Nieuwsbrief Nr. 34 - maart 2007

Een onvergetelijke nieuwjaarsbijeenkomst te BruggeWelgevuld programma en geslaagde nieuwjaarsreceptie


Zaterdag 20 januari verzamelden 28 leden van de vzw Grafzerkje, een van hen onderbrak zelfs haar verlof in Frankrijk en onze “bovenrivierse” penningmeester Piet Vernimmen kwam van het verre Den Haag, aan de ingang van de Brugse begraafplaats waar ze werden opgewacht door Geert Gruyaert en Kurt Götze, twee van onze leden maar ook gidsen te Brugge. Twee niet al te grote groepen togen op stap. Na een korte inleiding waaruit bleek dat hier 125 000 personen begraven liggen en de vaststelling dat in den beginne de Bruggelingen niet over deze begraafplaats te spreken waren omdat ze zich buiten de stad bevond bezochten we het lapidarium. Op deze plek worden alle grafzerken, foto’s, gietijzeren kruisen en ander funeraire symbolen voor het nageslacht bewaard nadat ze om een of andere reden van de begraafplaats werden verwijderd. Dit is een knap staaltje van hoe met funerair erfgoed om te gaan. We zagen dat de protestanten, voornamelijk Engelse renteniers, een aparte hoek kregen en dat er slechts één Duits monument overbleef. De militairen werden in Vladslo begraven. Dan was het tijd voor een warme drankje met koekje, welkom omdat de weergoden ons op dat moment niet al te gunstig gezind waren. We konden de beheerder feliciteren met zijn prachtig onderhouden dodenakker. Brugge is ook pionier in het herbestemmen van grafmonumenten. De beheerder vertelde dat men daar reeds 22 jaar mee bezig is en onze gids vulde aan dat alles op de computer staat. Een kandidaat die een grafmonument wil overnemen kan zelf raadplegen welke grafmonumenten beschikbaar zijn en nadat hij zijn keuze maakte mag hij zich, samen met de beheerder, ter plaatse begeven om de toestand van de concessie én de grafkelder met eigen ogen te aanschouwen. Van service gesproken. Momenteel zijn er volgens de beheerder meer dan 40 personen die van deze mogelijkheid een gebruik maakten.
Onze gids, ik zat ik de groep van Geert, vertelde wat over grafsymboliek. Heel interessant want hij vertelde dingen die ik nog niet wist: een leeuw op een grafmonument situeert de aarde, een arend de hemel en zo symboliseert men dat de overledene heerste over hemel en aarde. Ik kende de zeis al als symbool maar wist niet dat ze, naast symbool voor het wegmaaien van het leven, ook symbool stond voor het nieuwe leven dat daar op volgt. We kwamen langs het eenvoudige grafmonument voor Louis Delacenserie, architect van het centraal station van Antwerpen. L. Peel ligt onder een prachtig art deco grafmonument. Geert vertelde ook over de mossen zoals op het graf voor handelaar Antoine Wemaer: een kussen met doodshoofd. 
Hij toonde ook enkele voorbeelden van korstmossen en zegde ook dat “hondsleer” enkel te vinden is op de Brugse begraafplaats, een unicum dus. Geert zegde dat er hier meer dan 60 verschillende soorten mos aanwezig zijn, waarop “een slechte geest van Antwerpen” repliceerde met: en er is maar één soort javel nodig om ze te doen verdwijnen. 
We kwamen langs de laatste rustplaats voor Hendrik Pickery, beeldhouwer en diens zoon beeldhouwer Gustaaf Pickery. Op het graf voor Louis Beernaert een spreuk “onze liefde zal nooit vergaan”. Alle letters werden gebeiteld, behalve de “n” van “nooit” en beschilderd met een blauwe verf zodat “nooit” ooit “ooit” zal worden. Ferdinand D’Hauw, generaal-majoor, kreeg een monument zijn rang waardig. 
Voor het graf voor priester-dichter Guido Gezelle, ontworpen door baron Jean Baptiste Bethune, droeg Geert een van diens gedichten voor. Geneesheer Jacques Olivier Marié De Mersseman kreeg een monument met aangepaste symboliek eveneens ontworpen door baron Jean Baptiste Bethune.
 Op het oude gedeelte troffen we ook de “sispirale grafnaald” van en voor architect Johannes Pitiou aan. Via de militaire afdeling en een monument voor de slachtoffers van de Cavaleseramp met de kabelbaan konden we nog de laatste rustplaats voor minister Achille Van Acker bewonderen vooraleer te eindigen met Achiel Logghe, proost van het werkersverbond.

