Nieuwsbrief Nr. 36 - juli 2007

Tante Kato ging op reis En ze zag het graf van Sinan


Koca Mimar Sinan *1489-1588 * Istanbul, Turkije

Istanbul, Constantinopel, Byzantium. Namen die iedereen kent voor een en dezelfde bruisende stad. Vanaf de 15de eeuw wordt het stadsbeeld bepaald door minaretten en daarvoor is de 16de eeuwse bouwmeester Sinan mee verantwoordelijk. Ook al is de man bij ons vrij onbekend, hij is een grote naam uit de archictectuurgeschiedenis en ik wou het deze keer over hem hebben.

Over Sinans herkomst is weinig geweten, behalve dat hij ergens in Klein-Azië geboren werd en vermoedelijk uit een Grieks-orthodox midden kwam. Sinan is zijn Turks-islamitische naam, zijn echte doopnaam is onbekend. Zijn geboortejaar is trouwens ook bij benadering. Sinan was als 22-jarige het slachtoffer van de zogeheten “knapenvordering” of “jongensoogst”, een belastingsysteem geïntroduceerd door de Osmaanse sultan Murad II (r. 1421-1451). Christenen werden verplicht hun fysiek en mentaal goed ontwikkelde zonen af te staan aan de sultan. Alle negatieve dingen hebben ergens een positief aspect : de gekaapte knapen -slaven dus- konden opklimmen op de militaire en sociale ladder, iets waarvoor zij anders nooit in aanmerking zouden gekomen zijn. De jongemannen kwamen terecht in paleisscholen en konden de hoogste staatsambten bekleden. Sinan leerde het vak van schrijnwerker-architect en toen de Osmanen in 1517 Caïro veroverden moest hij gevaarlijke steegjes zò herplannen dat ze meer geopend waren voor de doortocht van de keizerlijke troepen. Zeg maar huizen afbreken en nieuwe wijken ontwerpen. Met het Janitsarenleger trok hij op veldtocht naar Belgrado en Rhodos en in 1534 was hij aanwezig bij de verovering van Bagdad. Als bouwkundig ingenieur -als we die term mogen gebruiken- loste hij problemen in de wegen- en bruggenbouw op. Ook scheepsbouw was hem niet vreemd. Na de belegering van Bagdad vroeg Sinan eervol ontslag. Vier jaar later kreeg hij een gunstig gevolg toen sultan Suleyman de Prachtlievende (r. 1520-1566) hem benoemde tot opperhofarchitect (Mimar in zijn volledige naam is Turks voor architect). U heeft zich misschien afgevraagd waarom ik steevast de benaming Osmanen gebruik en niet de algemeen gebruikte term Ottomanen. Weet dat een streng maar rechtvaardig leraar ooit zei : “De nakomelingen van Otto moet je in Duitsland zoeken en niet in Turkije.” De telgen uit het Turkse geslacht van stamvader Uthman moet men dus Uthmanli, Uthmanen of Osmanen noemen. Dit even tzijde. Ik heb blijkbaar toch iets onthouden ...Terug naar Sinan : we kennen hem al als geniaal stadsplanner en in 1548 begon hij aan een lange rij niet-militaire bouwwerken. Hij wordt terecht beschouwd als de grootste Osmaanse architect. Al zijn realisaties worden gekenmerkt door originaliteit, een bouwkundige elegantie en een vaardigheid om lokaties optimaal te benutten. Hij hield rekening met aardbevingen, waarmee hij op zijn tijd vooruit was. Sinan was geobsedeerd door de koepel en hij wilde de duizend jaar oude koepel van de Byzantijnse Hagia Sophia kost wat kost overtreffen. Hij slaagde in zijn opzet en de ronde koepel steunend op een vierkante basis werd zijn pronkstuk. Zelf noemde hij de Prinsenmoskee (1543) in Istanbul, ontworpen voor Suleymans overleden lievelingszoon, zijn proefstuk als leerling. Zijn beroemdste werk is Istanbuls enorme Süleymaniye-moskee (1550-1557), wat zijn proefstuk als gezel of afstudeerproject was. Uiteindelijk werd de Selimiye-moskee (1566) van Edirne, gebouwd voor sultan Selim II (r. 1566-1574), zijn absolute meesterwerk. Sinan ontwierp in totaal 357 gebouwen, waaronder 136 moskeeën, 57 koranscholen en verder badhuizen, paleizen, mausolea, karavanserais en armenkeukens, waaronder een in Mekka.
De bijna honderdjarige Sinan -hij heeft voor vier opeenvolgende sultans gewerkt- werd begraven tegenover de Süleymaniye. Hij had al 22 mausolea ontworpen en zijn graf, op een spietje tussen twee straten, is eveneens van zijn hand. Een van de twee straten draagt trouwens zijn naam. Specialisten in islamitische architectuur noemen het “een pareltje van een graf”. Het ontwerp is gebaseerd op de türbe, een bouwstijl geïnspireerd op de opgehoogde grafheuvels van de steppen. Op Sinans graf staat een gedicht van zijn vriend Mustafa Saïd, die een opsomming geeft van al zijn verwezenlijkingen.

Oh ja, dankzij Wikipedia (maar men mag niet alles geloven wat daar gepubliceerd wordt) kwam ik te weten dat een inslagkrater op de planeet Mercurius naar Sinan genoemd is. Mooi, een krater is tenslotte een omgekeerde koepel.
Mocht u naar Istanbul willen reizen, weet dan dat er bij de Franse Spoorwegen momenteel een reklamecampagne loopt om hun verkoop van vliegtuigtickets te promoten. Om te laten zien dat zij Frankrijk echt ontgroeid zijn, verkopen ze nu tickets naar Yste-en-Boule. Of gaat u liever naar Nouillorc, Losse-en-Gelaisse of Mique-aux-Noces ? Gewoon even luidop lezen alvorens uw keuze te maken.
 
Tekst en foto's : Tante Kato