Nieuwsbrief Nr. 35 - mei 2007

Den Haag een meevaller op alle gebiedVerslag van de driedaagse


Nadat we enkele jaren geleden Amsterdam bezochten was nu Den Haag aan de beurt. We mochten ook rekenen op onze Nederlandse vrienden van de Terebinth om deze trip “bij het grote publiek” bekend te maken. Gestart werd te Delft met vier Nederlandse mensen, acht Vlamingen. Vier Vlamingen werden toen al als vermist opgegeven, Leo & Christine uit Brugge zaten vast met wagenpech in … Antwerpen.
 
In de Oude Kerk, gebouwd tussen 1240 en 1540, had de gids het over de nieuwe leer. Het protestantisme is bij ons zeker niet zo verspreid als hier. Het graf voor zeevaarder Piet Hein werd in de Franse tijd verwijderd. Piet, let wel Hein niet onze organisator Piet Vernimmen, rust met zijn hoofd op een kussen. Onze gids wist te vertellen dat dit kwam omdat hij in zijn bedstee en niet in de strijd het leven liet. Elisabeth Morgan, dochter van Marnix van Sint Aldegonde, stierf in het kraambed. We stonden ook bij de laatste rustplaats voor schilder Joannes Vermeer: een eenvoudige kerktegel. De mensen van de kerk hadden er een kopij van een schilderij van de grote meester bijgezet want anders liepen de drommen Japanners er straal voorbij. Recent werd een nieuw grafmonument opgericht. Zeeheld Maarten Tromp is vereeuwigd in zijn volledige wapen,uitrusting, het hoofd rustend op een kanon. Tromp liet het leven in volle strijd. Wetenschapper Anthony van Leeuwenhoek, de man van de microscoop, ligt hier ook. Bij het buitengaan zagen we ook nog schoolmeester/dichter Poot bekend van zijn grafschrift “Hier ligt Poot, en hij is dood”.
Vandaar naar de Nieuwe kerk waar Piet Vernimmen ons gidste langsheen de, in tegenstelling tot in België, niet toegankelijke koninklijke crypte. Een prachtig monument voor Willem van Oranje, vader des vaderlands met de nodige symboliek. Dit alleen was al de verplaatsing naar Delft waard. Koning Willem I ligt hier onder een werk van Guillaume Geefs. Vlakbij een monument voor Willem George Frederik van de hand van de wereldberoemde beeldhouwer Antonio Canova. Hugo De Groot studeerde op 16-jarige leeftijd te Orleans met een studie over het zeerecht. Hij werd gevangen genomen en wist te ontsnappen in een boekenmand. Piet Vernimmen leidde ons naar het Kalverbos alwaar Louis XVII ligt. Of toch net niet? Was Carl Naundorff de koning of was hij een bedrieger? Het instituut van de Leuvense professor Jean Jacques Cassiman deed DNA-onderzoek en wat bleek: Naundorff kon geen kind van Marie Antoinette geweest zijn. Ne een welgekomen drankje kwamen Leo & Christine eindelijk de groep vervoegen, in een vervangwagen. Juist op tijd om het enige minpunt van de gehele trip mee te maken: de begraafplaats Oud-Rijswijk. Beginnen we positief: de begraafplaats werd aangelegd door Leonard Springer, leerling van de beroemde landschapsarchitect Zocher. En daarmee was alles gezegd. Onze gids, die alles van een papier diende af te lezen, zegde dan maar dat het “schilderachtig” was, wat bij organisator Piet ontlokte: schilderachtig? Verwaarloosd! Ik denk dat we zesmaal dezelfde weg aflegden en indien iemand het dan waagde om een funeraire toelichting te verstrekken werd ze bekeken zoals alleen maar onze “Londense funeral dragon”, Miss Pateman kan doen. Dat beloofde voor de twee volgende dagen maar ik kan nu al zeggen dat dit de enige “mindere” gids was.

