Nieuwsbrief Nr. 32 - november 2006

Haarlem voor Grafzerkjesons lid Johan Moeys toog naar de uitvaartbeurs te Haarlem, bezocht de algemene begraafplaats en maakte een knap verslag


Op de achterflap van het ledenblad van de Terebint las ik dat er een uitvaartbeurs was in de St-Bavokerk in Haarlem. Leuk excuus om nog eens de grens over te wippen.
 
Na een vlotte rit vind ik al snel een parkeerplaats dicht bij de kerk. Buiten vallen de corbillards al onmiddellijk op. Er staat er eentje van begin vorige eeuw, precies het model waar Les Gendarmes van Louis de Funès zich in verplaatsten. Een speciaal uit Amerika overgebrachte slee doet al sinds de jaren ’70 dienst. De St-Bavokerk heeft een ideale ambiance om er een uitvaartbeurs in te houden. De vloer bestaat voornamelijk uit een massa grafzerken. De ene al ouder dan de andere. Soms vlak, soms met reliëf uitgekapt. Als je niet goed oplet struikel je al eens over zo’n mooi versierde zerk. Af en toe heeft de vernieuwing geen rekening gehouden met deze zieltjes. De hoek van een zerk werd afgekapt omdat ze in de weg stond voor de zitbanken. De kerk zelf is zeer mooi versierd met oude muurschilderingen, epitafen en dergelijke. De Gereformeerden hebben hun best gedaan. Binnen in de kerk vind je alles wat je nodig hebt om je begrafenis (of die van een ander – mens of dier) te regelen. Standjes met uitvaartverzekeringen die je de meest gunstige prijzen aanbieden, het opmaken en kiezen van de brieven… De notaris heeft er spreekuur. Je kan zelfs een volledig scenario vastleggen op papier, zodat je nabestaanden exact weten wat er op je begrafenis moet gebeuren. Zo zit alles overzichtelijk in één boek. Ideeën doe je op, of je nu wil of niet. Ga je je laten begraven in een lijkwade? Dan kan je kiezen uit de verschillende modellen of nakijken wanneer je die moet bestellen. De traditionele kist bestaat uiteraard ook nog. Van een herbruikbare kist (de kist is dan voor de schijn, en de overledene ligt in een kartonnen exemplaar). Knutsel je liever zelf je kist? Er zijn bouwpakketten die eenvoudig in elkaar klikken en desnoods nog kunnen beschilderd, gevernist of zo kunnen worden. Dit zou helpen in het rouwproces: door het laatste rusthuisje zelf te bouwen voor je nabestaande. Rieten kisten zijn dan weer meer biologisch. Een andere exposant biedt urnen in alle mogelijke vormen aan. Nederland zou Nederland niet zijn als ze geen alternatieven hadden gevonden voor de grote lijkwagen. De eerste loopkoets kon je er in al zijn glorie bewonderen. De kist gaat op de koets. Vier tot acht nabestaanden, vrienden, of wie dan ook duwen de koets verder. Ze kan van thuis naar en in de kerk, en nadien naar de begraafplaats. Voorzien van vier grote wielen en remmen rijdt deze vlot door het verkeer. Voor de iets meer sportieve nabestaande is er de fietsaanhangwagenkoets. Dit is een aanhangwagen voor de fiets, waarop de kist geplaatst wordt. Doch daar houdt het nog niet op. Er is ook nog de uitvaartbus. Een omgebouwde, aangepaste autobus waar men samen met de overledene in kist naar de kerk, het crematorium, de begraafplaats, … kan rijden. Samen uit, tot het einde bij elkaar. Geschikt voor een vijftiental personen. Op diverse stands worden methodes gezocht om de nabestaande de gedenken. Je hebt teksten kant en klaar aangeboden, teksten die je zelf kan opstellen en die de verkoper dan op een aangepast manier afdrukt. Een foto van je dierbare overledene kan je in kristal laten afdrukken. Nieuw is de vingerafdrukhanger: men neemt via was een vingerafdruk van de overledene en reproduceert deze in een medaillon, met keuze in grootte. Dan kan je de vingerafdruk in een hanger van goud of zilver altijd dicht bij je dragen. De lezer kan er zijn hartje ophalen. Boeken over alle mogelijke funeraire onderwerpen. Zo is er bijvoorbeeld Anja Krabben met de laatste exemplaren van haar magazine “Doodgewoon”. Zij geeft me de tip om naar de begraafplaats van Haarlem te gaan. De stad Haarlem heeft zelf voor een aangepaste stand gezorgd: gratis brochures over hun begraafplaatsen, zoals die van de Kleverlaan. 
Even wandelen door het rustige en vriendelijke Haarlem tot aan begraafplaats De Kleverlaan. De handige brochure met uitgewerkte wandeling met informatie komt goed van pas.
 
