Nieuwsbrief Nr. 35 - mei 2007

An Hernalsteen gidst op haar verjaardag, en hoeMeer dan gewone belangstelling voor rondleidingen Westerbegraafplaats


In de voormiddag waren 22 personen paraat voor de rondleiding van ons bestuurslid An Hernalsteen. Pittig detail: 24 maart werd onze An 50 jaar jong. Leo, een van onze leden vond het dan ook meer dan gepast om het idee te lanceren om haar met een geschenkje te bedenken. Het geluk stond aan onze zijde want An had zich door omstandigheden het tweedelige boek van ons lid dokter De Cock nog niet kunnen aanschaffen dus was dit een geschikt geschenk. In de voormiddag werd deel één van het boek overhandigd aan een compleet verraste An. (Indien ze verast was had ze niet kunnen gidsen). Onder de deelnemers heel veel niet-leden dankzij de reklame die An zelf had gemaakt tijdens een eerdere rondleiding in Gent én dankzij ons lid Rudy D’Hooghe die ervoor zorgde dat de nodige reklame op begraafplaatsen werd gemaakt. 
De deelnemers wisten al onmiddellijk welk vlees ze in de kuip hadden met An als gids toen ze van wal stak met haar verhaal over haar goede vriend bisschop Bracq. Met de gebruikelijke veeg uit de pan “men denkt dat er alleen maar op Campo Santo bekende Gentenaars liggen, ik zal jullie van het tegendeel overtuigen” togen we op weg. Eerste stopplaats dichter Destanberg. De man maakte ook grafschriften. Hij deed dit gratis voor hulpbehoevenden. De begoeden dienden er voor te betalen. Op een zeker moment was Petrus Rotthier overleden. De rijke weduwe, die op haar centen zat, vroeg Destanberg een zo kort mogelijk grafschrift te verzorgen waar zijn naam en waar hij voor stond op stond. Destanberg repliceerde dat zij dat toch ruimschoots kon betalen maar de weduwe zegde “weet je wel hoeveel één letter kappen kost?” Waarop Destanberg  “Pier rot hier” maakte. 
Historieschilder De Keghel werd bewierookt door middel van lauriertakken. Hier ook vrijmetselaarssymbolen: een bijbel, de loge zweert de eed op de bijbel, en de olielamp, verwijzend naar het eeuwig leven. Jean Mahu was steenkapper en liet een grafmonument neerpoten waarop reklame werd gemaakt voor zijn bedrijf door het bezigen van verschillende soorten materiaal. Vrijmetselaar Edward Preys werd door de Duitsers gefusilleerd vandaar het omgekeerde zwaard en de vlam van de vrijzinnigheid. Van Schoote ging een kunstenaar zoeken in Genua. Het grafmonument werd gemaakt door Luigi Orengo. 
Voituron heeft ook niet te klagen van de aanwezige symboliek: de ourobouros, het leven gaat steeds verder, met de vijfpuntige ster, vrijmetselarij, het alziend oog van de oppermeester en de vlinder die als rups verpopt naar nieuw leven. Euphrosine Spanoghe gaf een groot deel van haar fortuin uit voor het oprichten van een jongensschool zonder geestelijken als lesgevers. Op het grafmonument staat Pallas Athena maar ook vrijmetselaarssymbolen. Katoenhandelaar Ulric Wild, die volgens An stierf in Louise Marie (slechte geest zoals ik dacht: dit is toch niet zo slecht om zo aan je eind te komen – maar het zal wel een ziekenhuis geweest zijn) kreeg een kapel van Dierkens met alles er op en eraan. Zelfs het schraapijzer om de schoenen proper te maken werd niet vergeten. Van het monument Buzzeo – Krieger ontdekte An dat de eigenaars een fortuin verdienden met verkoop van wafels en pannenkoeken. 
Dat onze gids niet van een kleintje vervaard is bleek bij het grafmonument Fernand Scribé, oudheidkundige en mecenas. Een dame leunt op een vaas, de asurne, en het beeld van Jacques de Lalaing bleek volgens de “experts” van die tijd een voorbeeld van naturalisme te zijn. An deed de proef en ging op dezelfde wijze op een krukje zitten om dit aan den lijve te testen: het lukte niet. Na amper vijf minuten kreeg ze krampen. Ik zie het beeld zo voor mij! Een voorbeeld van “socialistische” kunst: Jan Samyn, vlasbewerker. Het grootste monument kreeg Charles de Kerckhove de Denterghemburgemeester en volksvertegenwoordiger. Hij zette zich in voor de weeskinderen van Gent en liet noteren dat het enkel “zijn” weeskinderen waren die hem bij zijn laatste tocht op de Westerbegraafplaats mochten vergezellen. Zo geschiedde: de notabelen dienden te wachten aan de ingang enkel de weesjes gingen mee de dodenakker op. 
We zagen een prachtig onderhouden monument voor de Franse gesneuvelden. Op het graf Edmond Van Beveren, socialistisch voorman, een treurende vrouw met een uitgemergelde figuur, Van Beveren voorstellend, van beeldhouwer Van Biesbroeck. Politicus Hyppolythe Metdepenningen’s monument wordt in de volksmond “de badkuip” genoemd om zijn vorm en grootte. Een bad nemen zal moeilijk zijn: het monument is zo lek als een zeef door kogelinslagen. 
De levensgrote salukihond van beeldhouwer Domien Ingels sierde het graf voor Beernaerts. We passeerden langs An’s zorgenkind: de tempelportiek met obelisk voor de familie Vercauter – Hoste. De toestand van het monument oogt elke keer ik er passeer slechter en slechter. De lokale grafmaker doet al jaren, loze, beloftes om het te restaureren. An nam een wijs besluit en ging bij een andere steenkapper te rade. Hopelijk komt er vlug schot in de zaak want anders vrees ik dat het wel eens te laat zou kunnen zijn voor het monument. Kunstschilder Lieven De Winne kreeg een monument van Edmond De Vigne met een beeld van Paul De Vigne. We zagen ook een Joods hoekje met een graf voor Levison en een voor Gondry. 
In de namiddag waren er opnieuw 22 geïnteresseerden en weer zaten er heel veel niet-leden tussen. An, die dacht dat de cadeautjestijd nu wel voorbij was, schrok niet weinig toe haar het tweede deel van het boek van dokter De Cock aangeboden werd. Maar ja, An verdiend dat. Zij is nu eenmaal een van de meest gedreven funeraire gidsen en weet als geen ander haar gehoor te boeien door interessante verhalen gebracht op een wijze die weinigen haar nadoen. Proficiat An en doe er gerust nog 50 jaar bij.
Tekst en foto's : Jacques Buermans