Zaterdag en met nog maar één vermiste persoon, maakten we kennis met de Algemene begraafplaats van Den Haag. Al van bij de aanvang wisten we dat dit ander koek was. Onze gids de heer Gerard Scholtes wist ons van bij de aanvang te boeien. Den Haag kent geen funeraire gidsen zoals in onze grootsteden maar dit werd ruimschoots gecompenseerd door de moeite dat deze persoon, en ook zijn opvolgers, zich getroostten om zich te documenteren. Gerard legde al direct de link met Vlaanderen met het graf voor Constant Ceurremans, een Nederlands wielrenner die de gangmaker was van de Vlaming Chareltje Verbist toen die op de piste verongelukte. Leuk was dat Gerard het toen ontstane liedje kende: Chareltje, Chareltje, Chareltje Verbist; had ge niet gereden op de piste; had ge niet gelegen in uw kist. 

We stonden stil bij de laatste rustplaats voor Pieter Jelles Troelstra, politicus en dichter. Het graf is eigendom van de Partij van de Arbeid en voor Cornelis Willem Lely, waterstaatkundige en politicus. Hij was de ontwerper van het plan voor de drooglegging van de Zuiderzee en Lelystad is naar hem genoemd. Nicolaas Frederik Emmanuel de Gumoëns was een Zwitsers kolonel die sneuvelde bij de verdediging van de vesting van Antwerpen in 1832. Het gietijzeren grafmonument kreeg de naam “Citadel van Antwerpen” en verklaarde meteen waarom onze Piet getooid was met een das met de “A” van Antwaarepe. Ten slotte vestigde Gerard Scholtes onze aandacht op het mausoleum met Grieks-Romeinse sarcofaag voor Pieter en David Ragay, schatbewaarders. In 1830 betaalde David Ragay 8000 Gulden om het graf te onderhouden, een enorm bedrag. Iedere winter wordt een houten bekisting rond het monument geplaatst om het te beschermen tegen versuikeren. Twee keer per jaar wordt de tombe gelucht, dit levert de luikopener 12 Gulden op. En wij een van de eersten die het monument zonder houten bekisting na de winterperiode mochten ontdekken. Piet Vernimmen nam de gidsbeurt op Sint Petrus Banden voor zijn rekening. Gestart werd bij het graf voor Richard Brenninkmeyer, ondernemer en oprichter van C & A. Wat verder Joseph Luns, diplomaat en secretaris generaal van de Navo. Onze Piet zijn jeugdsentiment kwam boven bij het graf voor Jan Nowee die de boeken van Arendsoog schreef opgevolgd door zijn zoon Paul. Bij testament werd vastgelegd dat de reeks eindigde met het overlijden van Paul Nowee. Het graf Delboy was een werk uit het Brusselse atelier van de familie Salu. Grazio, telg van een Italiaans binnenhuisarchitectuurbedrijf kreeg een modern graf in plexiglas met kleurrijke foto’s en ruimte voor verse tulpen. Via Paul Ackett, impresario van North Sea Jazzfestival ging het naar de arcade. We waanden ons hier in Italië, ook al omdat de zon van de partij was. Onder de arcade ligt zanger Robert Long die op zijn verzoek in de omgeving van Dimitri Frenkel Frank begraven werd. 

Voor de uitgang lag Jean Theodoor Toorop, tekenaar en schilder. Het funeraire gedeelte werd afgesloten met Ter Navolging: klein maar fijn en met de laatste rustplaats voor schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken. 

