Nieuwsbrief Nr. 33 - januari 2007

Tante Kato ging op reis En ze zag het graf van George Sand


Amantine Lucile Aurore Dupin, barones Dudevant * 1804-1876 * Nohant, Frankrijk

In mijn tienerjaren dweepte ik met George Sand.  Niet omdat haar boeken me aanspraken - ik heb nooit een letter van haar gelezen - maar omdat zij een vrijgevochten, zelfbewuste, onafhankelijke, sigarenrokende en pantalon-dragende madame was. De mix “haar mannetje staan” met die uiterst vrouwelijke echte voornaam Aurore (de andere voornamen werden
niet gebruikt) boeiden mij tot en met. Als ik ooit een dochter heb noem ik haar Aurore, tot ik in gedachten schoolkameraadjes “horreur” op het speelplein hoorde roepen. Weg liefde voor Aurore en met de jaren verminderde mijn kalverdweperij met de revolutionaire George Sand. Toen we onlangs een reis naar Frankrijk planden en beslisten te overnachten in la France Profonde, in de Berry ter hoogte van Chateauroux kwamen de kriebels terug. Ik zou het kasteel én het graf van George Sand zien !

Aurore werd geboren in Parijs, ze was het liefdesproduct van een courtisane en een jonge edelman. De grens tussen de blauwbloedige hogere klasse en de style bohémien van de moeder heeft Aurore van jongsaf bewandeld. Na de dood van haar vader, toen ze vier was, nam haar rijke grootmoeder haar opvoeding in handen en die stuurde de weduwe-moeder met een goedgevuld kluitje in het riet. Vanaf dan waren de winters in Parijs en de zomers in Nohant - toen anderhalve dag reizen per koets - een vaste tijdsindeling. Als zeventienjarige erfde zij het 18de eeuwse landhuis van haar grootmoeder en het jaar daarop trouwde ze met baron Dudevant. Ze kregen twee kinderen maar Aurore werd smoorverliefd op de Berrichon Jules Sandeau en ze nam haar vriendje mee naar Parijs. Samen schreven ze een roman, die uitgegeven werd onder het pseudoniem Jules Sand. Na de breuk met haar Jules ging ze alleen schrijven, maar ze behield het tweede gedeelte van de schrijversnaam; en George (zonder s) verwees naar haar jonge jaren op een Parijse, Engelse school. Inmiddels liep een lange echtscheidingsprocedure want het was toen, dankzij Napoleon, als vrouw niet vanzelfsprekend je geërfde eigendom terug te krijgen.

Toen George Sand in 1836 eindelijk vrij was werd haar landhuis het toevluchtsoord en het zomerverblijf van kunstenaars als Balzac, Delacroix, Dumas fils, Flaubert, Gautier, Liszt, Mérimée en Tourgueniev, die zij haar vrienden mocht noemen. Maar de gepassioneerde vrouw had ook een tumultueuse levenswandel. Zij had talrijke minnaars, waaronder beroemdheden als Alfred de Musset (2 jaar) en Frédéric Chopin (9 jaar). George was alles behalve een luxe-popje. Ze was een werkende vrouw, die schreef voor haar boterham en die van haar gasten. Ook in het dorp werd ze op handen gedragen en er was treurnis alom toen de gevierde schrijfster op 72-jarige leeftijd aan een maagkwaal overleed.

Nohant is een klein dorpje met een pittoresk en charmant romaans kerkje en een dorpskerkhof dat grenst aan het domein van George Sand. In 1855 kocht zij het stukje van de begraafplaats dichtst bij haar tuin met de bedoeling er een familie-begraafplaats van te maken. Een laag muurtje met alledaags hedendaags hekwerk scheidt de twee begraafplaatsen. Vlakbij de omheining ligt het graf van George/Aurore. Het is een sobere tombe in Volvic-steen. Opdat je ’t graf niet zou missen staat haar naam nog eens in grote letters op de zijkant. Er liggen verder familieleden en nauwe verwanten begraven en de oude bomen zorgen voor de altijd groene mossen. Op het graf van ene Edmond Plauchut, een bewonderaar, leest men: “On me croit mort, je vis ici”.  
De graven kan men van op het dorpskerkhof zien, maar de geïnteresseerde zal zeker enkele muntstukken (6,50 €  in 2006) besteden aan een geleid bezoek van dit romantische huis, waar men oa Georges schrijftafel en sterfkamer kan zien. Daarna kan men nog uren vrij rondwandelen in park, rozentuin en uiteraard de privé-begraafplaats.

Nu ik ouder en misschien wijzer geworden ben, blijf ik toch een zekere bewondering koesteren voor deze grande dame - ook al was ze maar 1,55 m groot - die van bij haar geboorte een vat vol tegenstellingen was.

Een Belgisch tintje aan het einde van dit verhaal: de kleindochter van George Sand erfde blijkbaar ook haar gastvrijheid want in 1940 werden in deze manoir Belgische vluchtelingen opgevangen.
 
Tekst en foto's : Tante Kato