Nieuwsbrief Nr. 36 - juli 2007

Charleroi heeft ook mooie dodenakkersOok geleide bezoeken aan begraafplaatsen in Charleroi


Een dagje uitgetrokken om enkele begraafplaatsen te bezoeken in Charleroi. Aanleiding een geleid bezoek aan de begraafplaats van Lodelinsart ingericht door de Société Royale d’ Archéologie, d’ Histoire et de Paléontologie de Charleroi. In de voormiddag op eigen kracht  een bezoek gebracht aan de Cimetière du Nord te Charleroi, rue Bethléem. Bij de hoofdingang viel al direct een groot monument op voor Poolse piloten die omkwamen tijdens de oorlog. Vlakbij een crypte voor de martelaren. Iets verder kwam een bezoekster aan de begraafplaats ons vertellen dat hier de laatste rustplaats was voor Kristoff Suain, een pompier die omkwam tijdens zijn eerste interventie bij een brand in de Spaanse ambassade Op een perk voor Britse soldaten troffen we ook enkele Duitse grafzerken aan. Een rotonde vormde het ereperk van de begraafplaats. Een aantal burgemeesters kregen hier hun laatste rustplaats. Onder hen Gustave Nalinne (1795 – 1851) liberaal die ook deel uitmaakte van het Nationaal Congres. Hier lagen ook Franse gesneuvelden, onder een werk van Jules Lague. De familie Françoisse kreeg een mooi interbellum grafsteen. Bij Gilles zag ik art nouveauelementen, maar mijn probleem is – volgens sommige « specialisten-leden » dat ik veel te veel art nouveau zie waar er geen is, Christian Gillain overleed op tienjarige leeftijd. Hier troffen we een bordje met vraag tot overname van de concessie aan. Wat opviel is dat de tekst hier veel uitnodigender is dan de ambtelijke taal die bij ons nog steeds gebezigd wordt. Men nodigt hier alle geïnteresseerden vriendelijk uit om deze concessie over te nemen en vermeldt het telefoonnummer waar men daarvoor terecht kan. Hier kregen we weer een bereidwillige dame die ons meldde dat hier politieagent François Tonnelier lad. De man liet het leven toen hij met een bom een cinema in Marcinelle buitenliep om zo het leven van honderden cinemabezoekers te redden. Victor Deman maakte een beeld voor een perk Franse gesneuvelden. Probleem van vzw Grafzerkje is dat zo stilaan iedereen aangetast wordt door wat ik het Norgasyndroom zou durven noemen. Ook hier ook enkele beelden van de hand van Norga, onder meer op het graf van Helene Fontaine.

Na de middag boden zich een 15 tal mensen aan op de begraafplaats van Lodelinsart. Onder hen blijkbaar een aantal fanatieke leden van de Société Royale d’ Archéologie, d’ Histoire et de Paléontologie de Charleroi. De voorzitter heette ons welkom en ik moet zeggen dat ik meer dan gecharmeerd was van de man zijn outfit: keurig wit hemd, gilet met gouddraad doorregen en aangepaste das. Maar er was meer: de man kende zijn vak. Hij bleek zeer bevlogen te zijn en schetste eerst de geschiedenis van Lodelinsart vroeger een kleine landbouwersgemeente en met de komst van eerst de steenkool en later de glasnijverheid een gemeente van meer dan 11000 zielen. Lodelinsart was ook een voorloper in de industriële revolutie door de bouw van een stoommachine. Als ik dan toch kritiek mag geven is het feit dat de gehele geschiedenis van Lodelinsart uit de doeken werd gedaan maar wel bijna één uur in beslag nam, ook omdat enkele van de aanwezige leden van de vereniging ook hun zegje wenste te doen en dit ons soms wel eens iets te ver leidde. Maar kom, de voorzitter wist met elke vraag raad. Burgemeester Jules Frison maakte nagels. Wat verder een aantal graven van eigenaars van diverse glasfabrieken uit de omgeving. Opvallend was dat er veel Duitse namen tussenzaten: Andris en Holguemiller. Een van de weinige medaillons op de begraafplaats was van de hand van Darville en stond op het art décograf van René Esgain, schilder. In het graf van glasbaas Leopold Delbauvre lag ook Marguerite die maar liefst 103 jaar oud werd. Burgemeester glazenier de Dorlodot lag in de omgeving van het graf van de familie Huart – Castiau, met een aantal schepenen onder hen. Lefevre – Bougé was een architect die veel art nouveauhuizen bouwde in Charleroi. Hier een hemelsblauw bloembakkengraf. Edmond Gilles bekleedde een belangrijke functie in het glazenierssyndicaat en hij werd vermoord. Zijn moordenaars werden nooit gevat. Hij kreeg een art nouveaugraf.

Iets verder zagen we twee monumenten van de hand van de eerder genoemde Lefevre – Bougé voor de laatste rustplaats van de familie Schmidt – Cornil en François. Na twee uur en half zat de rondleiding van de begraafplaats er op. Maar wat bleek: het gedeelte dat we bezochten was het kleinste. Aan de overzijde was een nog grotere begraafplaats. Hier beperkte de gids zich tot een van de weinige bronzen grafmonumenten die hier te zien waren. Een medaillon en een pleureuse op het graf De Middelaer. 

Wil je nog verder kennismaken met een andere begraafplaats die Charleroi rijk is dan kun je terecht op de “agenda”. Ik wens toch bezoekers mede te delen dat de stad Charleroi een van de vuilste steden is die ik ooit bezocht, met rijbanen die bezaait zijn met vuilnis en overblijfselen van auto-onderdelen wegens de zo slechte staat van voornoemde rijbanen, of zijn het heirbanen? Parkeren in de stad is daarenboven een hopeloze zaak met enorme ondergrondse parkings die op zondag, wanneer het er markt is, gesloten zijn.

Tekst en foto's : Jacques Buermans