Nieuwsbrief Nr. 33 - januari 2007

BalticsRindert Brouwer bezocht de Baltische staten, laatste deel


Ons lid Rindert Brouwer en dé stuwende kracht achter de buitenlandse activiteiten van de Terebinth bezocht de Baltische staten en de begraafplaatsen aldaar. Hij bezorgde ons, in feuilletonvorm, de neerslag van zijn ervaringen.
 
feuilleton deel 9 en slot
 
ESTLAND - TALLINN (deel 3)
 
RAHUMÄE KALMISTU (begraafplaats ‘vredige aarde’)
 
In het zuiden van Tallinn ligt de Rahumäe kalmistu. De begraafplaats is goed te bereiken met buslijn 23/23A, die stopt bij halte Kalmistu in de Rahumäe tee. Je bevindt je dan bij twee ingangspoorten, aan beide zijden van de weg. De rechterpoort voert naar het oudste deel, de linkerpoort naar een nieuw deel en iets noordelijker daarvan ligt de joodse begraafplaats, de Juudi kalmistu. Langs de weg staan de bloemenstalletjes en -verkopers te wachten op klanten.

Toen op het eind van de 19e eeuw het inwoneraantal van Tallinn de 100.000 naderde, werd besloten tot de aanleg van een nieuwe begraafplaats voor verschillende religieuze groepen. Rahumäe kalmistu werd ingewijd op 7 november 1903 en werd aanvankelijk verdeeld over de religieuze gemeenten van Johannes, Karel, de Heilige Geest en de Baptisten. Later werd de begraafplaats diverse malen uitgebreid en kregen ook andere groeperingen stukken begraafgrond. De grootste uitbreiding vond plaats in 1928, toen de begraafplaats aan de overkant van de Rahumäe tee verder ging, ook met een joodse afdeling. De 29 hectare oppervlakte is nu verdeeld in 25 delen.
 
Buiten de apart gelegen joodse begraafplaats, is van enig religieus onderscheid niets (meer) te zien. Want ondanks het feit dat er op sectiepaaltjes verschillende namen staan, blijven de karakteristieke en typische kenmerken zich over het hele terrein herhalen. Zandbakken. Dat is het meest karakteristieke woord voor deze begraafplaats. De familiegrafveldjes, perekonna matusepaik, zijn omgeven door betonnen banden, waarbinnen een zandbak is gemaakt. Mooi geel zand, soms ook gravel in rode of okerkleurige tinten, gladgestreken of mooi aangeharkt met keurig rechte lijntjes van de hark. Soms wat slordig of verwaarloosd en met onkruid, maar over het algemeen keurig verzorgd. In die zandbak staat een stèle, er staan enkele plantjes en/of bloemetjes aan de kopse kant. Als er een bloembak staat is het een ronde. Hier en daar staat nog een krullerig gesmeed hekwerk rond het grafveld, soms staat er nog een bankje. Meestal staat er één grafteken, maar ook meerdere eenvoudige tegeltjes komen voor, slechts een enkele keer een eenvoudige sculptuur of reliëf in een dramatische of treurige houding. Er  staan veel bomen.
Groen begraven is ook hier standaard, zoals overal in Noord-Europa, waar we na de dood terugkeren naar en weer opgenomen worden in de natuur. Uit de namen op de paaltjes is de oorspronkelijke bestemming van de diverse sectoren af te lezen. In 1913 werd op het Kaarli vana-deel (oude Karelsbegraafplaats) een kapel gebouwd, die sprekend lijkt op de ingangspoort van de Vana-Kaarli kalmistu, die deel uitmaakt van de Siselinna begraafplaats. Waarschijnlijk is dit deel een voortzetting van deze eerste oude Karelsbegraafplaats. In 1932 werd een nieuwe moderne kapel toegevoegd voor de Pühavaimu- (Heilige Geest) - gemeente.
Verder staan er paaltjes, die afdelingen markeren als: Läti kalmistu (Letten), Rootsi kalmistu (Zweden), Jaani kalmistu (Johannes), Peeteli (Petrus) en Vaestekalmistu (armenbegraafplaats). Ook de brandweer kreeg in 1926 een apart veld, Tuletōrjrkalmistu.
Hoe weinig wij van de geschiedenis van Estland, c.q. Balticum afweten, blijkt uit een groot grafveld met ongeveer 250 namen van politieagenten en één datum: 1 december 1924. Op die dag moet een dramatische gebeurtenis hebben plaatsgevonden. In 1924 probeerden de communisten een staatsgreep te plegen ten tijde van de eerste onafhankelijkheidsperiode (1920-1941), die echter totaal mislukte. Heeft dat hier mee te maken? Een oude Est, die ons bij het graf ziet staan, steekt een heel verhaal af, ondertussen naar het monument wijzend. We verstaan er geen woord van, maar voelen de dramatische inhoud van de boodschap. Met behulp van het woordenboekje kunnen we de zin vertalen, die geregeld terugkomt: Isamaa Eest langenud 1.Detsembril 1924 - Gevallen voor het vaderland Estland op 1 december 1924.
Aan de overkant van de weg gaat de begraafplaats op dezelfde wijze verder: zandbakken. De jaartallen zijn recenter en de herhaling van steeds dezelfde symboliek gaat opvallen: een tak met hangende bladeren, vlammen en kaarsjes, al dan niet gedoofd. Er is al een heel nieuw veld met zandbakken aangelegd en omgeven met betonnen banden, die ter plaatse in een mal gegoten worden. Men kan voorlopig blijven doorbegraven
 