Algemene begraafplaats Kleverlaan is één van de gemeentelijke begraafplaatsen in Haarlem. Ze heeft een oppervlakte van 8,5 hectare en telt ongeveer 7500 graven.
 
Tuinarchitect J.D.Zocher maakte het ontwerp in 1828. Hij koos voor de landschappelijke aanleg. Bij de aanleg werd de begraafplaats verdeeld in een protestants, een rooms-katholiek en een Israëlitisch deel. Latere noodzakelijke uitbreidingen zijn van de hand van L.P. Zocher en L.Springer. De eerste teraardebestelling had plaats op 1 juni 1832.
Het joodse gedeelte bevindt zich op het schiereiland. Het is niet meer in gebruik omdat er elders een nieuwe joodse begraafplaats in gebruik is genomen. Centraal staat het metaarhuisje, gebruikt voor begrafenisrituelen. De rechtopstaande zerken duiden erop dat hier mensen van de Hoogduitse joodse gemeente begraven liggen. De meeste teksten zijn uiteraard in het Hebreeuws, enkelen met Nederlandse tekst en zelfs eentje in het Frans. Symbolen zoals de zegende handen (kohen of gebedsvoorganger) en de waterkan (leviet of tempeldienaar) zijn er te zien.
Wat verder vind je een zerkenarchief: een verzameling van monumenten van vervallen graven en hekjes om een indruk te geven van de verschillende opvattingen over het vormgeven aan de nagedachtenis van hun dierbaren.
We komen er ook de graven van P. Zeeman en H.A. Lorentz tegen, de winnaars van de Nobelprijs voor natuurkunde in 1902. Zij kregen deze omwille van hun onderzoekingen over de invloed van magnetisme op stralingsverschijnselen. Klein maar indrukwekkend is het kinderhofje en het foetushofje.
Er staan geen monumentale gedenktekens maar persoonlijke kleinigheden om te verwijzen naar wat had kunnen zijn.
Het meest opvallende op de begraafplaats is het gigantische mausoleum van architect J. Leijh. Het mausoleum, met een Dorisch tempelfront, is gebouwd in de neoclassicistische stijl. In het timpaan staat een voorstelling van de drie schikgodinnen Clotho, Lachesis en Atropos. Buiten de architect zijn er nog zo’n 250 grafkelders en wandgraven. In het souterrain bevindt zich tevens nog een columbarium. De Engelsman W. Stokes heeft op de Kleverlaan zijn oorlogsgraf gevonden. Na een treffen tussen Duitse en Engelse oorlogsschepen voor de Nederlandse kust werden veel opvarenden als schipbreukeling aan land gebracht. Stokes overleed later aan zijn verwondingen in het Elisabeth Gasthuis. Beeldhouwer J. Bronner ontwierp het monument voor fotograaf P. Clausing. Een classicistisch monument in zandsteen. In de staande steen is een hoogreliëf verwerkt van een in meditatie verzonken, zittende vrouw met in haar rechterhand een klein omsluierd vrouwenfiguurtje, dat de ziel symboliseert. Verder komt men het graf tegen van zeven meisjes die kort voor het einde van de oorlog zijn omgekomen. Zij maakten deel uit van een groep kinderen van personeel van de Grafische Inrichting van J.Enschedé, die op weg was naar pleeggezinnen op het platteland om een beetje aan te sterken. Door een tragische vergissing werd de bus aangevallen door Engelse vliegtuigen. 
Op het oudste gedeelte van de begraafplaats liggen, ieder onder een zeer bescheiden hardstenen stèle, de graven van Jan David Zocher jr en Louis Paul Zocher, de ontwerpers van de eerste twee delen van de begraafplaats.
 
Na een hele dag tussen de doden is het tijd om de dorstigen te laven. Een korte wandeling terug naar het centrum van Haarlem, terrasje doen. En dan huiswaarts!
 
Tekst en foto's : Johan Moeys.