Nieuwsbrief Nr. 32 - november 2006

De “lugubere” begraafplaats bij Dinantleden stellen een vraag, anderen togen op onderzoek uit


Ik kreeg een telefoontje van ons lid Christiaan Ketele: In de omgeving van Dinant zou er zich een “luguber” kerkhof bevinden. Het zou gaan over graven met een deurtje, gebouwd in de rotswand tegen de helling en in lamentabele toestand. Men zou zelf een “doorkijkje” op de skeletten kunnen hebben? Het zou gaan over een kerkhofje dat je ontdekt wanneer je in Dinant centrum de weg neemt naar de grot “La Merveilleuse” aan de linkerzijde. Ook richting Anthée werd gezegd.
 
Ons lid Philippe Theys zocht en vond: Eén van de mogelijke pistes is de Romaanse crypte van het (reeds afgebroken) Sint-Niklaaskerkje van Thynes in de omgeving van Dinant. De restauratie van deze crypte staat reeds op het restauratie programma van de stad Dinant sinds 1875 !!!!, en 127 jaar na de afbraak van de kerk waarmee ze verbonden was wacht ze nog steeds op een restauratie die deze naam waardig is !!!. Sinds het Jaar 2000 is de stad Dinant "officieel" eigenaar van deze site, een restauratiedossier werd opgesteld en de werken werden op 25/10/2004 gestart. Deze werken worden in 3 delen opgesplitst en de delen 2 & 3 werden en worden in 2005 & 2006 aanbesteed. Al deze werken gebeuren onder de leiding van archeologe Marie Verbeeck van de Waalse Gemeenschap - een zeer bekende archeoloog in Waalse middens. Ter informatie, sedert de 17e eeuw, werden de dorpelingen hier in terrassen begraven en dit tot +/- 1914. Van deze begraafplaats, gebouwd deels in de rotswand, werd tot op heden +/- een oppervlakte van +/- 50m2 blootgelegd; en de reeds gevonden beenderen wijzen tot op heden op 78 personen waarvan +/- 90% kinderen jonger dan 14 jaar en 10 % volwassenen. Enkele lijken waren zeer "speciaal" verpakt in zeer bijzondere rijkelijke stoffen speciaal gesloten met een ganse reeks knopen; ook werden er medailles, kettingen en paternosters bij de lijken gevonden.
 
Johan Moeys ging ter plekke kijken en maakte volgend verslag: 
Verder gaand op een tip van onze voorzitter trok ik – een goed excuus hebbende – richting Dinant. Een eerste poging om het mysterie te voet op te lossen viel wat tegen. Veel gewandeld, veel rotsen gezien, maar geen begraafplaats. Terug naar af. Nu met de auto. Vertrekkend uit het centrum van Dinant nam ik de rue de Philippeville, richting Anthée en grot La Merveilleuse. Enige kilometers buiten het dorpscentrum zag ik plots op de linkerhand een begraafplaats. Deze ligt op en tegen de rotshelling. Ze is nog steeds in gebruik, getuige de twee bezoekers die naar het graf van hun recent overleden familielid kwamen kijken. De meeste graven liggen beneden aan de helling. Op de helling zelf liggen ze her en der verspreid, gescheiden door hoog gras. Even was ik bang om tussen dat gras per ongeluk in een open graf te vallen. Zeer vele graven zijn er verwaarloosd. Roest, gebroken stenen, afhangende deuren, lege kapellen, je vindt het er allemaal. Zelfs het monument voor de oudstrijders van 1914-1918 kreeg hekkens, omdat het op instorten staat. Het beeld ligt in gruizelementen. Heb je daarvoor voor je vaderland gestreden? Ondanks alles kan je er nog enkele fraaie exemplaren van blikken grafdozen vinden. Iets meer luguber zijn de open grafkelderdeuren. Wie eens een kist van dichtbij wil zien, komt hier aan zijn trekken. Veel moeite moet je niet doen. Sommige deuren staan gewoon wagenwijd open, alsof de bewoner even de benen is gaan strekken. Anderen hebben zulk verroeste deuren dat ze al halfverteerd zijn, en wie dan even boven die halve deur piept, kan eens controleren of de gegevens op de zerk kloppen met de inhoud.
Een begeleid bezoek met de geschiedenis, de problemen, de bewoners lijkt me aangewezen. Er zijn paden op de begraafplaats, maar wanneer je nieuwsgierig bent naar de graven op helling verspreid ben je blij dat je goede stapschoenen draagt, samen met kledij die tegen wat water kan. Tenzij je er eeuwig zal blijven moet je wel over een voldoende dosis fysiek beschikken, met die steile hellingen.
 
Juist voor ik aan deze Nieuwsbrief begon kreeg ik een telefoontje van ons lid mevrouw Andrea Durlet. Ook zij las de vraag van Christiaan Ketele en zij had een vriendin die op haar beurt een vriendin had die een aantal dagen in Dinant verbleef. Aldaar trokken zij op onderzoek uit. De gemeente verwees naar een lokale vereniging en daar bleek een persoon aanwezig te zijn die er alles van wist, Michel Coleau. Op de valreep kreeg ik nog twee boeken toegestuurd van mevrouw Andrea Durlet dei ze schonk aan onze vereniging. Massa’s info over deze begraafplaats. Ge ziet dat leden van onze vereniging alles in het werk zetten om iedereen te helpen. “That’s the spirit”. En mevrouw Andrea Durlet: bedankt voor de boeken.
 
Foqueux, un vivant jardin de la mémoire, Michel Coleau, uitgave syndicat d’initiative van Dinant, september 2001.
De la Meuse à l’ Ardenne, nummer 34 van 2002, Saint Hubert. Prijs € 12,5
 
Tekst : Jacques Buermans, Christiaan Ketele, Philippe Theys, Andra Durlet en Johan Meys
Foto's : Johan Moeys