Juudi kalmistu
 
De joodse begraafplaats, die deel uitmaakt van de Rahumäe kalmistu wordt door een weg en  een omheining gescheiden van het oostelijke deel. Aan weerszijden van de poort staat een zuil met een Davidsster, terwijl in de spijlen van de beide poortdelen een chanoeka is verwerkt. Rechts van de ingang liggen een aantal geelgeverfde houten gebouwen met rode daken, waaronder ongetwijfeld een metaarhuis; of is het ook een synagoge? Diverse Davidsterren in de ramen geven de religieuze functie aan.
Het patroon van de zandbakken als familiegrafveldjes zet zich hier gewoon voort. Over de begraafplaats lopend zie je de voortschrijdende assimilatie van de joodse bevolking, die in het begraven nauwelijks afwijkt van de overige bevolking, maar nog wel op een eigen begraafplaats wil worden bijgezet. Vanwege de eeuwige grafrust? Aan de jaartallen te zien is deze begraafplaats ergens in de dertiger jaren van de 20e eeuw in gebruik genomen. Waar werden de joden dan eerst begraven? De oudste joodse begraafplaats heeft gelegen op de Siselinna kalmistu, maar is later geruimd. Hoezo eeuwige rust?

In tegenstelling tot Letland en Litouwen, waar de joden in getto’s bijeen werden gedreven en vandaar uit werden geëxecuteerd en gedeporteerd, verliep de joodse geschiedenis in Estland anders.  Toen  de  Duitsers  in  1941  Estland  binnenvielen,  trokken  de  Russen zich  terug  in  Rusland en met hen gingen de joden mee, gealarmeerd door berichten over jodenvervolgingen door de Duitsers. Van de joden, die toch achterbleven in Tallinn, werden ongeveer 850 vermoord. De Duitsers verklaarden op een gegeven moment triomfantelijk dat Estland ‘Judenfrei’ was. Nu is er in Tallinn en directe omgeving weer een joodse gemeenschap van ca. 4000 leden, die de Juudi kalmistu gebruiken.
 
De assimilatie is goed te volgen. Op de oudste graftekens komt nog veel Hebreeuws voort. Een enkele steen, zoals die van een kohen (priester) is geheel in het Hebreeuws. Er is zelfs een ohel, een tentvormig grafmonument, dat meestal voor rabbi’s werd gebruikt. Maar dan verdwijnt het Hebreeuws. Er komen nog wel veel joodse symbolen voor: een geknakte boom, de chanoeka en vooral de Davidsster. In de laatste fase verschijnen er graftekens met hetzelfde uiterlijk en met dezelfde symbolen als op de overige delen van de begraafplaats: vlammen, kaarsen, takken, zelfs een engeltje. Er zijn fotootjes op de grafstenen of een geëtste afbeelding van de overledene. En er staan bloemen of planten in de zandbak. De meeste teksten op de graftekens zijn in het Russisch. Er wordt, gezien de recente jaartallen, nog veel begraven.     Een grafzerk ligt verkeerd om, we zien het aan de zegenende handjes van de kohen, die dus ook verkeerd om zegenen en aan de traditionele Hebreeuwse openingsformule נ פ (Po nitman = hier ligt verborgen), die onderaan staat in plaats van bovenaan. Omdat de tekst op de steen in het Hebreeuws is, heeft degene die de zerk hier heeft neergelegd het waarschijnlijk niet goed begrepen.
Bus 23 brengt ons weer terug naar het centrum, waar een terrasje en een drankje lokken.
 