    
Daarna was het tijd voor een lichte maaltijd in het “Bargehuis”. Er kon toen al wat bijgepraat worden door de aanwezige leden van de vzw Grafzerkje.

Iets na twee startten 35 leden aan een wandeling “met de dood op de hielen”. Ik koos deze keer voor Kurt als gids. Aan het Zand vertelde die reeds, opgefleurd met de nodige illustraties, over de stadsgalg en het tentoon hangen van moordenaars aan de ingang van de stad. In de Lendestraat toonde hij het huis van Maaike Karrebroek, in 1634 verbrandt na een heksenproces. In Sint Salvator zagen we prachtige 14de eeuwse sarcofagen met fresco’s. In de nog natte pleisterlaag kruiste de schilder de belangrijkste omtreklijnen aan, bracht natuurlijke pigmenten aan en werkte af met zwarte omtreklijnen, zo vertelde Kurt ons.

Iets verder vertelde Kurt het verhaal van een vliegtuig dat in 1938 neerstortte tegen de kerk. Het bleek 12 bommen aan boord gehad te hebben die, gelukkig, niet ontploften. Elf werden er gevonden, de twaalfde bleef zoek. Twintig jaar later werd ze gevonden in de tuin van het bisschoppelijk paleis. Het Sint Janshospitaal, eertijds een militaire bedoening, bleek het oudste in West Europa te zijn. We zagen ook een Christus aan het kruis en onze gids wees op een aantal dingen die niet konden. De nagelen waren in handen en voeten geslagen wat technisch onmogelijk was omdat dan het lichaam zou afscheuren wegens het te grote gewicht en het feit dat de Romeinen de voeten van Christus op een voetsteuntje lieten rusten, kwestie van het lijden nog wat langer te laten duren. Het Sint Janshospitaal bleek ook de geboorteplaats van schrijver Hugo Claus te zijn. Ludovicus Baekelandt, leider van een roversbende, werd na zijn terdoodveroordeling in 1803 in het pestkerkhof alhier begraven. Aan de volgende kerk troffen we een aantal kruisen aan. Ze bleken niets met grafmonumenten te maken te hebben maar het waren kruisen van kerken en kapellen die hier geplaatst werden tijdens de 1e en de 2e wereldoorlog om de Duitsers geen mikpunten te geven. Vandaar ging onze groep naar de Grote Markt waar Kurt nog enkele illustraties boven haalde over de terechtstelling van Baekelandt. In de Meestraat 5 het huis waar dichter Jotie ’T Hooft zelfmoord pleegde door het innemen van een overdosis cocaïne. Op de muren schreef hij, in een roodbruine niet nader te identificeren vloeistof “Dag klein meid! Veel geluk” voor zijn ex-echtgenote Ingrid Weverbergh, dochter van de uitgever. Kurt stelde voor om dit jaar, Jotie overleed in oktober 1977, een bronzen plakkaat te maken om de dichter te herdenken. Als slot had Kurt nog een verrassing in petto: de crypte van Walburgis waar eertijds 85 Jezuïeten in nissen begraven werden en waar nu in een aantal van die nissen rijke dames rusten die in de parochie catechismus gaven. Eindigen deed Kurt met het verhaal van een jongeling met een lederen broek die op bezoek was in een huis waar twee jonge dochter dongen naar de gunsten van de jongeling. Op een zeker moment zagen ze de broek liggen en ze vochten er voor. Ze zagen tot hun ontzetting dat er achteraan de broek een opening was? Het bleek de broek van Satan te zijn met de opening diens staart. Enkele dames uit het gezelschap dachten dat de jongeling zijn broek gewoon achterste te voren had aangedaan. Foei, foei toch dames. 

In het Bargehuis vond dat een korte algemene vergadering plaats waarop ikzelf een kleine “nieuwjaarsbrief” voorlas. Secetaris Willem Houbrechts bevestigde het bestuur van de vzw Grafzerkje en stelde de projecten voor 2007 voor. An Hernalsteen lichtte haar project op de Gentse Westerbegraafplaats toe en gaf ook uitleg bij de rondleidingen voor 2007. Nadat Edgard bevestigd had “dat de financiële toestand van de vzw Grafzerkje meer dan positief was” werden er enkele glazen gedronken en werden de belegde broodjes genuttigd. Er werd nog duchtig nagekaart en de nodige plannen werden ontvouwd om verder op de ingeslagen weg voort te gaan. Iets na 19.30 uur deed de laatste het licht uit constaterende dat eenieder moe maar voldaan huiswaarts was.
Tekst en foto's : Jacques Buermans

 

Jacques Buermans