilder en vervaardigde ook glas in loodramen. Een mooi beeld met twee pleuranten zagen we op het graf Grodkowa. Erazm Jerzmanowski kreeg een beeld van twee zittende figuren die een sarcofaag tillen. Architect Talowski bouwde talrijke huizen in Krakau waarbij hij zijn fantasie de gang liet gaan. Ook zijn grafmonument mag er zijn. Op de stele een sfinx, zijn ene poot op een schedel en met zin andere poot een slang vertrappelend. Baronne de Werny Geraud kreeg naast een treurende vrouwenfiguur een urne met slang inclusief appel op het grafmonument. Een van de weinige bronzen stond op de laatste rustplaats Grobowiec. Documentatie over de begraafplaats is hier nergens te vinden.
Krakau is ook in het bezit van een Joodse wijk. Een zestal synagogen bewijzen dat indertijd hier een grote Joodse gemeenschap actief was. De oude Joodse begraafplaats stamt uit 1552. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de begraafplaats grotendeels vernield.  Hier zagen we iets dat, voor ons, nieuw was. Het gebruik van steentjes die op de graven gelegd werden als teken van bezoek kenden we reeds alsook het leggen van briefjes met boodschappen erop. Voor het eerst zag ik hier, voor de grafmonumenten, een soort brievenbussen waarin ook briefjes gedeponeerd werden. In de aluminium bussen brandden ook kaarsen zodat de brieven opbrandden. Van dan af letten we op en zagen we ontelbare van deze dingen. Van de oude begraafplaats trokken we naar de nieuwe Joodse begraafplaats. Deze dodenakker dateert uit 1800. Deze begraafplaats had ook te lijden onder de Tweede Wereldoorlog. Vlakbij de ingang troffen we een monument aan voor de slachtoffers van het naziregime. Het monument is samengesteld uit delen van oude, beschadigde grafmonumenten. Toch zagen we hier dat er verschillende grafmonumenten gerestaureerd worden. 
Tot slot van onze funeraire dag brachten we bezoek aan de begraafplaats Podgorski. Vlakbij de ingang een monument voor militairen. Iets verder een treurende vrouwenfiguur op het graf Matlak en een engel op het graf Miczezynski. De redemptoristen kregen een enorme grafkapel. Hier viel toch ook op dat graven veel meer bebloemd waren dan in onze contreien het geval is.

Tekst en foto's : Jacques Buermans