Nieuwsbrief Nr. 35 - mei 2007

Voordracht door ons lid dokter De CockEen namiddag over het overschrijden van de grens tussen leven en dood


In het kader van de Week van de Liefhebber die in Hoboken in het teken stond van “over de grenzen van dood naar leven” organiseerde Haki van ons lid Leo D’Heu een ganse middag over dat onderwerp. Ondergetekende mocht een rondleiding verzorgen op de begraafplaats en die sloot perfect aan bij het onderwerp want hier werd de grens tussen leven en dood overschreden. Later werden in het lokaal van Haki twee voordrachten gegeven. Professor Adriaan Van Zelst had het over “Leven tussen dood en geboorte, een esoterische visie”. Deze voordracht deed een aantal emoties sterk opleven maar de spreker kweet zich meer dan voortreffelijk van zijn taak om op de meeste prangende vragen een antwoord te verstrekken. Ons lid, dokter Lucien De Cock, had het in zijn betoog over “Rituelen en gewoonten”. Een kleine bloemlezing uit deze voordracht.
 
Het eerste deel van de uiteenzetting ging over het “dode lichaam”. Op de vraag “wat blijft er over van een menselijk lichaam” antwoordde de spreker dat alles afgebroken wordt door de natuur. De schedel en de dijbeenderen blijven als laatste over. De dokter ging ook dieper in op gebruiken die wij niet kennen. Zo blijven in Thailand lichamen gewoon liggen tot ze opgegeten worden door de gieren. Blikbaar schept zich hier een probleem want de gieren zijn onvoldoende in aantal. Verbranden is in Europa gekend sinds 1867 maar was 1000 jaar voor onze tijdsrekening die meest verspreidde vorm. Lucien De Cock had het dan over wat er ook nog met lichamen, of delen ervan, kan gebeuren. Sommigen worden herbegraven. Denken we hierbij aan de verdienstelijke Fransen die een, tweede, laatste rustplaats kregen in het Pantheon. Lichamen worden ook bewaard. In een knekelhuis, in catacomben of zoals de Kapucijnermonniken in Palermo. Maar ook Lenin in zijn mausoleum en Jeremy Bentham in zijn Londense kast zijn voorbeelden. Lichaamsdelen worden ook bewaard. Naast de schedels die in “beinhaüser” te bezichtigen zijn kennen we ook de Habsburgers wiens vorsten in drie Weense kerken bewonderd kunnen worden: de gemummificeerde lichamen in de Kapuzinergruft, de harten in de Herzgruft en hun ingewanden in de Stephansdom. Ook is er het gebruik om haren te bewaren van een geliefkoosd overledene. Maar ook bloed, relikwieën, tongen en zelfs de penis (Napoleon en Rasputin) werd soms bewaard. Ten slotte kent men nu het afstaan van een lichaam ten voordele van de wetenschap om DNA-onderzoek op te doen of voor orgaantransplantaties.
 
In een tweede deel ging dokter De Cock dieper in over waar er begraven werd. Onze begraafplaatsfanaten kennen allemaal 1784 en Jozef II die verplichte om begraafplaatsen in te richten maar dit was volgens de spreker het eindpunt. Reeds van in de préhistorie werd er begraven. In het steentijdperk, Karnak, kende men menhirs, dolmen en catacomben. In het bronstijdperk waren er de grafheuvels en werd er gecremeerd en begraven in urnenvelden. In het ijzertijdperk kende men crematie en begravingen. In het begin van onze tijdrekening werd men begraven en kende men de catacomben. Vanaf 313 werd en bovengronds begraven en in kathedralen. Tegen de “idealen van de Romeinen” in werd er begraven buiten de stad, de via Appia. Na Karel De Grote kende men alleen nog begraven. Na, niet zo vredelievende, contacten met de vikings kende men Runenstenen, bootgraven en grafheuvels. Vanaf het jaar 1000 werd en begraven. In de kerken voor de bisschoppen, de koninklijke families en de “groten der aarde”, Rubens. De “gewone” man kreeg zijn laatste rustplaats op het kerkhof. En toen was er, waar wij altijd ons verhaal beginnen, 1784 en onze Jozef II.
 
Een massa informatie wijzer en, zeker voor wat de voordracht door professor Adriaan Van Zelst betreft, met een zicht op een visie die mij voorheen volledig onbekend was toog ik huiswaarts. 
Jacques Buermans