ANDERE BEGRAAFPLAATSEN IN TALLINN
 
Metsakalmistu (bosbegraafplaats)
Metsakalmistu werd gesticht in 1933 en geopend in 1939 en omvat een oppervlakte van 48,3 ha. In 1935 werd door architect Herbert Johanson een kapel gebouwd. Omdat het effect van een natuurlijk bos gehandhaafd moest blijven, werd in de voorschriften het plaatsen van kruisen, hekwerk of banden verboden en als maximum maat voor de grafsteen 80 x 50 cm aangegeven. Er mogen ook geen grote grafmonumenten geplaatst worden. Daardoor wijkt deze begraafplaats af van de gewone wijze van begraven in Tallinn.  En omdat op de begraafplaats aparte grafvelden bestaan, die bestemd zijn voor theatermensen, sportlieden, componisten, schrijvers, artiesten, journalisten, doktoren, architecten, wetenschappers en veteranen van de Estische onafhankelijkheidsoorlog is Metsakalmistu de meest nationalistische begraafplaats van Tallinn. De eerste die hier werd begraven was schrijver Eduard Vilde. Het familiegraf van de eerste president van Estland, Konstatin Päts (1874-1956), is ook hier. Bekende personen (voor de Esten), die hier zijn begraven, zijn dichteres Lydia Koidula, schrijver Anton-Hansen Tammsaare, Johannes Kotkas, schaakspeler Paul Keres, Raimond Valgre en Georg Ots.
Pärnamäe kalmistu (lindenbegraafplaats)
 
De grootste begraafplaats van Estland is de Pärnamäe begraafplaats, die in 1963 in gebruik werd genomen. De oorspronkelijke oppervlakte van 55 ha bleek na 15 jaar al te weinig, waarna de begraafplaats groeide naar de huidige 102 ha. De begraafplaats, die op een heuvelachtig terrein ligt, is verdeeld in 50 sectoren van ongelijke grootte. Ook hier zijn strenge voorschriften over de graftekens, die niet het algemene beeld van de natuurlijke omgeving mogen verstoren.
In 1992 werd een aula omgebouwd tot crematorium.
 
Liiva kalmistu (zandbegraafplaats)
Liiva begraafplaats werd in 1935 in gebruik genomen. Er is een kapel in functionalistische stijl van architect Herbert Johanson en een monument voor de slachtoffers van de ‘Rode terreur’. De oppervlakte is 64 ha.
Oorspronkelijk wilde men het principe van een maagdelijk boslandschap handhaven, maar vanwege de toename van begrafenissen moest men dit principe loslaten. Er is ook een deel met algemene graven voor patiënten van psychiatrische instellingen en voor mensen, die geen familie hebben.
Hiiu-Rahu kalmistu (Hiiu vredesbegraafplaats)
 
Met 2,2 ha is dit een van de kleinste begraafplaatsen van Tallinn, gesticht in 1919. De begraafplaats werd aangelegd naar ontwerp van architect K. Burman, het beheersgebouw uit 1934 door architect F. Wendach.
Er liggen een aantal prominente figuren uit de eerste onafhankelijkheidsperiode van Estland begraven. Voor de beroemdste van hen, Juhan Kukk (1885-1945), is er een symbolisch graf.
 
Pirita uus kalmistu (nieuwe begraafplaats van Pirita)
 
De nieuwe Pirita begraafplaats met een oppervlakte van 0,8 ha ligt in de wijk Pirita. De begraafplaats is gesloten, alleen familieleden kunnen worden bijgezet in bestaande familiegraven. Enkele bekende Esten, die hier zijn begraven: Enn Nurmiste, Madis Odenberg, Julius Koppel.
 
Rindert Brouwer
 
© Atelier ‘Terre aarde’
    tekst:   Rindert Brouwer
    foto’s: Jeannette Goudsmit & Rindert Brouwer
 
Wie alles nog eens wil nalezen: alle verhalen en gegevens zijn verwerkt tot een boekje van 52 bladzijden, met 65 foto’s (zwart-wit).
Het boekje NON OMNIS MORIAR. Begraafplaatsen in de Baltische Staten is te koop voor
€ 7,50. Ofwel incl. verzendkosten: Nederland € 9,00; België € 10,00
[email protected]
www.atelier-terreaarde.nl