Nieuwsbrief Nr. 35 - mei 2007

Het kerkhof, een leerschool voor burgerzin een opmerkelijk initiatiefCis Kennes bezorgde artikels, Jacques Buermans maakte samenvatting met persoonlijke bedenkingen


Sociale omkadering als mogelijkheid tot behoud van het oud funerair patrimonium.
 
Ons lid Cis Kennes bezorgde mij enkele artikelen en ik geef daar de neerslag van.
 
Bescherming, behoud en onderhoud van historische graven lijkt, wanneer ze aan de zorgen van de gemeentelijke diensten overgelaten worden, te zien aan de materiële staat waarin ze zich bevinden een onmogelijke zaak. Klasseren van een oud kerkhof biedt weinig echte oplossingen indien men vooraf niet de kiemen van een plaatselijke motivatie ontwikkeld heeft. Klassering lost niets op zonder plaatselijke en vrijwillige maatregelen. Sinds jaren bekostigd de directie van de lokale overheid van het Ministerie van de Waalse gemeenschap “Eté solidaire – je suis partenaire”, tijdelijke projecten gericht tot de plaatselijke jeugd. De jongeren krijgen de kans om een centje bij te verdienen. De stad Aarlen had in de voorbijgaande jaren met dit project het kerkhof van Thermes laten opkuisen. In 2003 werd dit project verder uitgewerkt om een gedeelte van de begraafplaats van Aarlen te laten opkuisen door adolescenten met sociale en schoolse moeilijkheden. Met gaf alzo een professionele opening naar beroepen uit de erfgoedrestauratie. Naast gemeenteverantwoordelijken die voor de materiële uitvoering van het project zorgden (maaltijden) en de dienst Werken die werktuigen ter beschikking stelde (borstels, emmers, water (?)) en een gepassioneerd werknemer werd een structurele omkadering gevormd. Het theoretische en historische luik werd toevertrouwd aan specialisten: Carlo Kockerols, historicus, begeleidde een bezoek aan de begraafplaats; Jacky Legge, coördinator van de commissie ter bescherming van het funerair patrimonium in de streek van Doornik, hield een voordracht rond kerkhofsymboliek en de Beheerscel van het funerair patrimonium gaf een algemene inleiding tot de kerkhofcultuur en zorgde voor dagelijkse aanwezigheid op de site. Het technische luik werd overgelaten aan twee organisaties. Eén leverde uitstekende informatie over de onderhoudskenmerken van de materialen die verwerkt dienden te worden en stuurde geregeld iemand naar de werf. Het Insitut du Patrimoine organiseerde een praktijkdag rond de bewerking van steen. Het project kreeg de financiële steun van de provinciegouverneur en de deelnemers aan de stage kregen een attest van de verworven kennis. In 2004 werd het project herhaald. Het geheel heeft een verbazend beschermingsproces in beweging gezet: die jongeren gaan zich opnieuw en tastbaar hun “historische wortels” toe-eigenen er wordt een kans gegeven én aan de adolescenten én aan het lokaal erfgoed. De jongeren krijgen een andere kijk op begraafplaatsen en zullen het niet in hun hoofd halen om een kerkhof te beschadigen. Het proces is in beweging gezet en kan alleen maar vooruitgaan. Het gemeentepersoneel belast met de begraafplaatsen spendeert de beschikbare tijd aan het opkuisen van grafstenen en het herstellen van afsluitingen in gietijzer. Meer nog: de stad laat alle graven restaureren van personen die met een straatnaam bedacht werden.
 
Enkele jaren later blijkt dat het project, gestart in Aarlen, navolging kreeg. In Comines-Warneton werden jongeren ingezet om een ruimte voor rouwbetuigingen te herstellen; Viroinval liet al de gietijzeren kruisen herstellen door jongeren; Spa ten slotte zette jongeren in om de “Engelse” zone, funerair spoor van de grote 19de eeuwse Engelse gemeenschap, te laten herstellen. Aan de hand van deze voorbeelden ziet men dat er nog ontelbare mogelijkheden open liggen.
 
Artikel van de hand van Xavier Deflorenne, coördinator van de beheerscel van het funerair patrimonium.
 