Zondag werd gestart op de Joodse begraafplaats met maar liefst 18 deelnemers, gelijk verdeeld tussen Vlaanderen en Nederland. Een soortgelijke begraafplaats kennen wij niet omdat eeuwige grafrust in Vlaanderen niet verzekerd is. Orthodoxe Joden trekken dan maar over onze grens naar Putte. Daar hebben bijvoorbeeld de drie Antwerpse Joodse “gemeenten” elk hun begraafplaats. In Den Haag waren Sefardische, komende uit het Iberisch schiereiland, en Asjkenazische, komende uit Oost Europa, Joden begraven. Ook schilder Jozef Israels kreeg hier zijn laatste rustplaats. Vandaar trok het gezelschap naar de begraafplaats Oud Eik en Duinen. Van Frans Van der Linden, ook een bevlogen iemand, kregen we de nodige toelichtingen. We zagen hier dat een zelfmoordenaar buiten de muur van de kerkruïne begraven werd. Alhoewel de kerk in puin was toch kwam de zelfmoordenaar de kerk niet in!  De excentrieke Alexandra Tinne in haar tijd reeds een wereldreizigster kreeg de nodige aandacht. Zij zeulde in Afrika vier doodskisten mee van haar moeder, haar tante en twee kameniersters en kwam zo aan in Caïro. Haar halfbroer probeerde haar te overtuigen om terug naar Nederland te keren maar zij weigerde. Hij nam wel de vier lijkkisten mee om de lichamen in Nederland te laten begraven. Alexandra Tinne werd in Khartoum beroofd en vermoord. Een eigenaardig grafmonument waarbij de “Omega”, laatste letter van het Griekse alfabet, links stond en de “Alfa”, eerste letter van het Griekse alfabet, rechts stond. Eerst dachten we aan een foutje van de beeldhouwer, misschien in spiegelschrift gebeiteld, maar een van de deelnemers stelde, misschien niet onterecht, dat er eerst de dood is en dan de “wedergeboorte”. Frans Van der Linden vertelde uitgebreid over Louis Couperus, schrijver van “de boeken der kleine zielen” en “Eline Vere”. Couperus werd gecremeerd. 

Ook over Ferdinand Bordewijk, schrijver van “Karakter” wist Frans enkele interessante weetjes. Hij had nogal een “air” over zich en liet de vragen tijdens een interview in de derde persoon stellen. Het diende te zijn van “vindt u dat de schrijver Bordewijk enzovoort”. De interviewer werd door Bordewijk nageroepen: “het zal u interesseren van mij te vernemen dat de schrijver Bordewijk weer bezig is fantastische vertellingen te schrijven.” Een ander leuk verhaal was dat Bordewijk op verschillende adressen in Den Haag woonde. Ooit zegde hij “ik heb de indruk dat ik hier al eerder was.” Hekmeyer was militair en werd reeds gecremeerd in 1903 in Berlijn wegens het verbod tot cremeren in Nederland. De as werd bewaard in een door Ch. van Wijk vervaardigd monument en in de tuin van zijn landgoed bijgezet tot het overlijden van zijn echtgenote in 1922. De gemeente Voorburg weigerde de zorg voor het monument waarna het in Oud Eik & Duinen werd geplaatst. Hier ligt ook de broer van Prins Bernhard die ooit conservator was van het Metropolitan Museum in New York. Hij leed aan de ziekte van Parkinson en werd door Bernhard naar Nederland gehaald waar hij overleed. Ook beeldhouwer Toon Dupuis, afkomstig uit Vlaanderen, passeerde de revue. Over revue gesproken: wij kenden ook namen als Willy Derby en Jean Louis Pisuisse met zijn lied “Mens durf te leven”. Toeval of niet … hij werd samen met zijn minnares Fie Carelsen vermoord door diens echtgenoot. Op het eind van de rondleiding kregen we ook nog de bekende pistewielrenner Piet Moeskops voorgeschoteld. Moeskops werd vijf keer wereldkampioen sprint. Als slot van deze funeraire hoogdagen kregen we van organisator Piet Vernimmen een rondleiding op Nieuw Eykenduynen. Muzikale, ook in Vlaanderen, bekenden waren hier Theo Uden Masman, oprichter van the Ramblers en Rudy Wairata, van de Kilima Hawaiians. Bij Simon Vestdijk vertelde Piet een verhaal en bij dichter Willem Kloos droeg hij een van diens gedichten voor. Eindigen deden we met een “mysterie”: het Raadsel van Nieuw Eykenduynen. “Hier rust zij van wie niemand wist dat zij de mijne was”! Niemand weet wie de steen plaatste. Een minnaar of minnares? Een geheime relatie of overspel? Niemand weet hoe lang de steen hier al ligt. De steen is bij toeval ontdekt bij een drastische snoeibeurt. Eerder pronkte hij aan de voet van een treuriep. 

Wat iedereen wel zal geweten hebben is dat de afwezigen eens te meer ongelijk hadden. We konden genieten van een prachtige organisatie van Piet Vernimmen, een leuke samenwerking tussen de Terebinth en vzw Grafzerkje en daarom ook een samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen, samenwerking die zeker voor de toekomst nog een vervolg krijgt.
 
Tekst en foto's : Jacques Buermans