Nieuwsbrief Nr. 36 - juli 2007

Kuifje in MadridAn Hernalsteen bezocht enkele funeraire dingen in Madrid


Onze An Hernalsteen, die zichzelf Kuifje noemt, toog naar Madrid en maakte volgend verslag. Ze start met een “verontschuldiging”: Ik ben nog altijd geen digitaal fototoestel rijk maar in augustus gaat iemand van het voetvolk richting Madrid en die zal wel de plaatjes schieten.
 
PANTEON DE HOMBRES ILUSTRES
 
Naast de Basilica de Atocha (Paseo de la Reina Christina) De toegang tot het pantheon bevindt zich in de Calle Juliàn Gayarre.
Het Pantheon werd opgericht tussen 1892-1899 naar een ontwerp van Fernando Arbòs. De oorspronkelijke intentie, nl. vereerde en belangrijke Spaanse historische figuren samen brengen in één mausoleum, zag er op papier misschien fantastisch en rooskleurig uit, de realiteit was grauwer. Slechts een handjevol “beroemde beentjes” liggen er verzameld. De monumenten zijn echter om er duimen en vingers bij af te likken. Een funerair, culinair genoegen voor lekkerbekken. En wat meer is, je hebt het kot voor jou alleen want dit ding staat in geen enkele reisgids. Die toeristenloze rust maakt het verorberen en genieten van al dat moois alleen maar intenser.
 
ZEULEN MET HET LIJK VAN SCHILDER FRANCISCO DE GOYA Y LUCIENTES. (GOYA VOOR DE VRIENDEN) - (Fuendetodos 1746-Bordeaux 1828)
Het kerkje van de Ermitage van San Antonio de la Florida (Paseo de la Florida) werd in 1797 door de Italiaanse bouwmeester Francesco Fontana afgewerkt. In opdracht van koning Carlos IV mocht Goya zijn frescotalenten botvieren op de koepel. Tussen 1 augustus en 20 december 1798 deed onze vriend wat hem opgedragen was.
Koningen komen, koningen gaan. De absolutistische monarch Ferdinand VII zwierde met zijn tirannieke plak. De Madrileense bodem werd Goya te heet onder de voeten. Hij koos voor een vrijwillig ballingschap in Frankrijk en vervoegde gelijkgestemde Spaanse zielen in Bordeaux.
De nacht van 15 op 16 april 1828 blaast hij er zijn laatste adem uit en vindt er zijn eerste rustplaats op het kerkhof van La Grande Chartreuse waar hij wordt bijgezet in het graf van een banneling-familielid.
Maar het vaderland roept en in 1888 beslist men om de verloren zoon naar Spanje terug te laten keren. Om zeker te zijn dat men de juiste huiswaarts stuurt, worden beide skeletten ontgraven. Pas in 1899 worden de twee op transport gezet.( Het Franse openbaar transport is traag maar 11 jaar wachten op de diligence is van het goede te veel).
Tot grote verwondering van de geestdriftige Spanjaarden is Goya bij aankomst zijn hoofd kwijtgespeeld. Een snode Franse wetenschapper heeft de schedel achterover geslagen om er allerlei gekke dingen mee uit te voeren.
De hoofdloze wordt in 1900 begraven op de San Isidro begraafplaats van Madrid. Geen al te geschikte stek zo blijkt want op 29 november wordt hij opnieuw uit de grond gehaald en mag hij voor altijd gaan kijken hoe op zijn koepelbeschildering in de Ermitage de H. Antonius een vermoorde man weer springlevend maakt.
Kwade tongen beweren dat Goya in 1927 het beu werd om altijd maar naar hetzelfde prentje te liggen staren en dat men hem overgebracht heeft naar Zaragossa.
Vraag hierbij is: ligt hij nog altijd in zijn monument in de Ermitage ? En waar is in godsnaam zijn hoofd gebleven?
 
ZEULEN MET HET LIJK VAN EEN KEIZER
 
Als ingeweken, maar volledig ingeburgerde Strop (alhoewel dat Gents taaltje) stond de laatste rustplaats van de man die de Gentenaren zo de duivel had aangedaan, bovenaan mijn verlanglijstje van zeker te bezoeken spullen.
In het San Jerònimoklooster te Yuste velde op 21 september 1558, een fatale aanval van malaria (of hoe een onnozele muggensteek iemand de das kan omdoen) de keizer, die voor velen het licht had uitgedaan maar in wiens rijk de zon nooit onderging. Helemaal volgens zijn eigen wil werd het lijk gebalsemd, gekist en in een eenvoudige nis in de kloosterkapel bijgezet.
Zoonlief, Filips II, die ervan droomde zijn familieleden, levend of dood rondom zich te scharen liet op 14 januari 1573 de stoffelijke resten van zijn teerbeminde vader overbrengen naar het Escorial (1563-1584). Veel te voorbarig want noch de nieuwe kerk, laat staan het pantheon onder het kerkkoor waren afgewerkt. Pa kreeg dan maar een voorlopig plaatsje in het kloostergedeelte dat tussen 1571-1586 als kerk fungeerde. De nieuwe kerk werd uiteindelijk dan toch in 1595 ingezegend. Beeldhouwer Pompeo Leoni had die inwijding niet afgewacht. Naarstig sleutelde hij aan een cenotaaf van de familie Klepkes in het hoogkoor. Braafjes knielend, devoot biddend, zitten ze op een rijtje de komst van hun Verlosser af te wachten.
In 1598 deed Filips II zelf de boeken toe, de werken aan het pantheon sleepten aan. Pa lag nog altijd onder de vloer van het klooster.
In 1664 brak het ultieme moment dan toch aan. De mummie van Keizer Karel werd plechtig bijgezet in het Pantheon.
In 1872 wou men eens piepen of Karel comfortabel lag. Men gooide de tombe open. Fotograaf C. Huerto vereeuwigde dit intieme gebeuren. Rico de Ortega tekende wat hij zag: kromme tenen, een kinnebak om U tegen te zeggen, 2 tanden kwijt door van zijn paard te donderen. De mummie werd betast en bepoteld en elk detail werd minutieus voor het nageslacht geregistreerd. Na al dit gefriemel mocht de oude keizer opnieuw bezit nemen van zijn tombe.
Het pantheon schittert, glinstert en glanst. Grandeur en rijkdom druipen er van af. Het spreekt vanzelf dat elke nieuwe bijzetting geurhinder zou opleveren. De koninklijke, tere neuzen van de reeds aanwezige familieleden vonden deze stank onaanvaardbaar. Een “Pudridero” bood de oplossing. Hier konden overledenen een tijdje naar hartelust gisten, sudderen en rotten.
 
Het pantheon van de infantes is minder luisterrijk. Koningin Isabel II contacteerde als initiatiefneemster de bouwmeester José Segundo de Lema. Hier vallen o.a. de tombe van Doña Luisa Carlotta de Borbòn, het graf voor Don Juan van Oostenrijk  en de roomtaart voor de klein mannen te bewonderen.
 
TIP
Het paleis van de Bourbons (deel van het Escorial) is alleen op aanvraag en in groep te bezichtigen ( rondleiding in het Spaans). Vraag aan de kassa of er die dag een groep geboekt is, laat je registreren in het administratiebureel en ga als vreemde eend in de bijt mee op verkenning. Voor wie van wandtapijten houdt, is dit een echte aanrader.
 
Tekst : An Hernalsteen en foto's : DirkJ oos