Jacques Buermans zorgde voor de korte inhoud
Het Waalse initiatief is uiteraard lovenswaardig te noemen. En het is misschien niet onverstandig om deze zomer eens ter plaatse te gaan kijken hoe een en ander daar concreet verloopt. Toch ben ik wel een beetje voorzichtig om meteen te juichen “dat kunnen wij ook!” In de eerste plaats is Xavier Deflorenne niet de eerste de beste. Die man heeft zijn sporen op funerair gebeid reeds jarenlang verdiend. Hij was jaren geleden misschien de eerste en ook de enige die zich het lot van begraafplaatsen en kerkhoven aantrok. Hij bezocht alle Waalse begraafplaatsen en documenteerde zich in deze materie. Als we dan zien dat voor de uitvoering een beroep wordt gedaan op mensen zoals Carlo Kockerols en Jacky Legge, dit zijn Waalse funeraire iconen, alhoewel Carlo van Antwaarepe is. En wat is er in Vlaanderen: noppes. Natuurlijk zijn er lokale initiatieven, zijn er mensen die het goed voorhebben met onze dodenakkers (zijn wij dat niet allemaal?) maar hetgeen Wallonië heeft is één overkoepelend orgaan. Eén organisatie die overal te lande en waar ze gevraagd worden deskundigen kan afvaardigen om de initiatiefnemers met raad en daad bij te staan. Indien men overkoepelend werkt kan men met enkele specialisten het gehele gebied bestrijken.
 
Natuurlijk zijn er hier in Vlaanderen al initiatieven geweest. Rudy D’Hooghe, lid van onze vzw Grafzerkje maar bovenal beheerder van de Gentse begraafplaatsen, ging ooit eens aan tafel zitten met de leerkrachten van een vakschool om een muur van de begraafplaats te laten herstellen. Rudy, lees: de stad Gent, zorgde voor de aanvoer van materiaal en voor maaltijden en de leerlingen konden veel ervaring op doen. Maar ik blijf toch voorzichtig. De stad Antwerpen zette ooit Witte Tornado’s, zo genoemd naar de witte kledij die ze droegen, in om de hoveniers op Schoonselhof bij te staan. Wel, mijn doden waren actiever dan het merendeel van die mensen. Er zaten natuurlijk enkele jongens bij die het goed meenden (ik meen zelfs te weten dat een ervan vast benoemd werd op de begraafplaats) maar het merendeel kwam er maar om op hun, gekregen, borstel te leunen. Dit werkte dan nog in de verkeerde richting want de hoveniers moesten voor twee werken. In Haarlem vertelde de beheerder mij dat er ooit een project opgestart werd om jonge drugsverslaafden te laten werken op de algemene begraafplaats: binnen de kortste keren zaten de hoveniers aan de drugs? Het klinkt allemaal mooi “jongeren aan het werk houden” maar dan dienen die jongeren ook de nodige motivatie aan de dag te leggen. Ooit leidde ik een volledige klas van de afdeling restauraties van de Antwerpse academie rond. Ze vonden dat best leuk een halve dag in open lucht. Toen ik enige tijd later een summiere restauratie aan een grafmonument wenste te laten uitvoeren dacht ik dat dit misschien iets was voor enkele van deze jongeren: een project voor enkele leerlingen die zich zo konden bekwamen en dan nog, tijdens het zomerverlof, een cent konden bijverdienen. Ik contacteerde de prof en twee “dapperen” kwamen af. Ik zie ze nog zo van de tram stappen: iemand die naar het schavot gevoerd wordt loopt sneller. Vandaar ging het op een drafje, lees: 15 minuten voor enkele honderden meters, naar de “plaats des delicts”. Beiden keken gebiologeerd naar het grafmonument, ik zegde hen dat indien dit niet tot hun vakgebied behoorde ze dit maar dienden te zeggen, de snuggerste van de twee haalde een fototoestel boven, fotografeerde het monument enkele keren, ging zich bij de prof informeren en … dat was het laatste dat ik van hen of van hun prof vernomen heb.
 
Ik schiet zulk een initiatieven zeker niet af maar de kandidaten dienen professioneel begeleid te worden en vooral ze dienen dit te doen omdat ze dat graag doen niet omdat ze “moeten”. Ik zie veel meer heil in hetgeen de stad Hasselt doet: enkele oudere, gemotiveerde, laaggeschoolde langdurig werklozen een korte opleiding geven en hen dan kleine restauraties laten uitvoeren. Op het oude kerkhof van Hasselt kun je zien dat dit werkt: het resultaat is zichtbaar en die mensen zijn fier over hun verwezenlijkingen.
Jacques Buermans